U leest...

geen categorie

Stukjes verhalende theatergeschiedenis 1974 – 1998. Deel 17

Rekwisieten (2) 

In mijn eerste jaar bij het Nationale Ballet volgde ik Martin Zijnen op en deed bij “Romeo en Julia” de rekwisieten. Ik werd door Martin als rekwisiteur op “Romeo en Julia” ingewerkt. 

Dat was ook meteen een behoorlijke kluif, want er zaten nogal wat rekwisieten in die voorstelling en ze vroegen ook het nodige onderhoud. In die tijd werden de decors van onze voorstellingen in Nieuw-Vennep bij een landbouwer in zijn schuur opgeslagen. 

Van enige klimaatbeheersing was in die schuur geen sprake met als gevolg dat als er weer een voorstelling werd hernomen, zoals “Romeo en Julia”, er behoorlijk wat opknapwerk aanzat. Zo waren vaandeldoeken die als decoratie in de kap hingen en op stokken waren opgerold, vaak groen uitgeslagen door dat de goudverf waar ze mee waren beschilderd door vocht was aangetast. Een week voor de voorstelling haalden we daarom vaak al de rekwisieten naar onze doekenopslag en werkplaats in een voormalig houten kerkgebouw naast Cinétol in de Tolstraat. Na droging van de spullen moest alles weer met de kwast worden bijgewerkt en vaak ook was er aan de rekwisieten nog veel te herstellen. Voor mij was dat altijd een prima tijd, lekker vaak alleen, klussen in de Tolstraat. 

De changementenlijst – Romeo en Julia.

“Romeo en Julia” was een choreografie van Rudi van Dantzig en was voor ons technici een flinke kluif om te doen. Wij reisden altijd met zes man om de voorstelling te bouwen en ook technisch uit te voeren en in tegenstelling tot veel andere balletten waren we tijdens de voorstelling bijna niet van het toneel. Daar kwam bij dat we voor de changementen ook de hulp van tenminste zes technici van het theater nodig hadden en die moesten tussen de changementen in geïnstrueerd worden voor het volgende changement. Bij “Romeo en Julia” hadden wij een changementenlijst van zestien pagina’s en de taken tussen ons waren tot in detail afgesproken. Ieder van ons had een technicus van het theater onder zijn hoede om de vijftien changementen uit te voeren. 

De changementenlijst liet zich lezen als een pornografisch werk – hier de ‘1e slaapkamerscène’ van Romeo en Julia.

  

Eind december 1978 hadden mijn toenmalige vriendin en ik besloten te trouwen (dit werd niet ingegeven door de ‘1e slaapkamerscène’ van hierboven). Het zou gebeuren op een kosteloze dag in het gemeentehuis van Schagen onze toenmalige woonplaats. Eigenlijk was het plan om met zijn tweetjes en de getuigen naar het gemeentehuis te gaan en er verder niet al te veel aandacht aan te schenken.  Ik had blijkbaar buiten de waard (schoonmoeder) gerekend, want tijdens tournee door West-Duitsland was er de nodige druk op mijn vriendin uitgeoefend om er toch een ‘feest’ van te maken. En aldus geschiedde. Het tijdstip werd op 16.00 uur in de middag gesteld en ik had Roderick van Gelder, mijn collega, gevraagd of hij de trouwfoto’s wilde maken. 

Dat leverde nogal wat bezwaren op bij Jan Hofstra, de eerste inspiciënt, want op onze trouwdag zouden we de decors van “Romeo en Julia” gaan laden voor een voorstelling een dag later in Rotterdam. Omdat ik niet bij het laden kon zijn, had Jan al een man minder en omdat hij ervanuit ging dat ik er met de voorstelling ook niet bij zou zijn vanwege dat trouwen zag hij allemaal beren op de weg. Zelf had ik me niet eens gerealiseerd dat ik een dag na mijn trouwen recht zou hebben op een vrije dag en ik was dan ook niet van plan om die dag vrij te nemen. We woonden al een behoorlijke tijd samen en trouwen dat was voor ons niet meer dan een administratieve formaliteit en dat is achteraf ook wel gebleken. 

Jan was daardoor wel opgelucht, maar twee man missen tijdens het laden dat was toch nog wel een probleem voor hem. Ik weet niet meer precies hoeveel trailers decor, licht en kostuums het waren, maar ik denk dat het er drie waren. Jan wilde om tien uur ’s morgens bij de boer beginnen en Roderick en ik hadden ingeschat dat hij dan niet op tijd in Schagen zou kunnen zijn. 

