U leest...

geen categorie

Stukjes verhalende theatergeschiedenis 1974 – 1998. Deel 11

Reizen.

We maakten in de jaren ’74-’80 behoorlijk wat kilometers met de auto en wat betreft de wegen was het niet allemaal vierbaans wat de klok sloeg. Een voordeel was wel dat er op de snelwegen nog geen snelheidsbeperkingen waren en je zeker ’s nachts terug uit de voorstelling wel kon opschieten. Tenminste als je daar de juiste auto voor had. 

Zelf reed ik die eerste jaren in een Citroen Diana en dat schoot niet echt op als er een stevige wind stond en je kreeg die op kop. Je moest je handen dichtknijpen als je er 90 kilometer per uur mee haalde en aan je autoradio of cassetterecorder had je dan ook niet zoveel, want die kwam nauwelijks boven het motor- en klapperend dak geluid uit. 

Na een voorstelling in Heerlen waar je ’s morgens om zes uur al voor van huis af was gegaan was de terugreis naar huis enorm zwaar. Het kwam vaak voor dat je dan zo rond drie uur in de nacht thuiskwam. Uiteindelijk koos ik er voor een andere auto aan te schaffen die wat sneller was en waarmee ik ook eerder thuis kon zijn. 

Het werd een Triumph 2500TC, zes cilinder op gas. 

Het was een prachtige auto, maar ook duur in onderhoud. Als ik uit het zuiden terugkwam en naar huis in Schagen reed dan had je eigenlijk alleen bij de rotonde aan de zuidkant van Eindhoven stoplichten en bij de rotonde ten zuiden van Alkmaar. Veel verkeer was er na twaalf uur ’s avonds niet meer op de weg en alleen tussen Utrecht en Amsterdam zag je dan nog wel wat meer verkeer. Op de weg van Eindhoven naar Den Bosch stonden veel stoplichten, maar daar werkte er ’s nachts maar één van en dat was bij Vught. De top van mijn nieuwe auto lag op rond de 220 kilometer, maar uit veiligheidsoverwegingen heb ik nooit harder dan honderdtachtig gereden. Heerlen-Schagen reed ik vanaf dat moment in twee uur en dat gaf me toch ’s nachts thuis een uur langer nachtrust. 

Bij Globe reden we altijd met Peter Bijl mee in de auto en die werd daar door Globe ook voor betaald. Wij hadden een drietal opstappunten. Als we zuidwaarts, Den Bosch – Maastricht, reisden dan vertrokken we vanaf de Rijnstraat bij de Utrechtse brug bij café het Narretje. Dat was ook voor de acteurs die met de bus meegingen ’s middags een vaste opstapplaats naast het Museumplein. 

Gingen we naar het oosten van het land dan stapten we in bij de BMW-garage net over de brug bij de Amstel op de Meester Treublaan, vlak achter het Amstelstation. Bij voorstellingen in de randstad vertrokken we vanaf een kroeg op het Stadionplein. 

Je kon in die jaren nog vrij goed inschatten hoelang een rit van Amsterdam naar een theater duurde. Zo was een rit naar Eindhoven een uur en een kwartier, Den Bosch een uur, Utrecht een half uur. Als het verkeer helemaal meezat dan hadden we ook onderweg nog tijd om even een kop koffie te kopen. Vaste adressen hiervoor waren onder andere ’De Lucht” bij Den Bosch, AC-restaurant bij Nederweert en ook het AC restaurant bij Zoeterwoude, Zurich en Heereveen. Verder werd er ook wel gestopt bij Staphorst. 

Martin Vos, chauffeur bij de firma Kat had een ietwat andere beleving over de afstanden van Amsterdam naar speelplekken. Zo was de afstand Amsterdam-Groningen vijf sigaartjes lang. 

Ik heb hem eigenlijk nooit gevraagd hoeveel sigaartjes ons Oost-Europatournee met het Nationale Ballet was geweest, maar hij heeft dat wel overleefd. 

In de jaren zeventig testte Rijkswaterstaat op de snelwegen op bepaalde plaatsen nieuwe verfsoorten waarmee de strepen dwars op de rijrichting op de rijbanen werden gemaakt en daartoe hadden ze op een aantal plaatsen in het land kort achter elkaar een rijbaan met strepen bewerkt. 

Dit werd de automobilisten duidelijk gemaakt met borden waarop stond “Attentie Proefstrepen”. Ik weet niet meer welke voorstelling het precies was, maar we hadden met het Publiekstheater generale repetities in Delft van een stuk waarvan Ton Lutz de regie had. 

Ton Lutz, door de Globetechnici vaak ‘Vadertje Lutz’ genoemd.

We hadden ’s morgens de voorstelling gebouwd en ’s middags om twee uur zou de repetitie beginnen. Al wat er kwam om twee uur geen regisseur en acteurs en om drie uur was er nog niemand. 

