Hieronder vervolgt het getuigenverhoor met Rudolf Anton Boes Sr. de vader van de verdachte.
Pres. Voor de R.C. heb je andere valsche verklaring afgelegd?
Get. Ja, op aandringen van vrouw en zoon.
Pres. Begreep je het toen nog niet?
Get. Neen.
Pres. Toen vrouw en kind aandrongen op onwaarheid spreken, begreep je toen nog niet, dat Klaas de moordenaar was?
Get. Neen.
Pres. Heeft je vrouw niet later tegen je gezegd; je moet Klaas voorspreken?
Get. Ja, dat wel, op sommige artikelen.
Pres. Heeft Klaas ook niet gezegd: je moet niet van je verklaringen afwijken?
Get. Ja.
Pres. Het gij gegil gehoord?
Get. Neen.
Pres. Het gij den hond uitgelaten op den avond van den moord?
Get. Klaas is met den hond achteruitgegaan. Klaas kwam terug en zei: ik heb den schijn van een man gezien.
Pres. Den volgenden morgen hoordet gij van de moorden?
Get. Ja, ik ben niet dadelijk gaan kijken, omdat ik scheervolk had.
Deze getuige is uiterst verward en onduidelijk te begrijpen.
Off. Reeds op 18 Aug. wist je van den moord, want je hebt op aanraden van je vrouw en king gelogen.
Get. bewaart hierop het stilzwijgen.
Off. Ik zou het er prijs op stellen dat bekl. in je tegenwoordigheid gehoord werd.
Get. zegt ongeveer: nou als het moet, is het niet anders.
Beklaagde, die bij het begin van het verhoor zijns vaders is weggeleid, komt nu binnen; doch ziet zijn vader niet, die achter op een der getuigenbanken heeft plaatsgenomen.
Pres. tot bekl. Zooeven is je vader gehoord. Aan bekl. wordt medegedeeld wat zijn vader in hoofdzaak – buiten eede – verklaard heeft.
Bekl. erkent dat hij tegen zijn vader gezegd heeft, dat hij hetzelfde moest verklaren, om niet in tegenspraak te komen; hij ontkent echter ’s avonds van den moord met zijn moeder in het achtervertrek te zijn geweest.
Getuige schijnt zeer aangedaan en verlaat hierop de rechtszaal.
Get. Rudolf Anton Boes Jr.
Pres. Ben je niet in den avond der moorden om 91/2 uur thuisgekomen?
Get. Ja.
Pres. Wanneer heeft Klaas gezegd, dat hij naar de beste kamer ging?
Get. Om half elf.
Pres. Hoelang is beklaagde weggeweest?
Get. P.m. een kwartier.
Pres. Vond gij dat niet lang?
Get. Ja.
Pres. Heb je iets aan hem gezien?
Get. Hij zag erg wit.
Pres. Heeft hij toen gevraagd: heb je wat gehoord?
Get. Ja, zijn toon waarop hij sprak was erg onrustig.
Pres. Je had de wed. Bute driemaal hooren roepen, o, God!?
Get. Ja, vrij snel achter elkander.
Pres. Heb je dat aan Klaas gezegd?
Get. Ja.
Pres. Heeft hij je niet gevraagd om mee naar achteren te gaan kijken?
Get. Ja, maar ik heb geweigerd daar ik op bloote voeten was.
Pres. Is Klaas toen weggegaan?
Get. Ja, naar de herberg.
Pres. Jij bent doorgegaan met muggenvangen?
Get. Ja.
Pres. Je bent omstreeks 11 uur naar bed gegaan?
Get. Ja.
Pres. Je slaapt met Klaas in één bed. Heb je niets gemerkt toen hij te bed is gekomen, ook niet dat hij je heeft vastgehouden?
Get. Neen.
Pres. Je bent ’s Zondags 12 Aug. om 63/4 uur ’s morgens opgestaan?
Get. Ja. Ik heb toen kleeren zien hangen achter ons huis, doch weet niet van wien ze waren.