Thuis had ik het probleem met mijn vader en broer besproken en mijn vader opperde dat hij best wel ’s morgens mee wilde helpen en mijn broer deed eigenlijk hetzelfde aanbod. Toen ik Jan het aanbod overbracht en vroeg of we dan ’s morgens niet om acht uur al konden beginnen, ging hij daarmee akkoord. En zo kwam het dat ik mijn vader en broer ’s morgens om zeven uur in de auto had om naar Nieuw Vennep te gaan. 

Ik heb tot op hoge leeftijd van mijn vader moeten horen hoe zijn jongste zoon hem voor dag en dauw op zijn trouwdag aan het werk had gezet. De voorstelling was kort daarvoor nog gegaan, zodat er bij de opbouw in Rotterdam de volgende dag weinig was te herstellen. 

Jean Custers was bij het ballet ook iemand die vaak rekwisieten deed. Jean had niet zulke goede ogen, had een enorm sterke bril, en geen ambities om achter de lichttafel te zitten, omdat hij de nummers van de faders niet kon lezen. Jean hield het daarom voornamelijk bij decorchangementen en rekwisieten verzorgen. Bij “Pyrrische Dansen” van Toer van Schaijk gebruikten de dansers acht musketten waarmee ze op elkaar schoten. 

Links en rechts van het toneel stonden wij dan op dat moment met een alarmpistool klaar om de knallen te doen klinken. Uit de loop van de musketten zag het publiek dan rook en iets van vuur komen en met de bijbehorende knallen was het net echt. Op zo’n musket zat een schakelaar die de dansers verschoven om contact te maken om het in flitspapier gestopte theelepelpuntje magnesiumpoeder te laten ontbranden. Daarvoor gebruikten we anderhalf volts ontstekingen en was er in de kolf ruimte gemaakt voor een anderhalf volts batterij en een kroonsteentje waar we de ontsteking op aansloten. We gebruikten een stukje flitspapier dat goochelaars ook vaak gebruiken en daar deden we dan een theelepelpuntje magnesiumpoeder bij. De ontsteking deden we daarbij en dat plakten we met een stukje tape vast. Dit stopten we in de loop van zo’n musket, sloten het aan op het kroonsteentje en dekten dit met een afdekplaat af. 

Zoals ik al eerder schreef, Jean zijn ogen waren niet zo goed en op de een of andere manier was zijn maatvoering van het magnesiumpoeder ook niet altijd even consequent. 

Dat leidde ertoe dat de steekvlammen uit de wapens steeds groter werden, maar ook wel eens onder het afdekplaatje doorkwamen, wat bij sommige dansers wel verschroeide wenkbrauwen opleverde. 

Tijdens een tournee in 1979 naar Oost-Berlijn en vandaar door West-Duitsland gebeurde er bij het laden van de musketten een ongelukje. Jean had de verkeerde volgorde van vullen gehanteerd en als eerste de ontsteking op het kroonsteentje aan gesloten en toen hij bezig was om het flitspapier en het magnesiumpoeder om de ontsteker te plakken, zette hij het contact in werking. Hij liep daarbij een behoorlijke kwetsuur aan zijn hand op en werd op de eerst mogelijke vlucht terug naar Nederland gezet. 

Ik heb me bij “Pyrrische Dansen” een keer heel erg ongemakkelijk gevoeld met die alarmpistolen. In 1980 deden we een Oost-Europa tournee en via Warschau, Lotz, Boedapest en Debrezin kwamen we in Boekarest waar Ceausescu de touwtjes toen nog in handen had. We traden op in een conferentiezaal met een enorm breed podium, ik schat zo’n dertig meter breed. Achter het podium was het verblijf van Ceausescu. 

De dictator van Roemenië, Ceausescu.

Er werd elders in Boekarest al wel gewerkt aan een nieuw verblijf, maar op dat moment zat hij nog midden in de stad en werd behoorlijk streng bewaakt. Als je het pand binnenging en via een trappenhal naar boven dan kwam je bij iedere deur wel een soldaat tegen met een semi-automatisch wapen in zijn handen. 

Ik ben ooit eens, toen ik op zee zat, in 1973 met een collega in Cassablanca onder vuur komen te liggen van een soldaat die de kolder in zijn kop had gekregen en op een rotonde vlak voor de ingang van de haven met zijn wapen als een gek in de rondte schoot. Je weet niet hoe plat je moet liggen als je dat overkomt en ook hoe vervelend het is dat je niet in de straatstenen kunt wegkruipen. Dat kogels fluiten, weet ik sindsdien. 

