Al spittend in de raadsverslagen van Langedijk in het Regionaal Archief te Alkmaar heb ik enorme bewondering voor burgemeester Schelhaas gekregen. Het was een man, niet alleen met een brede visie, als wel ook enorm ondernemend. In mijn herinnering, van de aubades die we als kind op koninginnedag bij het gemeentehuis moesten brengen, was het een kleine man met steevast een sigaar in het hoofd. Bestuurlijk moet het, gelezen zijn daadkracht, een pitbull zijn geweest. In dit deel wordt er ook weer uitsluitend geciteerd uit de stukken die ik in het Regionaal Archief aantrof (*).
Kwaliteit van ringvaartwater als inzet om te overtuigen.
Er gaat weer ruim een jaar overheen als burgemeester Schelhaas de stoute schoenen weer aantrekt en de minister van sociale zaken en volksgezondheid wederom aanschrijft over de noodzaak van een open zwembad (*):
“Noord-Scharwoude, 19 december 1952. Bij de behandeling van het ontwerp-begroting 1953 in de uit de gemeenteraad gevormde afdelingen hebben diverse leden er bij ons op aangedrongen ten spoedigste over te gaan tot de bouw van minstens één open zwembad. Reeds bij ons schrijven van 4 juni 1951, no. 1869, vestigden wij er uw aandacht op, dat in deze waterrijke, voor de jeugd uiterst gevaarlijke, gemeente het gemis van een zwembad zich sterk doet gevoelen en dat gesproken moet worden van de noodzaak tenminste één open zwembad te bouwen. Onze gemeente telt bijna 9000 inwoners, zodat o.i. alleen al op deze grond de stichting van een open zwembad verantwoord is. Wij verzoeken u dan ook met de meeste aandrang toestemming te verlenen tot de bouw van een open zwembad in deze gemeente.”
Op 27 maart 1953 antwoord de secretaris-generaal van het ministerie van Sociale Zaken en Volksgezondheid als volgt op het verzoek van 19 december 1952;
“In verband met Uw bovenvermeld verzoek om toestemming te verlenen tot de bouw van een open zwembad in uw gemeente bericht ik Uw College het volgende.
Ingevolge een besluit van de Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting van 26 Juli 1952 (Nederlandse Staatscourant 1952, No 148 en No 150) kan de bouw van een zweminrichting zonder toestemming plaats vinden, indien de kosten een bedrag van ƒ. 100.000,– niet overschrijden. Mocht dit ten aanzien van het project Uwer gemeente het geval zijn, dan zal ik het echter bijzonder op prijs stellen, indien de plannen in hoofdzaak ter beoordeling der hygiënische aspecten thans reeds worden voorgelegd aan de pharmaceutische inspecteur van de volksgezondheid J. Ebels, Bildtsestraat 98 te Leeuwarden.
Gaan de bouwkosten evenwel een bedrag van ƒ. 100.000,– te boven dan dient wel toestemming voor de bouw te worden gevraagd. In dat geval moet de aanvrage om bouwvolume langs de normale weg, derhalve bij de Minister van Wederopbouw en Volkshuisvesting, worden ingediend.”

Ook de raadsleden blijken de noodzaak van een zwembad in te zien.
In de raadsvergadering van 23 juni 1953 (*) vraagt de heer Volkers (CPN) hoever het staat met de plannen tot stichting van een zweminrichting. Uit het antwoord van de burgemeester blijkt dat het College er alles aan doet om Den Haag te overtuigen van de noodzaak van een gesloten zweminrichting, want men heeft bedacht dat een eventueel plan voor de bouw van een zwembad in het buitenwater voor de inspecteur van de volksgezondheid niet aanvaardbaar zal zijn. De burgemeester antwoord dat aan de gemeente-architect opdracht is gegeven het water in de Ringvaart te laten onderzoeken. De uitslag is nog niet bekend. Uit een bespreking met de heer Ebels (na de oorlog blijkbaar in functie gebleven), inspecteur van de volksgezondheid, is gebleken, dat het stichten van een zwembad in het buitenwater geen schoonheidsprijs verdient. Er is echter geen wettelijke regeling, die het stichten van zwembaden in het buitenwater verbiedt. Indien in de toekomst tot stichting van een zwembad zou kunnen worden overgegaan, zal dit grote financiële offers met zich medebrengen. Volgens opgaaf van de architect van de bond van zweminrichtingen, zou een centraal zwembad in deze gemeente ƒ 150.000,– kosten.
Indien er een zwembad moet komen dan zal de burgerij daartoe het initiatief moeten nemen, waarbij de burgemeester denkt aan een financiële bijdrage van de burgers.
In de raad wordt serieus meegedacht over het stichten van een zwembad en ook wordt er gesproken om het particuliere initiatief te ondersteunen, want geld is in Langedijk niet echt ruim aanwezig. Een zwembad in buitenwater kost volgens de voorzitter, Schelhaas, toch al snel ƒ. 50.000,– en de geschikte plaatsen voor een dergelijk zwembad acht hij bij de Sluiskade te Broek op Langedijk en bij het Waardje te Oudkarspel. Wethouder Kuiper weet te melden dat het Waardje erg smerig is. De heer Dirkmaat is van mening dat er in Langedijk wel twee zwembaden in het buitenwater moeten komen en is van mening dat je voor ƒ 15.000,– al een behoorlijke zwemgelegenheid kan verkrijgen. De heer Van Dijk merkt op, dat de mensen “schreeuwen” o een zwembad, maar niet graag bereid zijn hun schouders onder een dergelijk plan te zetten. Spreker is van oordeel, dat alvorens de raad deze zaak opnieuw gaat bekijken, eerst dient te worden afgewacht, hoe het initiatief zich onder de burgers ontwikkelt.
