Een wat vreemde aanhef van een bericht in de krant van 27 april 1884, maar het maakt wel nieuwsgierig. Zeker ook voor de EHBO-ers onder mijn lezers die iedere twee jaar hun kennis weer op poetsen. Dit artikeltje laat zien hoe er in de tweede helft van de negentiende eeuw werd gedacht over de reanimatie van drenkelingen.
_ Van de tien drenkelingen worden er negen levend begraven, zegt een fransch blad. Men denkt, dat de menschen dood zijn, maar ze zijn het niet. Men beproeft gedurende een half of een geheel uur den drenkeling in het leven terug te roepen en dan geeft men het op, terwijl het dikwijls eerst, na vijf of zes uren op verstandige wijze te hebben doorgewerkt, mogelijk is de sluimerende levensgeesten weder op te wekken. Onder de noodzakelijke middelen worden genoemd: krachtig wrijven, het leggen van zakken met verwarmd koren op den buik, aan de voeten, tegen de ribben; het gebruik van warme dekens en doeken; het inblazen van lucht in de longen door den neus, waarbij men een blaasbalgje gebruiken en het andere neusgat dichthouden moet; het wrijven met alcoholische vochten op de slapen, de borst en het inbrengen daarvan, bij kleine hoeveelheden, in den mond.
Gelukt dit alles niet, dan kan men beproeven het naakte lichaam met krachtige zweepslagen te geeselen. Door het verstandig gebruik van al deze middelen, zegt het Fransche blad, heeft men drenkelingen, die uren lang onder water vertoefd hadden, in het leven teruggeroepen. Eerst na een langen tijd aan proefnemingen besteed te hebben, heeft men het recht den moed op te geven.
Bron: Alkmaarse Courant 27 april 1884, pag. 6.
_ Den 22 werd een meisje te Zuidscharwoude, dat te water geraakt en reeds zinkende was, door A. Klingeler gered. Na onmiddellijke toepassin van de gebruikelijke methode bij drenkelingen, mocht de redder de voldoening smaken de bijna uitgedoofde levensgeesten bij het kind weder op te wekken.
Bron: Alkmaarse Courant 25 juni 1884, pag. 3