Koud van de Zuidscharwouderkermis thuiskomen. (3.)

Alkmaarse Courant, 23 september 1936, pag. 2

Het drama te Broek op Langendijk.

De stemming in de gemeente is zeer opgewonden.

Een arrestatie te Amsterdam.

In verband met de tragische gebeurtenis te Broek op Langedijk, waarbij een jongeman om het leven is gekomen door een revolverschot van een brigadier van den rijksveldwacht, die van zijn vuurwapen gebruik maakte toen hij des nachts door eenige van de kermis terugkeerende jongelui werd lastiggevallen, heeft de Amsterdamse recherche in den loop van den dag in de hoofdstad een der tot het gezelschap behoorende schippersknecht, de 28-jarige D.K. gearresteerd. De burgemeester van Broek op Langendijk had arrestatie van K. verzocht als verdachte van openlijke geweldpleging in vereeniging tegen een ambtenaar, en vrij gemakkelijk heeft de Amsterdamse recherche den verdachte kunnen vinden.

Gistermorgen vroeg was K., zooals gewoonlijk, met een schuit met groenten naar Amsterdam getrokken, waar hij zijn waren moest afleveren op de Handelskade. Hier werd K. door de recherche gearresteerd en vervolgens naar Alkmaar op transport gesteld om te worden verhoord.

De brigadier zou niet tactisch zijn opgetreden.

Van onzen correspondent vernamen wij heden nog diverse bijzonderheden, waaruit duidelijk blijkt, dat de brigadier in zijn nieuwe standplaats allesbehalve gezien was. Hij was – althans naar het oordeel van veel bewoners – te “deftig”. Hij mistte het contact met de bevolking, dat zijn voorgangers hadden, hij trad te veel “militair” op en zou een politieman zijn, die uiterst streng zijn dienstvoorschriften volgde, maar de tact mistte om wat hij wilde bereiken op gemoedelijke wijze gedaan te krijgen. De menschen uit deze streek zijn wel eens luidruchtig, maar van een goeden inborst en van ernstig verzet of misdadige neigingen is geen sprake.

Werd tot dusverre bij het sluiten van kermisvermakelijkheden en café’s zeer gemoedelijk opgetreden, thans zouden de dienstvoorschriften op dictatoriale wijze zijn uitgevoerd. Een werklooze, die om twee uur bij een kraampje iets stond te kopen werd op barsche wijze toegesproken en zag den brigadier reeds naar zijn klewang grijpen toen hij zich op het eerste bevel niet dadelijk verwijderde.

Er was reeds ontevreedenheid onder de bevolking omdat des middags door den brigadier in het café Kooper procesverbaal werd opgemaakt omdat zich bij de dansers eenige personen bevonden, die den leeftijd om daar te worden toegelaten nog niet bereikt hadden. Tot dusver was er nimmer streng opgelet als jongeren eens onder geleide van anderen binnenkwamen. Natuurlijk mocht het niet en was de brigadier in zijn recht, maar men vraagt zich te Zuidscharwoude af of het niet tactisch zou geweest zijn het deezen eersten keer althans bij een waarschuwing te laten.

Bij het ontruimen der café’s was het eveneens hard tegen hard gegaan en had de gemoedelijkheid van vroegere jaren geheel ontbroken. Er was een geprikkelde stemming onder de bevolking en het was verklaarbaar, dat de groepjes, die na sluitingstijd door het dorp dwaalden min of meer “geladen” waren.

Wat de muzikanten overkwam.

Dat de politie anderzijds met lastige feestgangers te doen had, is duidelijk gebleken uit de mishandeling van een tweetal muzikanten, die in het café van de weduwe Schoenmaker gespeeld hadden. 

Deze twee, waaronder een bewoner van Zuidscharwoude, liepen buiten het café een luchtje te scheppen, toen ze door een achttal opgeschoten jongens onder aanvoering van den thans te Amsterdam gearresteerden K. werden aangevallen. Zij werden op de grond geworpen, geslagen en getrapt en van den Zuidscharwouder werden de kleeren vernield. Het is teekenend voor de mentaliteit der bevolking, dat toen dezen muzikant werd aangeraden zich bij de inmiddels ter plaatse verschenen rijksveldwachter van Oudkarspel te beklagen, hij daartoe niet te bewegen was en gezegd zou hebben: “Ik zal het zelf nog wel eens uitvechten en als K. alleen is, durft hij toch niet”.

Wat er later gebeurde.

Vast staat, dat van dit achttal vier jongens later naar Broek op Langendijk zijn gegaan en dat, bij het huis van den brigadier v.d. B. gekomen de geprikkelde stemming nog geenszins bekoeld was.

Hun ontevredenheid ging bovenal naar dezen nieuwen politieman uit. Zij maakte lawaai voor zijn woning en hebben tweemaal gebeld, waarna de brigadier uit het achterhuis kwam en met zijn klewang op de nachtelijke rustverstoorders afging. Hij heeft een drietal jongelui op deze wijze tot aan de drogisterij van het Groene Kruis gedreven en enige schoten gelost. Het was pikdonker daar de lantaarns in Broek op Langendijk na twaalf uur om de andere worden gedoofd en juist de lantaarns op de plaats van de vechtpartij niet gebrand hebben.

