U leest...

geen categorie

Het Oosterdel wordt als parel voor de politieke zwijnen gegooid.

Vorige week ontving ik een mailtje van een vooraanstaand vogelkenner die ook heel goed weet wat er zoal in het Oosterdelgebied rondvliegt. Uit waarnemingen meldde hij me; “Het aantal broedvogels neemt snel af in gebied mede door de drukte, blauwborst en sprinkhaanzanger werd in 2020 minder gehoord, positief is dat kleine plevier en oeverzwaluw weer terug zijn.”

Dat de laatste twee soorten er weer zouden zijn lijkt op zich wel aardig, maar bij de oeverzwaluw moet wel een kanttekening worden geplaatst. De afgelopen vijf jaar zag ik deze vogel broeden in de walkant van een sloot vlak bij mijn akker. Helaas is de vogel bij beheerder Veldzorg nooit opgemerkt. Net als de bruine kiekendief, de roerdomp, grutto, kievit en de scholeksters. Dat het Oosterdelgebied voor de komst van Veldzorg als beheerder van het Oosterdelgebied nog een waar paradijs voor deze vogels was dat zal de adoptanten van Veldzorg en ook Veldzorg zelf worst wezen. Mevrouw Tienkamp, directeur van Staatsbosbeheer Noord-Holland, heeft er ook nog geen nacht slecht van geslapen, dus eigenlijk is het niet erg gezond dat ik me er dagelijks druk over maak.

De gemeenteraadsleden van Heerhugowaard en Langedijk en ook de beide Colleges vinden dat het pareltje, dat Oosterdelgebied heet, behouden dient te worden en daarom geven ze geld aan de beheerder Veldzorg.

In de praktijk komt het erop neer dat ze met veel energie voortgaan om het gebied om zeep te helpen.

Een prachtig voorbeeld daarvan is de wijze waarop ze de akker waar ik de afgelopen vijf jaar tussen de zes en tien broedende paren oeverzwaluws aantrof volledig hebben platgewalst om de oever van die akker te ‘beschermen’.

Dit is de aanblik van de oever vorig jaar toen daar nog oeverzwaluwen nestelden.
Dit is dezelfde oever dit jaar. Nu voor het gemak schuin afgevlakt waardoor er geen oeverzwaluw meer is te zien.

De hele akker is rondom schuin afgevlakt en de tien broedparen van vorig jaar zijn dit jaar niet aanwezig en als deze aanpak de oplossing zou bieden dat de akker niet verder zou afkalven dan zou dat misschien voor de andere akkers ook een oplossing zijn, maar ondanks deze aanpak zie je nu al dat het afkalven bij deze akker gewoon doorgaat. Dat is op zich ook heel normaal als je ziet hoe adoptanten door het gebied varen.

Met die adoptanten is ook de rust in het gebied verdwenen. Je ziet ze zelfs met hun boten onder de kettingen doorgaan die in de noordoosthoek voor de rust tijdens het broedseizoen moeten zorgen. Ik zal de foto van deze mensen hier maar niet plaatsen, doorsturen naar Veldzorg had ook geen effect.

De zwarte/donkere plekken in de walkant zijn nestholen van de oeverzwaluw geweest.
Tegen de illegale bewoning van hun oevers heeft Veldzorg inmiddels een oplossing gevonden.

Rust is heel belangrijk om in ieder geval de vogelstand op peil te houden en dat zit er de komende jaren niet in, want als alle plannen doorgaan, wethouder Langedijk van Langedijk lijkt zich daar nu al voor in te zetten, dan hebben we met een aantal jaren alleen nog ganzen in het Oosterdelgebied.

Recent werd er door ambtenaren al op het Schapenland rondgekeken om een geschikte plek te vinden om een aanlegsteiger te maken. Om toeristen die in de toekomst vanaf station Heerhugowaard bij het kanaal door een pontje zullen worden overgezet en dan vanuit de zuidoosthoek met een boot door het Oosterdelgebied richting museum Broekerveiling worden gevaren daar aan land te zetten. Vanaf het Schapenland moeten ze dan het laatste stukje lopen naar het museum.  Dat zijn de plannen uit de koker van museum Broekerveiling om het museum aantrekkelijk te maken. Het gebied waar dit museum zijn oorsprong aan ontleent dat heeft nul tot generlei waarde voor deze briljante marketingbestuurders.

Een paar jaar geleden ontstond het idee van de Broekervaart. Met een open rondvaartboot in het weekend van de Broekerhoek in Heerhugowaard naar de haven van Broek op Langedijk en bij de sluis uitstappen en achter de sluis in een tuindersvlet naar de Broekerveiling varen. Ze zouden die vaart vanaf de Broekerhoek ook nog kunnen verlengen tot in de haven zelf en de toeristen vandaar het laatste stuk kunnen laten lopen, maar daar kleven net als het varen van het laatste stuk gevaren aan, zoals daar zijn de horeca-verleiders Marktzicht en sinds kort ook het Bakkershuys. Want deze ondernemers hebben prachtige terrassen aangelegd aan het water en dat nodigt mensen die daarlangs varen uit voor een bezoek. Als je dus die bezoekers op afstand weet te houden van deze verleiders en ze lekker het laatste stuk laat lopen vanaf het Schapenland dan zien ze die terrassen niet en blijven dan waarschijnlijk wel bij de horeca van het museum hangen. In deze plannen zal Veldzorg wel geld gaan vangen om die toeristen door hun gebied naar het Schapenland te kunnen laten varen en het museum houdt zo ook zijn inkomsten. Nils Langedijk schijnt er helemaal voor te gaan en dat zal ook wel te maken hebben met zijn ambitie om in het College van Dijk en Waard te kunnen plaatsnemen, want uit de pot met gemeenschapsgeld wordt inmiddels al flink geld voor zijn herverkiezing getrokken. Zo is er rond de 75.000 euro vrij gemaakt om de verenigingen in Langedijk gunstig te stemmen en ook Veldzorg heeft vorig jaar al flink steun gehad in de strijd tegen de rivierkreeft.

Tot de komende gemeenteraadsverkiezingen zullen we nog vaak gaan horen dat het pareltje kost wat kost voor eigen gewin in stand moet worden gehouden. 

Of zoals ze bij Staatsbosbeheer wel weten wat ze als beheerder hebben aangesteld; “Alle hout is nog geen timmerhout.”

Discussion

No comments yet.

Post a Comment

Archief