Een jaar geleden alweer ontdekte de eigenaar en de beheerder van het Oosterdelgebied de aanwezigheid van de Amerikaanse rivierkreeft in het gebied en zag men pas de schade die door het beestje over een jaar of tien in het gebied was aangebracht. Beiden, Staatsbosbeheer en de Stichting Veldzorg, kwamen in actie en een tweetal beroepstuinders werden verantwoordelijk gesteld voor schade aan hun akkers. Verder wist de beheerder Veldzorg weinig of niets te doen behalve dan reclame maken voor de delicatesse van het Amerikaanse rivierkreeftje. De VVD rook haar kansen in de aanloop naar de verkiezingen voor de Provinciale Staten en stelde vragen aan Gedeputeerde Staten. De onoplettendheid van Stichting Veldzorg werd voor de camera’s door de VVD zeer gewaardeerd, want het bestuur van Veldzorg ontving een slagroomtaart voor ‘bewezen diensten’.
Het afgelopen jaar werd nog eens pijnlijk duidelijk dat de beheerder Veldzorg, die als taak heeft het gebied in de oorspronkelijke staat als cultuurhistorisch gebied te beheren, totaal niet op de hoogte is van de geschiedenis van het gebied. Een voorzitter die denkt dat het gebied 850 jaar geleden is opgeleverd zoals het er vandaag de dag bij ligt, lijkt niet bepaald de aangewezen persoon om dit gebied te beheren. In de meest recente geschiedenis van Langedijk is het zo wie zo een wonder dat dit landschapsprofiel nog bestaat. De huidige eigenaar en haar beheerder tonen wat dat aangaat weinig respect aan hen die vijftig jaar geleden er alles aan hebben gedaan om dit gebied te bewaren.
In een aantal artikelen zal ik die recente geschiedenis hier daarom nog maar eens uit de doeken doen al verwacht ik niet dat er voor dit moment een verandering plaats zal vinden ten gunste van de staat van onderhoud en conservering van het Oosterdelgebied.
Het historisch besef lijkt op dat punt volledig te ontbreken, bestuurlijk en politiek.
De herstemming
In Broek op Langedijk komt er een actie voor het behoud van het Oosterdel onder de naam “Redt het Oosterdel”. Met een bliksemactie worden er in Broek op Langedijk ruim 2000 handtekeningen opgehaald. Op dinsdagavond 3 maart 1970 heeft het gemeentebestuur een geluidsinstallatie laten aanbrengen, zodat belangstellenden in de boven- en de benedenhal van het raadhuis de beraadslagingen kunnen volgen. De voorzitter deelt aan het begin van de behandeling mede dat er een tweetal stukken zijn ingekomen met betrekking tot de kwestie. Er is een schrijven van de plaatselijke vereniging voor vreemdelingenverkeer ter ondersteuning van het plan Oosterdel en een rondschrijven van het Actie Comité Oosterdel.
De voorzitter van dit Comité, de heer Van Diepen, biedt de voorzitter een lijst met 2200 handtekeningen aan ter ondersteuning van het plan Oosterdel. Hij vertelt dat deze handtekeningen in een periode van tweeënhalf uur zijn opgehaald. Velen waren niet thuis; slechts 4% van de ondervraagden weigerden te tekenen. Men heeft zeer enthousiast gestemd; en hij vertelt dat hier geen sprake is van 2000 domme lieden, die zo maar hun stem gaven. Evenmin stelt Van Diepen dat het waarschijnlijk is dat de raad – met de verkiezingen in aantocht – aan deze actie voorbij zal gaan.
De Protestants Christelijke fractie doet tijdens de behandeling wat water bij de wijn door een amendement in te dienen, namelijk; “Er zijn over de oostzijde zoveel meningsverschillen dat het onze fractie met zorg vervult. Wij zijn dan ook van mening dat het ons aller plicht is om te zoeken naar een overeenstemming tussen gemeente en Plaatselijke Commissie. Ondergetekenden nemen de vrijheid u voor te stellen: om in samenwerking met de Plaatselijke Commissie in een open gesprek het zuidelijk gedeelte van de oostzijde, welke grens in onderling overleg moet worden vastgesteld, een andere dan agrarische bestemming te geven.”Was getekend, Cor de Groot, Jaap Balder en Maarten Oijevaar.
Het amendement en ook de herstemming werd met 9 stemmen voor en drie tegen aangenomen.
