U leest...

geen categorie

Stukjes verhalende theatergeschiedenis 1974 – 1998. Deel 26.

Goochelen (1) 

Halverwege de tachtiger jaren maakte ik in café ’t Heremetijdje in Schagen kennis met de goochelaar Richard Ross. Richard was bevriend met de toenmalige uitbater Con de Vries die ook over de nodige vingervlugheid beschikte. 

Ik had die dag samen met Nick Snaas een klus gedaan en na afloop waren we net voor sluitingstijd het café binnen gekomen waar Richard en Con elkaar vliegen zaten af te vangen met ’table magic’. Het werd heel gezellig en het was al ver na sluitingstijd dat ik het keukentje inging om te zien of er nog wat eetbaars was te maken van de spullen die in de koelkast stonden. De zon was al lang en breed op toen ik een uitgebreide omelet met stokbrood op de bar zette. 

Richard Ross, 29 juni 1988, foto Nationaal Archief, collectie Anefo.

Richard was in 1970 en 1973 wereldkampioen goochelen geweest en winnaar van de “Performer Fellowship Award” van de “Academy of Magical Arts, de “Oscar” van de goochelwereld. Met zijn vrouw Veronique, zijn assistente op het podium, reisde hij de wereld over.

Op YouTube is een opname van Richard te zien met daarop de twee acts waarmee hij wereldkampioen werd.

Richard stond ieder half jaar een maand in de “Crazy Horse” in Parijs en begon rond de tijd dat wij elkaar troffen moe te worden van al het gereis en wilde zich definitief in Nederland settelen. Hij kocht in 1986, samen met zijn broer, een bollenschuur die hij op de eerste etage ombouwde tot woonhuis en de benedenruimte tot een klein intiem theatertje dat als trainingscentrum en try-outplek dienst zou doen voor goochelaars. In diezelfde periode werd hij als goochelaar en running gag gevraagd voor de 1-2-3-TV-shows, waarvoor Rudi Carrell vanuit Duitsland was aangetrokken als presentator. 

Tijdens die shows kwam Richard altijd een keer op om een goochel-act op te voeren en introduceerde hij in plaats van het in die tijd bekende goochelstokje de spuitbusjes Magic Spray. 

Hij was opgegroeid in de Jordaan in Amsterdam en toentertijd nog hetzelfde straatschoffie als hij in zijn jeugd moet zijn geweest. Hij had iedereen er altijd glad voor over en schmierde er vaak lustig op los. Ook Rudi Carrell, die in 1986 het Magic Art Centre van Richard officieel opende, moest er in één van de shows aan geloven. Richard had in die tijd een moderne variant van het toverstokje bedacht: Magic Spray!

Carrell, altijd mooi in het pak, kwam in één van die shows in een scène Richard tegen en Richard haalde bij die ontmoeting een schaar uit zijn zak. Pakte de stropdas van Carrell en knipte die er voor de helft af, Ross maakte wat goochelachtige gebaren, haalde een spuitbusje Magic Spray uit zijn zak, hield het afgeknipte deel bij de andere helft en spoot toen de Magic Spray, die normaal gevuld was met lucht onder druk, maar helaas het busje was leeg en hij liet Carrell verbouwereerd met een halve stropdas achter op het podium. Meneer Carrell was niet van zulke grappen gediend en daar is achteraf ook nog het nodige over gesproken. 

Richard Ross met Hans Otjes als zijn assistent.

Rond die tijd begon ik voor Richard belichtings- en productieklussen te doen. Dat kwam eigenlijk omdat ik eens bij een bezoek aan het Magic Art Centre tegen Peter van Dijk aanliep die een kantoorruimte bij Richard huurde en iets in de reclame deed. Hij vertelde me dat hij betrokken was bij het feestelijk in bedrijfstellen van de allereerste Airbussimulator voor de KLM. Al pratende kwam ik erachter dat er nog niet bepaald een idee was om dat ding te presenteren, maar begreep wel dat het een bijzondere presentatie moest worden, omdat Prins Bernhard de simulator in gebruik zou stellen. Prins Bernhard zat met enige regelmaat op Schiphol-Oost in de F27-simulator om zijn vliegbrevet te onderhouden en had vele vlieg ‘vrienden’. 