Pres. Kan je je niet herinneren dat moeder op 23 Aug. tegen je zou gezegd hebben: Klaas is de moordenaar, Alot niet?
Get. kan het zich niet herinneren.
Pres. Hebt ge niet op verzoek van Klaas gelogen voor den R.C.
Get. Ja.
Pres. Hebt gij niet gelogen omdat hij het harsdoosje voor je gemaakt had?
Get. Ja.
Pres. Heeft moeder niet kort voor zij zich van kant maakte, gezegd: Als je weer wordt geroepen voor de Heeren, zeg dan de waarheid, je moet vooral goed oppassen?
Get. Ja.
Pres. Toen Klaas tegen je zeide je moet liegen, begreep je toen niet waarom?
Get. Neen.
Pres. Hoe was je verhouding met Klaas?
Get. Hij was niet goed voor mij, hij kneep mij wel eens in mijn hals, zoodat ik er pijn van had.
Pres. Heb je wel eens tegen moeder geklaagd?
Get. Ja.
Pres. Wist gij dat hij wel eens geld uit de kast van moeder had gehaald?
Get. Ja.
Pres. Was je blij toen hij gevangen werd genomen?
Get. Neen, maar wel dat hij het huis uit was.
Verd. Las get. wel eens van die boeken van Klaas en ook zijn moeder?
Get. Neen. Van mijn moeder weet ik het niet.
Deze get. is zeer aangedaan en verlaat weenende de zaal, terwijl de bekl. geen teekenen van aandoening geeft.
Get. Corns. den Adel.
Pres. Zijt gij niet den avond van de moorden in de herberg van Boes geweest?
Get. Ja.
Deze get. bevestigt de verklaringen der getuigen die gestaan hebben voor de woning der wed. Bute, toen zij daar gegil hoorden. Ook volgens zijne verklaring was het in den winkel en in de kamer daarnaast donker. De wed. Bute zat, naar hij meende in slapende houding.
Bekl. houdt daarentegen vol, dat het licht in den winkel brandde.
Get. Sietsma.
Pres. Zijt gij in den avond van de moorden in de herberg van Boes geweest?
Get. Ja.
Pres. Is bekl. niet ’s avonds naast je komen zitten?
Get. Ja, ik heb niets bijzonders aan hem bespeurd en ik heb ook geen gegil gehoord.
Pres. Toen bekl. vertrok, waar ging hij toen heen?
Get. Ik weet dit niet.
Pres. Heb je niemand op straat gezien?
Get. Neen.
Verd. Welk boek haalde bekl. uit het buffet?
Bekl. Het Koopvaardijleven.
Verd. Las je moeder ook wel boeken, “onschuldig veroordeeld?”
Bekl. Ze bladerde ze wel eens door, maar las gaarne feuilletons van couranten.
Get. Hendrikus van Deutekom.
Pres. Hebt gij op 21 Aug. des avonds bij het huis van Alot, de ketting en het slot gevonden?
Get. Ja.
Pres. Je bent met een en ander naar huis gegaan en hebt het aan je ouderen broeder gegeven?
Get. Ja, om het aan de Burgemeester te geven.
Pres. Ben je Klaas Boes niet tegengekomen toen je naar de Burgemeester gingt?
Get. Ja.
Bekl. zegt tusschen 8 à 81/2 uur de ketting te hebben neergegooid. Daarmede was zijn bedoeling om Simon Alot te beschuldigen, vooral omdat het praatje te Schagen reeds in omloop was, dat Alot schuldig zou zijn.
Get. Arie Deutekom verklaart dat op 21 Aug. 1894, ’s morgens 7 uur zijn broeder met een halsketting is thuisgekomen, die deze gevonden had op het erf van Simon Alot. Het vinden dier ketting deed hem vermoeden, dat deze met de moorden in verband kon staan. Bekl. vroeg hem waar Zeeman woonde, alwaar hij voor zijn baas een boodschap moest doen.
Get. Tr. Dekker huisvr. J. Bakker.