Kantelmoment
Het gemeentebestuur en de raad van Langedijk wilden uiteindelijk het Oosterdelgebied als natuurgebied en karakteristiek restant van het “rijk der duizend eilanden” handhaven, maar dat plan was financieel niet haalbaar. Voor de aankoop van de gronden in het gebied moest rond zeven miljoen gulden op tafel komen, geld dat Langedijk niet had. Men zocht contact met Staatsbosbeheer en het ministerie van CRM, maar ook daar was geen geld.
Aan plannen ontbrak het in die tijd echter niet en aan creativiteit was al helemaal geen gebrek als het ging om met de krappe gemeentelijke portemonnee iets te bereiken.
Oud-wethouder De Boer heeft mij eens in 1990 vertelt hoe men als gemeentebestuur te werk ging. Ze kenden hun wegen naar de Provincie en de ministers op hun broekzak. Ze waren ook heel sterk in het uitspelen van organisaties tegenover elkaar om resultaat te halen. Volgens zeggen van De Boer is het Oosterdelgebied Staatsbosbeheer door de strot geduwd, dat gebeurde blijkbaar na veel tegenstribbelen pas in 1980. Dat ze bij Staatsbosbeheer niet wisten wat ze met het gebied aan moesten blijkt ook wel uit het feit dat Staatsbosbeheer haar eerste beheerplan voor het gebied in 1993 – 2003 lieten ingaan.
De handen uit de mouwen
De plannenmakers hebben in 1970 huiswerk gekregen en een jaar later, in de raadsvergadering van 27 april 1971 wordt het rapport van de “Oosterdelcommissie” behandeld. Die commissie kreeg in eerste instantie de opdracht om na te gaan op welke wijze met de huidige inzichten optimaal gebruik zou kunnen worden gemaakt van de mogelijkheden van dit gebied.Gelet op de geuite bezwaren moest er dus aanvullend werk worden verricht. Op 14 april 1970 berichtten de Gedeputeerde Staten aan de commissie, dat de provinciale planologische commissie bij de behandeling van het ontwerp-structuurplan 1969 voor de gemeente Langedijk in het bijzonder aandacht had besteed aan het plan “Oosterdel”. Gedeputeerde Staten gaven aan zich te kunnen verenigen met de onderstaande conclusies van de commissie:
Het is niet gewenst, dat het hele gebied, zoals aangegeven op het “structuurplan 1969”, voor bijzondere woonvormen wordt bestemd;
- Het wordt zeer gewenst geachtdat het zuidelijk gedeelte van het gebied in de huidige staat gehandhaafd blijft en als cultuur- en natuurmonument door een daartoe geëigende instantie wordt verworven en beheerd;
- Er bestaan geen overwegende bezwaren om het noordelijke gedeelte van het gebied voor bijzondere woonvormen te bestemmen;
- Met het oog op de uitvoering van de ruilverkaveling Geestmerambacht dient zo enigszins mogelijk op korte termijn een beslissing te worden genomen over de bestemming van het gebied;
- Nader overleg tussen betrokken organen van het rijk, de provincie en de gemeente over de ontwikkeling van de “Oosterdel” en omgeving is noodzakelijk.
De voorkeur van de Gedeputeerde Staten was; het hele gebied bestemmen voor bijzondere woonvormen, waarbij het zuidelijk gedeelte in de huidige staat gehandhaafd dient te blijven. De Commissie Oosterdel kreeg van het College van Langedijk de opdracht het plan in die richting uit te werken waarbij ze rekening moesten houden met de volgende voorwaarden:
- Het plan dient ontwikkeld te worden in nauwe samenwerking met de Plaatselijke Commissie voor de Ruilverkaveling Geestmerambacht, de Cultuurtechnische Dienst, het Staatsbosbeheer, de Provinciale Waterstaat en de Provinciale Planologische Dienst;
- Het zuidelijke circa 1/3 gedeelte rond de plas Oosterdel dient in de huidige staat te worden gehandhaafd;
- De geprojecteerde woonbebouwing nabij Broek op Langedijk dient verplaatst te worden naar de omgeving van het industrieterrein aan de westzijde van de Dorpsstraat;
- Het huidige waterpeil in het onderhavige gebied dient te worden gehandhaafd;
- In het plan dienen geen voorzieningen te worden getroffen voor woonboten en dergelijke en; Het ontwerpplan dient uiterlijk 1 juni 1971te worden ingediend, vergezeld van een begroting van kosten, een financieringsschema en een sluitendeexploitatiebegroting waarbij de extra investering, die het gevolg is van het in de huidige staat te handhavenzuidelijke gedeelte, zal moeten drukken op de prijs van de grond, die bestemd is voor bijzondere woonvormen.