Op 3 juli 1953 (*) schrijft het Instituut Drinkwatervoorziening dat de betreffende watermonsters op zijn instituut zijn aangekomen. Voor een chemisch wateronderzoek zijn de hoeveelheden helaas te klein. In het algemeen stelt de schrijver dat het oppervlaktewater in Nederland van slechte kwaliteit is en ingeval gebruikt voor een zweminrichting het water in een bassin rondgepompt dient te worden en moet worden gefilterd. Het water dient regelmatig ter keuring te worden opgestuurd naar voornoemd instituut om de kwaliteit te kunnen waarborgen. Als het blijkbaar niet linksom lukt dan zoekt het College wegen om het rechtsom te doen.

Sportraad wordt ingezet.
In november 1954 (*) geeft het College de sportraad opdracht om te adviseren omtrent de oprichting van een zwembad in de gemeente. Tevens wil het College ook onderzocht hebben dat de sportraad ruimschoots aandacht besteed voor welk aandeel de burgerij in de stichting en het beheer van het bad in financieel opzicht zou kunnen bijdragen. Secretaris van de sportraad is de ambtenaar van de gemeente Langedijk de heer J.A. Zielstra.
Op vrijdag 7 januari 1955 (*) is er een vergadering van de Sportraad met twee agendapunten, t.w.; 1. Verslag van het bezoek aan de zwembaden te Ermelo en te Doorn. De heer J.N. de Jong, gemeente-architect, zal op deze avond aanwezig zijn en een technische toelichting geven. 2. Bespreking van de financiële consequenties van het maken van een zwembad. De heer A.F. Dockheer, gemeente-secretaris, hebben wij bereid gevonden hierover enige toelichting te geven.
Op 16 januari 1956 (*) stuurt de sportraad haar bevindingen aan het College. Een zwembad in Langedijk zou op grond van de informatie van de Sportraad ƒ 300.000,– kosten, tegen een annuïteit (rente en aflossing) van 5% komt de Sportraad op een exploitatietekort van zeker ƒ 12.000,– à ƒ 15.000,– per jaar. De Sportraad adviseert nog wel de mogelijkheden te onderzoeken om het project onder te brengen in P.C.W.-verband (Provinciale Commissie Werkverruiming), waarbij dan de mogelijkheid op een belangrijke subsidieverlening bestaat.
Hier lijkt de ontwikkeling van het zwembad te stranden, maar het College volhard en stelt aan de Sportraad aanvullende vragen.
Op 12 september 1956 (*) komt een uitvoerig antwoord. De Sportraad adviseert een zwembad in de Langedijk te stichten en een beroep te doen op de PCW-gelden. Waar het zwembad precies zou moeten komen daarover zijn de leden van de Sportraad het niet met elkaar eens. Er is een groep die het plan graag zien uitgevoerd in het uitbreidingsplan ‘Centrum’, dit plan ligt ongeveer midden in de gemeente. Er is ook een stroming die het gunstiger vindt het bad te stichten in Broek op Langedijk. Om financiële steun uit de bevolking te krijgen adviseert de Sportraad om op verschillende plaatsen in de gemeente openbare vergaderingen te beleggen en te proberen ook de sportverenigingen en de industrie voor dit project te interesseren. Tenslotte werd nog het punt al of niet gemengd zwemmen in het te stichten bad aan de orde gesteld. De Sportraad was met algemene stemmen van oordeel, dat in deze gemeente gelegenheid moet worden gegeven voor het niet-gemengd zwemmen en/of zonnebaden. Ook voor deze aangelegenheid kreeg het bestuur machtiging t.z.t. een schema ter zake vast te stellen.
Met het aangeven dat er in een te stichten zwembad ook gelegenheid dient te zijn om niet-gemengd te zwemmen komt de sportraad tegemoet aan de grootste politieke partij in Langedijk, de KVP. Noord-Scharwoude kende tot in de jaren 1960 nog een RK-jongens en meisjesschool.
In de raadsvergadering van 21 december 1959 (*) valt terug te lezen; “De plannen voor een zwembad hebben mogelijk kans van slagen met behulp van het particuliere initiatief.” De sportraad is met plannen bezig voor een nieuw zwembad. De raad adviseert deze plannen “voorzichtig te bezien” en “Wellicht zal het mogelijk zijn met naar verhouding weinig kosten meer, een groter bad te bouwen.”
De burgemeester houdt de raad voor: “De kosten van een zwembad zijn zeer hoog. De sportraad behandelt deze zaak met grote voortvarendheid; men is genegen ook de burgers te bezoeken.”
In zijn nieuwjaarstoespraak op 19 januari 1960 maakt de burgemeester kort melding van de plannenmakerij tot bouw van een zwembad.
Wordt vervolgd.