Een telefoontje met Amsterdam maakte het ook niet echt helder, want er was rond het middaguur een bus met cast en regisseur uit Amsterdam naar Delft vertrokken. 

Om half vier kwam een briesende Ton Lutz het toneel op lopen en het enige wat hij uit kon brengen was; “PROEFSTREPEN!!!, PROEFSTREPEN!!!, PROEFSTREPEN!!! . . . 

Onder Zoeterwoude had Rijkswaterstaat een rijbaan afgesloten om de dikte van de proefstrepen te kunnen opmeten en daardoor had het verkeer moeten ritsen. 

Dat had tot een enorme file geleid. Lutz was woedend en riep er schande van dat de kunst in Nederland toch zo ernstig werd tegengewerkt door de overheid en zeker door die barbaren van Rijkswaterstaat. ’s Avonds liepen wij, de inspiciënten, op aangeven van Dick Heinz, met allemaal stukken GAF-tape op onze kleding. Dat hielden we tot op de avond van de première vol voor het Ton Lutz opviel. Op zijn vraag aan Dick Heinz wat of de betekenis van die stukjes tape op onze kleding was, kreeg hij als antwoord; “Dat zijn proefstrepen.” 

Die humor ging aan Vadertje Lutz voorbij. 

Tijdens de reis van het de ene naar het andere theater ontwikkelden collega’s soms gewoontes waaraan zijzelf heel veel plezier leken te ontlenen. Zo had onze senior-inspicient Kees Bakker de gewoonte om, als we onderweg tijd hadden om op te steken, als eerste geholpen te worden bij de kassa en om een plek te zoeken. In het begin viel het nog niet eens zo op, maar als er een collega toevallig een uitsmijter had besteld en peper en of zout op zijn eten wilde strooien gebeurde het, naar later bleek, wel opvallend vaak dat óf het dopje van de peper óf dat van het zout op het ei viel met daarbij de hele inhoud van het potje. Kees Bakker kon daar altijd onbedaarlijk om lachen en laat ik dit zeggen, we zagen het ook vaak om ons heen aan andere tafels gebeuren. Op een keer waren we onderweg naar Heerlen en maakten een tussenstop bij het AC-restaurant van Nederweert. 

Ik liep voor de meute uit het restaurant in en het lukte me ook om ruim voor Kees Bakker met mijn bestelling door de kassa te gaan. Zocht een tafel uit dat buiten het gezichtsveld van Kees lag en draaide de doppen van het zout en peperstel los. De rest van de collegae schoven met Kees aan en al pratend en ketend pakt Kees het zoutpotje op en begon te strooien of beter gezegd te storten. Dit tot groot vermaak van eenieder van ons. 

Ik heb in mijn latere carrière ook nog wel eens boze mensen meegemaakt, maar Kees Bakker staat nog altijd op dat punt aan de top. Wat was de man boos, maar het resultaat was wel dat we binnen onze groep en ook om ons heen niet meer meemaakten dat er dopjes van potjes vielen. 

We liepen onderweg soms ook wel schade op al bleef letsel ons bespaard. 

Tijdens het afbreken en laden van de trailer van “Met gesloten deuren/De Meiden” in Maastricht stond Roderick van Gelder beneden op straat de spullen die naar beneden werden getakeld in de trailer te zetten. Met Martin Vos hield ik me bezig met de spullen vast in de trailer te zetten. 

Tegen het eind, bij de laatste takel met vloerdelen die naar beneden kwam, hadden we een handje van Roderick nodig. Hij was koud binnen in de trailer of de strop om de vloerdelen brak en het hele spul kwam van een meter of zeven naar beneden en viel op straat. 

Soms zit het dan enorm mee, maar soms kan het ook tegen zitten. Op de terugreis reed Roderick met mij in de Citroën Diana mee terug en ik zou hem in Amsterdam afzetten. 

De wagen van Martin Vos liep op zijn top net zo hard als mijn auto en we hadden afgesproken om bij “De Lucht” na Den Bosch te stoppen voor koffie. Het was niet druk zo rond één uur in de nacht en toen wij weer via de voetgangerstunnel onder de snelweg door naar het parkeerterrein liepen, zagen we dat een vrachtwagen met aanhangwagen tegen de achterkant van mijn auto aan was gereden. De wagen zat vol met slachtkippen en was waarschijnlijk niet goed op zijn handrem gezet. De schade aan mijn auto viel op zich wel mee al moesten we wel een deuk uit het spatbord bij het achterwiel trekken omdat die tegen het rubber aanzat. 

Met het invullen van de schadeformulieren en het opzoeken van de chauffeur in het restaurant ging er in ieder geval hierdoor weer behoorlijk wat tijd van onze nachtrust af. 

Discussion

No comments yet.

Post a Comment

Archief