Diezelfde dag, 14 april 1970, verklaarde ir. Bontekoe van de Commissie Ruilverkaveling; “Wat betreft het natuurgebied, dat rond het Oosterdel gesticht zou kunnen worden, wijst de spreker op de mogelijkheid om andere instanties met het onderhoud te belasten, zodat de gemeente hiervoor geen kosten behoeft te maken.” (citaat uit de notulen cie. Ruilverkaveling)
Er moest vaart gemaakt worden met de plannen en gezien de financiële situatie van Langedijk moest er creatief worden omgegaan met de centjes. Onder het motto “het moet uit de lengte of uit de breedte komen”. De commissie kwam zes keer bijeen en zei zich intensief te hebben beziggehouden met de opdracht: “Als het hele Oosterdelgebied bestemd wordt voor bijzondere woonvormen – waarbij het zuidelijk gedeelte in de huidige staat gehandhaafd blijft – hoe zou dit gebied ingericht kunnen worden en welke financiële consequenties vloeien hieruit voort?”
De voordelen en nadelen van een omzetting van vaar- naar rijpolder werden voor het Oosterdelgebied naast elkaar gezet, zoals;
- Een veel betere ontsluiting;
- Sterke kavelvergroting;
- Toepassing van volledige mechanisatie;
- Een betere ontwatering van de percelen.
Agrarisch gezien stonden hier drie nadelen tegenover, welke niet of in veel mindere mate voor het Geestmerambachtgebied golden, t.w.:
1e. Door de grote waterrijkdom zullen de verkavelingskosten van het Oosterdel de hoogste zijn van het hele Geestmerambacht.
2e. Welke cultuurtechnische methode men ook bij het verkavelen kiest, de beteelbare laag zal minder dik worden. Dit zal gevolg hebben, dat de mogelijkheden voor enige nu bestaande teelten afnemen.
3e. De vroege aardappelteelt, hier bedreven om het vroegheidseffect, zal na verkaveling verloren gaan. De sloten worden namelijk gedicht, waardoor de kans op nachtvorst binnen het gebied toeneemt. Het gebied zal dan volgens de commissie niet meer te onderscheiden zijn van de rest van het Geestmerambacht.
Voor het noordwestelijk gedeelte tussen de Oostelijke Randweg, de Langebalkweg en de Dorpsstraat was op dat moment een afzonderlijk bestemmingsplan “Koog-Zuid” in voorbereiding. Wat toen nog niet in de plannen voor “Koog-Zuid” was ingecalculeerd was de mogelijkheid van zandwinning voor dit bouwplan te halen uit de aan te leggen Noorderplas.
In eerste instantie zou deze plas ontstaan door het weg baggeren van een aantal eilanden en was bedoeld als attractiepunt voor het noordelijke deel van het gebied. Het werd gezien als een mogelijkheid om de pleziervaart te spreiden en zo het Oosterdel te ontzien en te reserveren voor een rustige vorm van recreatie in een overwegend stiltegebied. Een standpunt waar tegenwoordig door Staatsbosbeheer en haar beheerder, de Stichting Veldzorg, ernstig aan wordt getornd door de uitgifte/verkoop van vaarvergunningen onder het mom van adoptatie van een eiland.
De Noorderplas werd door de commissie duidelijk niet gezien als een zandwinningsobject. De diepte van de plas zou kunnen variëren, maar zou nergens dieper worden dan ca. 2 meter. De uitgebaggerde gronden zouden kunnen worden benut voor het incidenteel ophogen van eilanden en het dichten van een daarvoor in aanmerking komende sloten.
(wordt volgende week vervolgd)
Bronnen; gemeenteraadsverslagen Langedijk – Regionaal Streekarchief Alkmaar; Alkmaarsche Courant; Ons Noorderkwartier; Cultuurtechnische Dienst-Utrecht; Ruilverkavelingswet 1954; “Redt het Oosterdel”; Museum Broekerveiling; Stichting Langedijker Verleden; Nieuw Leidsch Dagblad.