Deze get. heeft eenigen tijd bij de Wed. gediend en nu en dan wel eens eenige sieraden daar in huis gezien. Zij herkent verschillende der haar vertoonde. Het was haar bekend dat de wed. Bute veel contanten had; de boeren wisselden nog wel eens geld bij haar.
Get. Anna Veuger verklaart dat op den zaterdagavond toen de moorden gepleegd zijn, zij ’s avonds p.m. 81/4 uur met Anna Beijers naar ’t station is geloopen. Zij heeft wel eens tegen get. gezegd, dat zij bang voor bekl. was, omdat hij in den laatsten tijd een revolver bij zich droeg. Wanneer Anna thuis achter was, dan kwam bekl. ook achter, was zij voor, dan kwam hij daar ook. Zij herkent eenige der haar vertoonde sieraden (overtuigingstukken) en zegt met bekl. te hebben school gegaan.
Get. Cornelia Franken verklaart dat zij p.m. 6 jaren bij de Wed. Bute heeft gediend. Zij heeft na toelating tot de woning der Wed. te hebben bekomen met toestemming van den R.C., aldaar verschillende voorwerpen, die zij wist dat aan de wed. toebehoorden, vermist en herkent enkele der overtuigingstukken, bijzonder het thans haakvormige mes dat altijd in de winkel lag om vleesch en zoutevisch te snijden.
De zitting wordt tot ’s avonds 7 uur geschorst. Bij heropening ’s avonds was er een ontzettende massa volk en door het opdringen, bij het openen der deuren, zijn er glasruiten uitgestoten.
Wordt overgegaan tot het hooren van get. Elisabeth Franken, die verklaart bij Wed. B. als dagmeisje te zijn in dienst geweest. Met kermis van het vorig jaar was zij daar ook. Zij heeft de wed. Bute het laatst gezien op Zaterdag 4 Aug. Zij heeft wel eens onaangenaamdheden tusschen Anna en haar tante opgemerkt. Aan get. heeft Anna verteld, dat zij bang voor bekl. was, omdat hij met een revolver op zak liep. Een paar weken na de Schagerkermis heeft zij met Anna B. tante van den trein gehaald en onderweg haalden Arie Roggeveen en Klaas Boes haar in. Toen heeft Klaas Boes niet gegroet; p.m. een week later kwam bekl. bij de wed. om de machinekast van Anna te politoeren en vroeg aan get. of zij daar ook sliep. Hij zeide: buurvrouw kon wel levend verbranden, als er eens brand kwam. De vrouwen sliepen destijds boven. Get. heeft later gehoord, dat bekl. toen tot 10 uur ’s avonds is gebleven. Hij heeft toen maar een gedeelte van de machinekast gepolitoerd en zou later het overige wel doen. De wed. Bute heeft aan get. gevraagd, of zij het koffiezakje in de zon had gehangen, omdat de koffie leelijk smaakte. Op een maandag omstreeks dien tijd, had Anna hevige hoofdpijn en haar tante was eveneens niet goed. Anna kreeg van bekl. wel eens taartjes en zij gaf bekl. dan wel eens vruchten. Ook heeft Anna wel eens boeken van hem ter lezing gekregen. Zij weet, dat de wed. B. ze ook wel eens las, althans het werk “de twee wezen”, wat get. ook wel eens gelezen heeft. Des Zaterdagavonds sneed de wed. B. geregeld snijboonen voor den bakker Keet. De bijl stond zomers altijd buiten en diende om turf te hakken. Tijdens de instructie heeft vrouw Boes tegen get. gezegd: moet jij ook komen? Je weet er toch niets van. Zeker om te verklaren, wie er over huis kwamen; je wee wel dat ik (vrouw Boes) er niet kwam. Vrouw Boes zeide ook: spreek maar niet over den brief door mijn zoon geschreven aan de meid van de Burgemeester en ook niet over het politoeren van de machinekast.
Bekl. ontkent te hebben gezegd tegen get. als er brand kwam, kon buurvrouw wel eens verbranden.