Mijn hele leven tot op de dag van vandaag ben ik huiverig gebleven voor figuren die gewapend zijn. Zo ook toen in Boekarest. Ik heb bijna bagger gescheten toen ik tijdens de voorstelling een alarmpistool moest afschieten. 

“Wat zullen die gasten gaan doen als ze straks schoten horen op het toneel?” Waarschijnlijk hebben ze of niets gehoord of ze waren van tevoren op de hoogte gesteld. Ik heb die voorstelling in ieder geval overleefd. Die avond wist ik in ieder geval niet hoe snel ik mijn pistool weer moest inleveren. 

We hadden bij het ballet wel vaker te maken met harde knallen. 

Bij “Live/Life” in 1978 stonden we in het kader van het Holland Festival in Carré en werd niet alleen het podium gebruikt, maar ook de piste. Het was een enorm leuke maar ook bijzondere voorstelling om aan mee te werken. Rudi van Dantzig had een choreografie in zijn hoofd waarbij de dansers met wasmachines en koelkasten over de piste zouden rijden/dansen. Hij wilde alleen niet dat het allemaal dezelfde machines waren en ik kreeg opdracht om te zorgen dat er zo’n twintig machines kwamen die makkelijk te bewegen waren over het toneel. In de weken daaraan voorafging ik met onze technische bus van het ballet een drietal aanlegplaatsen van vuilnisboten in de stad langs om aan de vraag van Rudi te kunnen voldoen. 

De gemeentelijke opzichters kon ik voor hun medewerking vijfentwintig gulden per machine aanbieden en daar waren ze behoorlijk mee in hun nopjes. Binnen twee weken had ik voldoende machines in de Tolstraat verzameld en was ik, op de dagen dat we niet op reis waren, bezig om die machines van hun volledige binnenwerk te ontdoen. Tot die tijd had ik trouwens nooit geweten dat er zoveel beton in een wasmachine zat! 

Na de ontmanteling begon ik ze van zwenkwielen te voorzien en al binnen een week na de opdracht bracht ik de eerste machines naar de Stadsschouwburg, zodat ze er mee konden repeteren. 

Uiteindelijk denk ik dat slechts de helft van de wasmachines en koelkasten voor de choreografie werden gebruikt en de rest is weer teruggegaan richting de vuilnisboten. 

Bij aanvang van de voorstelling “Life/Live” begonnen we met een aantal explosies door pyroflashes. Daarvoor hadden we rond de schuine afloop van toneel naar de piste een viertal ontstekingsboxen liggen die we vanaf het toneel konden bedienen. Na een tweetal voorstellingen moesten die boxen schoongemaakt worden, want anders weigerden ze te ontsteken. Nu was ik meestal op tijd in Amsterdam en ging dan daar ook wat eten. 

Op een dag was het tijd om ze schoon te maken en kwam ik tegen vijf uur in de middag Carré binnen. Rudi was met een aantal dansers nog zaken aan het doornemen in de piste en ik maakte de boxen schoon, liep met de boxen terug de zaal in en sloot ze weer aan. Terwijl ik weer terugliep het toneel op, zag ik de dansers met Rudi ter hoogte van de publieksingang van de zaal staan. Ik draaide op toneel de sleutel om van het bedieningspaneel om te kijken of de pyroflashes het ook deden; drukte op de knop en . . . het werkte. 

Met nieuwe pyroflashes in mijn hand liep ik naar de voorkant van het toneel en zag daar een danser, lijkbleek schuddend ter hoogte van een ontstekingsblok staan. Terwijl ik achter het toneel was gegaan, had Rudi hem opdracht gegeven om zijn aanwijzingen uit te voeren en was op moment van ontploffing net boven de box omhoog gesprongen. 

Gelukkig had hij geen lichamelijk letsel, maar hij heeft zijn spacing de rest van de voorstellingen wel aangepast. 

Alle medewerkers van de uitvoering Live/Life van Het Nationale Ballet verzamelt in de piste van Carré.

“Life/Live” was ontzettend leuk om te doen en ik heb die periode kunnen ervaren dat Het Nationale Ballet een bijzondere eenheid was. Het voelde als familie. Het zingen van de “Internationale” vlak aan het slot met iedereen die aan de voorstelling meewerkte, vond ik prachtig.

Op de persoonlijke pagina van de Theater Encyclopedie treft u een heel overzicht van de tot nu toe gepubliceerde theaterverhalen zoals die hier op mijn blog zijn verschenen. De link hieronder geeft u direct toegang.

https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Martin_Wagenaar

Discussion

No comments yet.

Post a Comment

Archief