U leest...

geen categorie

Stukjes verhalende theatergeschiedenis 1974 – 1998. Deel 5.

De souffleurs. 

Cor van Helvoort was bij Globe één van de twee souffleurs van dienst. De ander heb ik nooit ontmoet, want die zat bij de andere groep. Ik kan niet zeggen dat souffleur een zwaar beroep was als ik het tenminste vergelijk met het werk dat wij deden. Cor maakte echter wel vaak een heel vermoeide indruk. Op zich was dat niet zo gek, want hij maakte eigenlijk net als wij vrij lange werkdagen. Als een voorstelling in première was gegaan dan begonnen de repetities van een volgend stuk eigenlijk ook al meteen en vanaf de eerste lezing moest daar een souffleur bij aanwezig zijn. Repetities begonnen meestal ’s morgens om tien uur en als je dan ’s nachts rond twee uur in Amsterdam was teruggekomen dan waren dat korte nachten.

De souffleurs zaten altijd in de rechter manteau (1.) op het toneel. De stoeltjes waarop zij zaten waren niet bepaald luxueus te noemen. Voor de souffleurs werd een lessenaar met een leeslampje opgehangen met een blauwlampje, zodat de reflectie van het script minimaal was en het publiek er niets van merkte. 

In zo’n beginperiode moest de souffleur altijd wel extra alert zijn, omdat sommige rollen nog niet helemaal stonden. Gaandeweg de voorstellingenreeks kon de souffleur wat meer ontspannen. 

Echter als de acteurs naar een plaats gingen waar de acteurs ook vóór de voorstelling dineerden dan werd er wel weer wat meer van de souffleur gevraagd, want na een goede maaltijd met rijkelijk wijn wilde men nog wel eens een beroep op hem doen. Eigenlijk moest een souffleur altijd goed bij de les zijn. Cor kwam altijd met een aktentas het toneel op en je zag hem voor de voorstelling altijd over het hele toneel schutteren met de tas in de hand. Het heeft bij mij een poosje geduurd voor ik begreep waarom hij zo’n grote aktentas voor dat ene script nodig had. Cor had een casco van een motorkruiser aangeschaft en bracht al zijn vrije tijd door om daar een varend geheel van te maken. Om de boot stabiel te krijgen moest hij voor ballast in zijn bilge zorgen en daarvoor maakte hij gebruik van zijn aktentas. Als hij het toneel opkwam zat daar alleen zijn script in, maar als Cor weer richting de artiestenbus ging dan was die tas zo’n twintig tot dertig kilo zwaarder door de gietijzeren kluiten die op toneel werden gebruikt om de trekken af te wegen of de schoren van het decor vast te zetten. Het knappe was dat hij, als hij het toneel verliet, net zo met zijn tas liep te zwieren als dat hij daar aan het begin van de avond mee op was gekomen. Ik heb Cor in dat jaar bij Globe één keer onbekwaam meegemaakt. In mijn herinnering moet dat bij “Stilte aan de andere kant van de heg” zijn geweest, want daarin vielen nog wel eens wat stiltes en het waren juist die stiltes die op dat moment door Cor van Helvoort werden ingevuld. Tot grote ergernis van Ton Lutz die op die momenten zijn stille spel etaleerde. 

Het was in De Lawei in Drachten. Roel Oostra was daar directeur en was voor de techniek en voor de spelers altijd een warme gastheer. Roel Oostra ontving iedereen altijd met open armen en zorgde er ook altijd voor dat voor we weer afreisden naar Amsterdam, we allemaal wat warms te eten hadden gehad. Voor de voorstelling stond er voor ieder in de kleedkamers een zak flacon Beerenburg klaar met een schitterend “De Lawei-etiket” en een kaartje met welkomstgroet. Niet iedereen was gesteld op Beerenburg, maar altijd wel heel erg dankbaar voor de geste. 

Cor had onder de acteurs zijn vaste relaties met degenen die geen Beerenburg dronken en verzamelde zo altijd de nodige flesjes. Cor kon ook nooit wachten voor hij thuis was om zo’n fles te openen en ik heb de indruk dat hij het die avond ook niet bij één fles had gehouden. Al vrij snel die avond begon de Beerenburg bij Cor heel laxerend te werken en de anders zo rustig lopende man moest het op een rennen zetten om het toilet te halen. Er was echter geen mogelijkheid voor hem om achter het decor om te lopen. Om van rechtsvoor het toneel naar linksachter het toneel richting toilet en kleedkamers te kunnen, moest hij een smal gangetje achter het toneel door. Dat was op zich niet zo’n bezwaar als er gewoon werklicht zou zijn geweest, maar nu liep je in een donkere gang, met links en rechts een blauwlampje met daartussen in wat opgeslagen spullen die niet op het toneel konden blijven liggen. Het opstaan vanuit zijn stoel in de manteau was al goed te horen, zeker ook toen zijn stoel omviel. De deur van de gang vond hij zonder problemen, maar alles wat hij tussen de twee blauwe lampjes wat op de grond lag en stond tegenkwam, was te horen voor hij de deur naar de kleedkamers en toilet had bereikt. Daarna bleef het aan zijn kant van de heg een minuut of tien stil voor we hem de gang in tegengestelde richting hoorden nemen. Dit keer ook met zacht ingehouden gevloek. 