Get. is daartegenover pertinent in hare verklaring en blijft daarbij volharden. In gemelden avond heeft bekl. zuringzout in den koffiepot gedaan. Van die koffie wilde hij niet drinken en heeft 1 jodenkoek ontvangen en die opgegeten.
Get. Elisabeth Giroux verklaart dat zij bloedvlekken op de schutting heeft geien. 4 weken is zij huishoudster bij Boes geweest.
Get. Wilhelmina Krans verklaart p.m. 10 jaar bij de wed. Bute te hebben gediend, doch dit is nu reeds 13 jaar geleden. Haar man heeft daar ook gediend en is na 3 maanden met onaangenaamheid weggegaan. Door haar langdurigen diensttijd is zij in staat enkele der overtuigingstukken te herkennen. Op de vraag van den Verd. of zij vrouw Boes kende zegt zij dat zij, een scheldende vrouw was.
Get. Maartje Komen is ook dienstbode bij de wed. B. geweest en herkent verschillende voorwerpen, die zij daar wel eens gezien heeft.
Get. Jacoba Elisabeth Al.
Het is haar bekend dat Anna B., een jaar geleden met de harddraverij met bekl. is uitgeweest. Zij spraken weleen met elkander over de heining.
Get. M.M. v.d. Haagen wed. Joh. De Nijs.
Bij deze get. heft de wed. B. wel eens sieraden gekocht; zij herkent eenige der haar vertoonde.
Get. J.J. Bertz herkent ook enkele sieraden.
Get. K. de Vries heeft den 10 Sept. bij Oudshoorn een onderzoek ingesteld naar het muntbiljet van ƒ 10.- Hij is daartoe op de 3e verdieping geweest. Jan Oudshoorn heeft de plaats aangewezen waar het muntbiljet is gevonden. Get. heeft het in beslag genomen. Jan Oudshoorn had hem gezegd, dat hij het van Klaas Does had gekregen om te zwijgen. Bij zijne overbrenging naar Alkmaar heeft bekl. aan get. gezegd, dat Alot hem gezegd had, dat bloedsporen gemakkelijk zijn te verwijderen, want hij (Alot) had ook de twee vrouwen in Haarlem vermoord. Na zijne verklaring valt deze get. plotseling flauw. Er ontstaat enige opschudding welke eindigt nadat get. buiten de zaal is geleid.
Get. G. Schut. Eenige weken voor de moorden kwam deze getuige Jan Oudshoorn en bekl. tegen. Hij heeft loodwit voor bekl. gehaald, hetwelk deze, zoo hij zeide, noodig had om vuurwerk te maken. Later heeft hij, bekl. weer loodwit besteld, zoo hij zeide voor hetzelfde doel. Dit heeft hij na de moorden ontvangen.
Verd. Wat was je plan met de tweede partij loodwit?
Bekl. Ook om te vergiftigen. Ik heb het echter aangenomen, zonder te weten waarom.
Get. Arie de Rooij Az. verklaart dat hij voor zijn baas zuringzout moest halen om vlekken uit de meubels te verwijderen. Bij Hazeu heeft get. een doosje met zuringzout voor Boes gehaald en heeft het hem in de herberg zijns vaders gegeven. Op zijne vraag aan bekl. waar het voor was, gaf deze geen antwoord. Bekl. is met taartjes in de werkplaats van Bierenbroodspot gekomen en hij heeft loodwit daarin gedaan. Oudshoorn was daar bij. Get. had tegen Oudshoorn gezegd dat hij het jammer vond om taartjes voor katten neer te zetten. Na de moorden was bekl. meer stil; ook droeg hij andere kleeren; bekl. zeide, ze kunnen mij wel voor den moordenaar houden, omdat ik andere kleeren aan heb. Tot belooning van zijn boodschap kreeg get. eenige sigaren. Anderen vroegen aan bekl. of hij die messen wel eens gezien had, waarop hij antwoordde, wel dat groote vleeschmes. Get. heeft wel eens gezien , dat bekl. een revolver bij zich droeg.
Verd. Weet get. ook of bekl. een bom gemaakt heeft?
Get. Neen.