De opdracht die KLM aan Peter van Dijk had gegeven was heel simpel; bedenk een korte visuele presentatie van de simulator, waarbij Prins Bernhard de openingshandeling verricht. Verder zou Prins Bernhard een proefvlucht in de simulator gaan maken, maar in tegenstelling tot de ingebruikstelling van de F27-simulator, ook door Bernard verricht, mochten daar geen beelden en geluidsopnames naar buiten komen. Bij de ingebruikstelling van de Fokker simulator door prins Bernhard had men bedacht een microfoon in de cockpit te hangen, zodat de aanwezigen konden meeluisteren. De prins was bij die gelegenheid gecrashed en het publiek had toen een paar grove vloeken uit zijn mond gehoord. 

De Airbussimulator was van de A310, maar omdat KLM er prat opging met de nieuwste technieken altijd een stapje op voor te zijn, werd deze simulator A309 gedoopt.

Na een bezoek aan de simulatorhal op Schiphol-Oost heb ik een plan gepresenteerd om de simulator door een gaasdoek aan het zicht van de genodigden te onttrekken. Met licht op dat doek aan de kant van het publiek bleef de simulator niet te zien. Omdat de hal enorm hoog was, werd het zaallicht gemaakt met schijnwerpers die aan weerszijden van de hal over het publiekschenen. Peter van Dijk zocht passende muziek uit om met licht op de simulator een show te kunnen maken. Wat moet je dan de prins laten doen? Het zaallicht had ik op een aparte lichtregelaar gezet en stelde voor om de prins met een fader het zaallicht uit te laten doen, terwijl zijn stoel apart uitgelicht bleef en hij terug naar die stoel niet zou struikelen. Op moment dat de prins zou zitten, startte de show. We zijn zo’n drie dagen bezig geweest om het allemaal op te bouwen en dat viel niet mee, omdat die simulators, een stuk of acht, zo’n 24/7 in gebruik zijn en je rekening moest houden met al die bewegende spinnenkoppen. De simulatorhal had een viertal ingangen en je kwam slechts binnen als je de code van de deur kende. De ingebruikname zou op een middag om 14.00 uur plaatsvinden en de genodigden werden een half uur van tevoren verwacht aanwezig te zijn om de prins rond tien voor twee bij de hoofdingang te verwelkomen. Om kwart voor twee nam Orlandini, toenmalig president- directeur van de KLM, de gasten mee naar buiten en ik bleef met mijn handlichttafel alleen in het gebouw achter. Mijn lichttafel stond achter de achterste publieksrij op een praktikabel waardoor ik over alles en iedereen heen kon kijken. 

Het duurde een paar minuten toen ik rechtsachter in de hal een deur hoorde opengaan en ik een geüniformeerde man en een man in burger zag binnenkomen. Al gniffelend kwamen ze richting de zaal en zag ik dat de anjerdragende man Prins Bernhard was met zijn adjudant. Zij knikten mij vriendelijk toe en gingen op de voor hen duidelijk gereserveerde stoelen zitten. Er gebeurde een hele poos niets tot een KLM-stewardes binnenkwam lopen, verschrikt naar de twee heren keek en opslag om haar as draaide en weer verdween. Kort erop kwam Orlandini luidt lachend binnen met de gasten in zijn gevolg. Achteraf werd mij verteld dat Bernard, terwijl ze het terrein opreden, de hele meute voor de ingang had zien staan en hij toen zijn adjudant opdracht had gegeven naar de achterkant te rijden. Hij kende de code van de deuren en hij hield ook wel van een grap. Bernard was een prima assistent bij het uitdoen van de zaalverlichting en was zeer ingenomen met de presentatie van de simulator. Zijn adjudant kwam na afloop naar me toe en boodt mij namens de prins een fles rosé champagne aan. Bij alle presentaties waar de prins bij aanwezig was, was het een eis dat deze champagne ruimschoots aanwezig was. Op het etiket viel ook te lezen dat ze ‘specially bottled for the Prince of the Netherlands’. Het succes van de presentatie kwam ook Richard Ross ter ore en vanaf dat moment ben ik een aantal keren betrokken geweest bij bijzondere bedrijfspresentaties die hij als klussen aannam. 

Op de persoonlijke pagina van de Theater Encyclopedie treft u een heel overzicht van de tot nu toe gepubliceerde theaterverhalen zoals die hier op mijn blog zijn verschenen. De link hieronder geeft u direct toegang.

https://theaterencyclopedie.nl/wiki/Martin_Wagenaar

Discussion

No comments yet.

Post a Comment

Archief