Ook het zoeken naar zijn stoel gaf nog enig gerucht. Ik weet niet of hij in de pauze door Ton Lutz er op aangesproken is. Cor bleef die pauze angstvallig op zijn stoel zitten, meed de artiestenfoyer en voor aanvang hebben we hem nog wakker gemaakt. De acteurs hadden die avond niet echt veel aan hem. 

Bij het Publiekstheater hadden we Karel Bakker als souffleur en dat was een heel ander type dan Cor. Karel liep tegen zijn pensioen aan, een keurig gedistingeerde man die zich ontzettend kon opwinden als een acteur een woord in zijn tekst oversloeg en erger nog een tekst verhaspelde. De acteur of actrice kreeg dan zeker of al in de pauze of na afloop met hem van doen, want Sophocles en Shakespeare hadden dat tenslotte niet voor niets zo opgeschreven. Aan de Publiekstheatersouffleurs hangen eigenlijk geen anekdotes, daarvoor was er ook te zeer een afstand tussen techniek en alles wat er verder rondliep. Bij Globe behoorde iedereen tot de familie. Bij het Publiekstheater was het toch meer ‘ieder voor zich’. Ik herinner me nog wel de opvolger van Karel Bakker, voornaam is me niet blijven hangen. Het was een jongen van ik denk Surinaamse afkomst, maar kan ook van een van Caraïbische waddeneilanden zijn geweest, Joosten was zijn naam. Een uitermate relaxte vent. 

Hing ontspannen in zijn stoel rechts in de manteau met het script op schoot en volgde de voorstelling met belangstelling. Als er eens een acteur in zijn/haar tekst bleef hangen keek hij die altijd heel bemoedigend aan met een blik in de ogen van “Ja, je weet het wel. Ontspan en het komt zo weer tot je”. 

Als de paniek in de ogen van de acteur niet verdween, maar groter werd dan zag je hem naarstig door zijn script bladeren in de hoop de juiste tekst te vinden. Vaak lukte dat ook wel, maar heel vaak was het dan op toneel door de acteurs onderling opgelost. 

Zelf heb ik me ooit eens door Arend Hauer, de vader van Rutger Hauer, laten verleiden tot het toneelspel. Ik had Arend ontmoet bij de repetities van een amateurtoneelstuk dat door zijn vrouw Teunke werd geregisseerd en waar ik de belichting voor deed. Arend belde me op een goed moment op, ik werkte bij het Nationale Ballet, en vroeg of ik in een stuk wilde meespelen. Ik heb hem toen uitvoerig verteld dat ik niet de ambitie had, ook niet het talent daartoe, maar hij heeft me toen het gevoel gegeven dat ik er juist het goede talent wel voor had. 

Repetities moesten worden aangepast, omdat ik mijn verplichtingen bij het ballet had, maar uiteindelijk kwam er een première in de zaal van het lokale café. Op dat hele kleine toneel stond middenvoor een enorme kast waaronder de souffleuse van de toneelvereniging zat. 

Alle ingestudeerde lopen moesten worden aangepast, want anders struikelde je over dat souffleurshok. 

Het stuk bestond uit vijf bedrijven en ik had met de groep maar vier bedrijven in kunnen studeren. 

Op de dag van de voorstelling was ik bij Arend en Teunke thuis op de Amstel in Amsterdam geweest om het vijfde bedrijf in te studeren. Dat was eigenlijk ook nog wel gelukt, alleen mijn medespelers moesten er die avond nog erg aan wennen. Mevrouw de souffleuse was daarom blijkbaar de hele avond luid en duidelijk aanwezig. Het irriteerde me dermate dat ik midden in mijn tekst haar heb aangesproken en haar uitnodigde om mijn rol maar op toneel over te nemen omdat ik me een buikspreekpop begon te voelen. 

De nazit was verre van gezellig die avond. 

1.Manteau maakt met de portaalbrug onderdeel van de toneellijst uit. Met de manteaus links en rechts kan je de toneelopening smaller of breder maken. Met de portaalbrug kan je de toneelopening hoger of lager maken. 

Discussion

No comments yet.

Post a Comment

Archief