Get. J. Bierenbroodspot die verklaart, dat bekl. circa 2 jaar bij hem is werkzaam geweest. Bekl. was zeer aannemelijk, licht geraakt, en is ook meermalen betrapt op kleine oneerlijkheden. Eens heeft hij een kist met koperen spijkers medegenomen. Den volgenden morgen 8 a 81/2 uur heeft get. den bekl. gesproken. Bij het gereedschap van bekl. in de werkplaats heeft hij portretten van Anna gevonden, welke get. aan den burgemeester heeft gegeven. Na de begrafenis wilde bekl. een mooie lijst hebben voor het portret van Anna; daarvan is niets gekomen. Op de vraag wat of J. Oudshoorn voor een persoon was, antwoordt get.: hij is suf; slecht van begrip; hij heeft streken; liegt en is stil in zichzelven gekeerd.
Bekl. heeft de revolver niet uit den lessenaar genomen, maar uit de kast in de werkplaats.
Get. Lambertus Visser verklaart dat, toen hij, get. aan bekl. naar Anna vroeg, deze (bekl.) zeide: “Laat dat kreng stikken, zij verkeert met Roos.” Bekl. zeide na de moorden tegen get.: dat is een grapje wat hier gebeurd is; waarna bekl. een verhaal van den moord heeft gedaan. Get. vroeg bekl. naar de wonde aan zijn pink, waarop deze antwoordde dat die ontstaan was door een bies bij het stoelenmatten; ook op de werkplaats is over de moorden gesproken en bekl. sprak er over mee.
Bekl. had geen slag van vertellen; Oudshoorn kon dit goed.
Get. Trijntje Slot, de waschvrouw van vrouw Boes. (Deze getuige is eenigszins ongesteld) zij verklaart het goed te hebben gewasschen.
De zitting wordt hierna geschorst tot Woensdag 15 Jan., ’s morgens 10 uur.
SC 17 januari 1895, pag. 1
Wordt te 10 uren heropend.
Vervolg getuigenverhoor.
Get. D. Koster verklaart gezien te hebben dat Jes Jes, oudoom van beklaagde in 1856 een geit, aan een ander toebehoorende met een sikkel op zijn erf heeft gedood. Het is get. bekend dat de familie Jes zeer onverschillig was, kort aangebonden en spoedig gereed om de handen uit te steken.
Hierna volgt voorlezing van verschillende gedingstukken; ook het proces vebaal dd. 15 Dec. 1894, waarin is gerelateerd, dat hij aan den Verdediger zou verklaard hebben, alsof werkelijk zijn moeder bij de zaak betrokken zou zijn geweest, welke verklaring hij later weer heeft ingetrokken. Beklaagde erkent op de vraag van den officier dat hij op den brief, waarin hem het overlijden van zijne moeder werd medegedeeld, uit verveling zijn naamteekening meermalen heeft geschreven.
Verdediger: Waarom twijfelde beklaagde aan den dood zijner moeder?
Bekl. Omdat mij de bijzonderheden van den dood mijner moeder niet zijn medegedeeld. Hij heeft er ook niet over nagedacht, dat de R.C. hem iets zou mededeelen wat onwaar was.
Getuige Cornelis Wit, verklaart: Beklaagde was iemand, dien ik kende en was naar mijn indruk een goede vriend van mij. Hij heeft mij de weg gewezen om de lijken der slachtoffers te zien en mij toen het bekende gefantaseerde verhaal opgedischt. Get. heeft de begrafenis bijgewoond en is daarna te Nes ter kermis geweest. Toen is hij het lijkenhuis gepasseerd en heeft de kransen gezien. Bekl. deed het meest mee wanneer er verwenschingen werden geuit, o.a. zeide hij: den moordenaar moesten zij verdrinken of aan riemen snijden. Hij heeft gehoord van het maken der bom door bekl.