Toen de brigadier weer naar zijn huis terugkeerde, kwamen ook de jongelui weer naar voren en riepen hem verschillende scheldwoorden toe. De brigadier heeft toen enkele malen in de lucht geschoten en het is te begrijpen, dat deze schoten in den nacht de omwonenden gewekt hebben. Sommigen dachten aan een herhaling van het vuurwerk dat men ter gelegenheid van het vorstelijk paar heeft afgestoken. Anderen, die zich buiten hun woning hadden begeven, begrepen maar al te spoedig aan welk gevaar zij zich in den donkeren nacht blootstelden en liepen hun huizen weer binnen.

Volgens omwonenden, die zich dicht bij het huis van de brigadier bevonden, zou een der huisgenooten van deze politiedienaar diens aandacht erop gevestigd hebben, dat zich ook nog een der aanvallers in een terzijde van de woning gelegen schuitje bevond. Dat was de 25-jarige Kool en, naar men wist te vertellen, zou hij met de handen omhoog –  als teeken van vrijwillige overgave –  naar den brigadier zijn geloopen. Deze schoot in de richting waaruit hij in het donker een nieuwen aanvaller verwachtte en het is een zeer betreurenswaardige samenloop van omstandigheden geweest dat hij den jongeman niet alleen raakte, maar bovendien zoo precies in het hart trof, dat de door onmiddellijk moet zijn ingetreden.

Zorg voor den getroffenen.

Een buurman van den brigadier heeft na het vallen van het noodlottige schot den gemeenteveldwachter Nieuwenhuis opgebeld, die binnen vijf minuten ter plaatse was, maar den indruk kreeg, dat het slachtoffer dood was. 

De inmiddels gewaarschuwde dokter Verdonk constateerde den dood en de thans te Amsterdam gearresteerde K. is een auto gaan halen, waarmede het slachtoffer naar het Sint Elisabethgesticht te Alkmaar werd overgebracht.

De jongen stond gunstig bekend.

Algemeen gaat de deernis der dorpelingen uit naar het zo zwaar getroffen gezin Kool, waarvan de vader een galanteriewinkel heeft, en in welk gezin meerdere groote jongens –  een daarvan behaalde nog kort geleden het politie-diploma – de zorgen helpen verlichten. De verslagene was evenals de familie van christelijke beginselen, hem was verboden de kermis te bezoeken, maar hij schijnt tegenover de overredingskracht van zijn vrienden niet opgewassen te zijn geweest. Het slachtoffer was een ijverig werker. Hij had eerst gevaren tusschen Antwerpen en Londen en had nu werk gevonden bij het transportbedrijf van de firma C. van Schoorl en Zoon. Men begrijpt wat het voor dit gezin beteekende, toen burgemeester Slot persoonlijk de droeve mare kwam mededeelen.

Waarom al die geheimzinnigheid?

Het was gister niet gemakkelijk een duidelijk beeld der gebeurtenissen te verkrijgen want diverse autoriteiten schijnen al dan niet op voorschrift van rijksveldwacht of justitie bevel te hebben gekregen zich over het verloop van het drama in geen enkel opzicht uit te laten.

Waarom deze geheimzinnigheid noodig is begrijpt niemand. Men bereikt er natuurlijk geenszins mede, dat het gebeurde niet bekend en besproken wordt en het geeft in den beginne slechts aanleiding tot onjuiste of onvolledige berichtgeving, die niet anders dan de verwijdering tusschen bevolking en politie kan vergroten en geruchten naar voren kan brengen, die de stemming in het dorp noodeloos verontrusten.

Groote ontevredenheid onder de bevolking.

Naar wij uit Broek op Langendijk vernemen is de bevolking daar, nu de eerste schrik en verslagenheid voorbij zijn, zeer opgewonden. Heeft men eenerzijds diep medelijken met het zo zwaar getroffen gezin, anderzijds vraagt men zich af of het in dit geval noodig was zoo roekeloos met de revolver om te gaan. Sinds menschen heugenis is er aan den Langendijk door politiemannen niet geschoten en men heeft daar geen behoefte aan brigadiers, die reeds meermalen getoond hebben zoo onvoorzichtig met hun vuurwapen om te gaan. Wat hier gebeurd is drukt zijn stempel op de kermisvreugde van Zuidscharwoude, het is in de geheele omgeving het gesprek van de dag en er zullen tactische maatregelen noodig zijn om de goede betrekkingen tusschen de bevolking en de rijkswacht weer te herstellen. Het allereerste, dat men verlangt, is een gestreng en onpartijdig onderzoek, waarbij ook onder het oog gezien wordt in hoeverre hier van schuld van de zijde der politie kan worden gesproken.

Wordt vervolgd.

Bronnen en illustraties; Regionaal Archief Alkmaar, Alkmaarsche Courant, Schager Courant, St. Langedijker Verleden en eigen collectie.

Reacties en aanvullingen; kunt u mailen naar schaduwrijklangedijk@gmail.com of via de reactiemodus op deze website.

Geef een reactie