Getuige Jan Denijs verklaart, dat hij beklaagde nu en dan wel eens sprak en meent, dat bekl. wel graag een borrel lustte, evenals alle andere leden van de vereeniging “Harmonie”. Get. heeft aan bekl. met Schager Kermis ƒ 2.50 geleend en bekl. heeft het voor het Oudkarspelsche-Zangfeest nog eens ƒ 2.50 ter leen gevraagd, omdat hij zijn weekgeld aan zijn moeder moest verantwoorden over twee weken.
Bekl. heeft aan get. ook gezegd, dat hij verdacht werd; doch get. heeft een ontwijkend antwoord gegeven, omdat gerucht toen reeds ging, dat beklaagde verdacht werd. Get. zegt, dat naar zijn indruk Jan Oudshoorn een stille vrome jongen was, die niet met meisjes uitging. De bom heeft hij niet gezien, wel heeft getuige gehoord, dat de bom door bekl. gemaakt is en dat hij deze heeft laten springen op de Kaag.
Get. Hendrik Roos verklaart dat hij in stilte met Anna was geëngageerd; de wed. B. wist er niet van maar zij was tegen get. altijd vriendelijk, Anna had hem gezegd, dat zij aan bekl. een hekel had. Get. kende bekl., hij had hem wel eens ontmoet, maar hij was veel abnormaal d.w.z. niet normaal maar toch opgewonden. Get. had na het voorvallen der moorden spoedig verdenking tegen bekl. doch kon geene aanleiding opgeven, maar vermoedde wel dat wraakneming de oorzaak kon zijn.
Get. Maria Visser verklaart dat zij vier nachten gedurende de Schagerkermis met den bekl. is uitgeweest, doch zij wilde toch niet langer met hem gaan en hij deed haar voorstellen waarop zij niet wilde ingaan, bijv. naar ’t waarzeggerspelletje. Bekl. heeft haar, Anna B. eens aangewezen en gezegd: dat kreng heb ik een machine-kast gegeven en toen heeft zij het dadelijk uitgemaakt. Hij zeide die knul, die met haar uit is, is er een uit Amsterdam. Bekl. had, toen get. met haar uitging, veel geld bij zich. Get. zegt het hinderde den bekl. dat Anna tijdens de Schager Kermis in een spel achter hem zat en bekl. keek telkens om naar haar. Anna lachte, maar het scheen bekl. te hinderen.
Get. J. Wagenmaker verklaart:dat bekl. naar zijn indruk, een goede, aardige jongen was, die wel eens geld van get. leende en klaagde dat hij wel eens kort bij kas was. Bekl. heeft wel eens over Anna B. gesproken en tegen get. gezegd: ik wou dat ik Anna B. voor me had, ik kon haar wel doodsteken. Het was get. bekend, dat bekl. een revolver bij zich droeg en heeft gehoord dat hij daarmede bedreigingen heeft geuit; met die revolver heeft bekl. geschoten. Het is get. bekend dat bekl. een Cacaobus heeft laten springen op de Oude Kaag buiten Schagen. Er waren bij get. en A. Roggeveen. Met een lont heeft bekl. dat ding laten springen, ’t gaf een doffen knal met rook. Get. stond er ver af, hij was bang. Bekl. heeft toen gezegd: Ze moesten den Burgemester ook zo in de lucht laten springen, omdat bekl. verkeerd vond, dat de burgemeester het sluitingsuur der herbergen had vervroegd en óók omdat misschien de kermis niet druk zou worden, doordat kermisreizigers uit besmette plaatsen komende, niet werden toegelaten. Na de moorden heeft bekl. aan get. aanwijzing gedaan, hoe hij het lijk der Wed. Bute kon zien. Bekl. was dien morgen na de moorden, even als altijd, gewoon. ’s Middags van dien zelfden dag heeft bekl. aan get. ƒ 2.50 geleend. Dit geld heeft get. in de herberg teruggegeven. Get. is met bekl. ó´kk het kerkhof gepasseerd en is den krans net bekl. gaan zien – eerst weigerde bekl. maar hij is toch medegegaan. Omtrent den vermeenden dader zijn toen uitlatingen gedaan; er is gezegd men moest hem aan riemen snijden.
Verd. vraagt aan get. hoe of de bom gesloten was, waarop deze zegt, dit niet te weten.
Pres. Hoe was die bus gesloten?
Bekl. Gewoon, het deksel er op bevestigd. Ik heb het voor plezier gedaan.
Get. H.J. Prijs, verklaart surveilleerende te zijn geweest op 23 Aug. en vrouw Boes heeft hem toen een kop koffie gegeven. Zij was zeer aangedaan maar zeide dat Alot onschuldig was. Zij zeide alles gedaan te hebben ter ontlasting van Klaas, omdat het toch haar kind was. Vrouw Boes zeide ’s morgens tegen bekl: Klaas, Klaas, als jij de moord maar niet gedaan hebt. Zij vertrouwde het werk niet. Zij had de achter op de lijn hangende kleeren van Klaas afgenomen, en op de schutting gehangen; zij had daar daaruit nog bloedig water gewrongen. Zij zeide, het was zoo’n stoute jongen, hij besteelde haar. Zij was zeer opgewonden, en zeide: ze zullen mij ook wel halen; zoo meteen is het mijn beurt. Toen get. zich even verwijderd had, hoorde hij een gil en terugkomende zag hij dat die vrouw zich had onthalsd en achterover lag.
Get. W. Urban, verklaart in den morgen van 23 Aug.’94 te ongeveer 6 uren surveilleerende te zijn geweest. Vrouw Boes vroeg hem of haar zoon reeds bekend had, de moorden te hebben gepleegd en toen heeft get. tegen haar gezegd: je moest maar kalm wezen. Ongeveer 1 uur later, p.m. 7 uur, kwam zij bij mij en zeide: je hebt mij toch misleid, want Klaas is toch vertrokken. Ik zeide: daarop kan ik geen antwoord geven. Toen zeide vrouw Boes: als hij niet bekend had, dat zij dan een einde aan haar leven zou maken.
Reinoutje Boes was daarbij tegenwoordig. Als dat waar was, zeide Reinoutje: dan zou ik ook een einde aan mijn leven maken. Bekl. heeft aan getuige Alot aangewezen als de moordenaar; ook heeft hij de plaats aangewezen waar het geld verborgen was.
Get. G. v.d. Meij verklaart op 23 Aug. des voormiddags in de herberg van Boes te zijn geweest en heeft door vrouw Boes hooren zeggen, dat zij niet wist, dat haar zoon met Alot omgang had. ’s Avonds was get. weder in die herberg en heeft weer met vrouw Boes gesproken. Zij zeide: Mijn zoon heeft alles alleen gedaan; Alot is onschuldig; zij heeft verklaard dat zij den 12 Aug. daags na de moorden te 5 uren ’s morgens reeds wist dat het gebeurd was. Zij heeft toen ook gesproken met Jochem Smit, die toen zeide: vrouw Boes, dan weet je er ook alles van. Even later heeft get. gezien, dat zij van achteren kwam en zich met het scheermes den hals afsneed.
Get. J. ?Smit, verklaart in den avond van den 23 Aug. in de herberg van Boes te zijn geweest; vrouw Boes zeide, dat zij geloofde dat Klaas het alleen gedaan had. Ook zeide zij, ik had het eerder moeten zeggen, maar wat doet een moeder niet voor haar kind. Later heeft zij zich onthalsd met het scheermes, zeggende: ik moet er ook maar aan. Vader Boes riep: Moeder, hoe ontstel je zoo, waarvoor maak je je zoo dik.
Off. Heeft vrouw Boes zich ook uitgelaten, dat zij bang was, dat zij zoude worden meegenomen?
Get. Neen.
Verd. Heeft get. nooit gehoord, dat er wel eens iemand geld is kwijt geraakt?
Get. zegt dit niet te weten.
Get. de Vries, die gisteren tijdens zijn verhoor ongesteld is geworden, wordt nu nog gehoord en geeft hoofdzakelijk inlichtingen omtrent Jan Oudshoor, die hij als een zeer stille jongen kent.
De zitting wordt ’s nam, 1 uur een half uur geschorst.
Wordt vervolg.