Een aantal jaren geleden publiceerde ik, via ‘printing on demand’, het boek “Aartsrivalen” over mijn onderzoek naar het oorlogsverleden van Jan Kloosterboer en Fred Groot. Op een bepaald moment gingen de papierprijzen omhoog en kwam het erop neer dat ik geld toe moest geven op de boekverkoop via BOL.com. Daarop besloot ik het boek uit de handel te nemen. Echter via oudere artikelen op mijn site over het onderwerp bleef er vraag naar bestaan en daarom heb ik besloten het boek eens in de twee weken, in delen, hier op schaduwrijklangedijk te publiceren.
De voorzitter van de Stichting Langedijker Verleden, Hans de Graaf, is overigens de mening toegedaan dat de navolgende publicaties niets te maken hebben met het historische verleden van Langedijk, maar vallen onder de geschiedenis van Sint Pancras. Het is maar dat u weet hoe de genoemde stichting met het verleden van de eigen gemeente omgaat.

Op 8 juni 1893 trouwde Pieter Kloosterboer, bijgenaamd ‘Rooie Piet’, in Sint Pancras met Neeltje Madderom.
‘Rooie Piet’ was akkerbouwer/tuinbouwer en zaadhandelaar. Pieter en Neeltje kregen zes kinderen.
De naam Kloosterboer is veel voorkomend in Sint Pancras en het kan geen kwaad om daar vooraf iets meer van over de naaste familieleden van de oudste zoon van ‘Rooie Piet’ te vertellen.
De kinderen van “rooie Piet” Kloosterboer en Neeltje Madderom;
1. De oudste zoon van ‘Rooie Piet’ was Jan Kloosterboer die op 2 april 1894 werd geboren en op 5 juni 1965 in Utrecht overleed en in Bergen (NH) werd begraven. Hij was getrouwd met Maartje Bouwens en zij kregen vijf kinderen. Niet alle kinderen zullen hier in de geschiedenis een rol spelen, maar de zoon van Jan Kloosterboer, Jan jr., geboren op 14 maart 1920 komt zeker aan de orde.
2. Cornelis (Cees) Kloosterboer is van 17 augustus 1896. Op 23 mei 1919 trouwt hij met Maartje Balder. Zij krijgen vier kinderen waarvan de oudste een dag na de geboorte is overleden. Maartje Balder wordt niet ouder dan 32 jaar, zij overlijdt op 14 maart 1931 zo’n vierenhalve maand na de geboorte van haar vierde kind, Pieter Cornelis. Cees hertrouwt met Jetske Tjitske de Witte geboren op 02-12-1904. Cees is overleden op 04-10-1992. Met Tjitske krijgt Cees nog twee kinderen.
3. Susanna werd op 15-04-1899 geboren.
4. Klaas werd geboren op 10 juli 1901 en was getrouwd met Elisabeth Wiedijk. Een dag na de geboorte van Klaas kwam er nog een kind ter wereld, maar was bij geboorte overleden.
5. Willem Kloosterboer was de jongste zoon en werd geboren op 2 maart 1906.
De oudste van de kinderen van Piet en Neeltje, zoon Jan, trekt in de familiegeschiedenis van de familie Kloosterboer wel de meeste aandacht en in de naspeuringen naar een spionagezaak van vlak voor de Tweede Wereldoorlog vervult hij een hoofdrol en staat daardoor vol in de schijnwerpers. Zijn broers Cornelis (Cees), Willem en Pieter blijven ook niet onbeschreven.
‘Rooie Piet’, de vader, had een flinke tuinderij en met zijn zaadhandel behoorde hij binnen de Pancrasser gereformeerde kerkgemeenschap tot de beter gesitueerden. Mijn onderzoek naar de spionagezaak spitste zich vooral toe op de periode van vlak voordat Jan Kloosterboer tot spionage besloot over te gaan tot het moment dat Koningin Juliana hem gratie verschafte.
Daarmee was die kwestie eigenlijk gesloten, maar in de aanloop naar de spionagezaak en ook eigenlijk de motor die de kwestie zoveel publiciteit gaf vlak voor de oorlog was een in 1936 door de Fa. Gebr. Kloosterboer ontslagen werknemer geweest. Fred Pieter Groot was die werknemer en in 1940 toen de spionagezaak aan het licht kwam was Fred Groot als journalist werkzaam bij de Schager Courant en tevens lokaaljournalist voor De Telegraaf. In een periode van eind februari 1940 tot 16 mei 1940 schreef hij een zestal artikelen die het publieke beeld dat daardoor van Jan Kloosterboer ontstond voor jaren liet voortbestaan.
Om de beweegredenen van beide spelers in dit spel te kunnen duiden, heb ik getracht de voorgeschiedenis in kaart te brengen om zo een beeld te schetsen hoe het leven in het begin van de twintigste eeuw er voorstond. Fred Pieter Groot heeft zich na de oorlog ontwikkeld tot een bekend en veel gelezen schrijver van streekromans. Onder verschillende pseudoniemen, waaronder die van Ewout Speelman, schreef en vertaalde hij zo’n tweehonderd boeken
.Begin van een carrière
Na de lagere school ging Jan Kloosterboer als dertienjarige jongen in 1907 aan de slag in het tuinbouwbedrijf van zijn vader. Vader Piet was een overtuigd anti-revolutionair. Het is gelet zijn Anti-Revolutionaire achtergrond niet aannemelijk dat zijn bijnaam, ‘Rooie Piet’, iets te maken zal hebben gehad met het opkomende socialisme. Hij zal dat eerder te danken hebben gehad aan zijn haarkleur. Rood haar komt tenslotte vaker voor in die familie!
Anti-revolutionairen waren in de 19e eeuw politici die zich verzetten tegen de beginselen van de Franse Revolutie en vooral de wijze waarop er naar het hoogste staatsgezag werd gekeken en zij daartegenover de soevereiniteit van God plaatsten. Wat erop neer kwam dat zij alle gezag van God afleidden en voorstander waren van streng religieuze principes als basis van staatsaangelegenheden.
Het begin van de twintigste eeuw was politiek gezien een roerige tijd. De opkomst van het socialisme was de anti-revolutionair een doorn in het oog en zal aan de tafel bij ‘Rooie Piet’ wel vaak besproken zijn. Van Jan Kloosterboer was bekend dat hij een fel tegenstander van het socialisme was. In het strafdossier van na de Tweede Wereldoorlog zegt hij daar zelf over:

Voor de tuinders in de Langedijk en Sint Pancras was het een zeer moeilijke tijd. Broek op Langedijk was begin twintigste eeuw door haar groenteveiling het middelpunt van de koolteelt. De warmoezerij (groententeelt) had daar al in de 16e eeuw een grote vlucht genomen en aan het begin van de negentiende eeuw was de kool daar één van de belangrijkste producten. Door de veepesten van 1744-1764, 1769-1784, 1813, 1814 en 1826 breidde de productie daarvan zich sterk uit, omdat veehouders zich genoodzaakt zagen op landbouw over te stappen en daarom hun graslanden moesten scheuren. Men ging er in het begin vanuit dat koolsoorten het beste waren te verbouwen op zwaardere grondsoorten, maar dat idee bleek in de praktijk niet te kloppen. Men kwam erachter dat door het graven van sloten en bemesten met slib en kunstmest, zelfs de zand-, maar vooral de lichte zavelgronden ervoor geschikt gemaakt konden worden. De tuinbouwcultuur in Sint Pancras richtte zich door de lichte samenstelling van de grond vooral op de vroege koolsoorten. De tuinders kregen landelijk vanaf zo ongeveer 1894 te maken met allerlei ziektes in de kool.

Eén van die ziektes was ‘draaihartigheid’ welke te danken was aan de koolgalmug, die eitjes op de koolplanten legt. De larven daaruit veroorzaken groeistoornissen zoals hartloosheid, draaihartigheid, meerkoppigheid. Draaihartigheid werd in Sint Pancras voor het eerst op 10 juni 1905 opgemerkt op een plantenbaan aldaar. Onderzoek in die jaren naar het ontstaan van draaihartigheid bracht aan het licht dat draaihartigheid sterk aan een periode gebonden was. Zo raakten op een akker in Sint Pancras, die tussen 7 en 15 juli was beplant met gele bewaarkool, alle planten ziek. Op een andere akker er vlak naast, die begin augustus van dat jaar werd beplant, werd geen enkele plant ziek. Eén van de oplossingen bleek om teeltwisseling toe te passen en dat werd ook vanuit de overheid in regels vastgesteld in de teeltregeling die toen gold. Ook de jonge tuinder Jan Kloosterboer kreeg daar als beginnend tuinder mee te maken.

Misoogsten
Het mislukken van de oogsten bracht niet alleen in Sint Pancras veel armoede teweeg, maar in het hele tuinbouwgebied boven de lijn Alkmaar – Hoorn. De oplossing voor de tuinders was gelegen in het toepassen van teeltwisselingen. Door de ligging van de akkers, rondom omgeven door water en onder invloed van de temperatuur van de zee, kwam in het Geestmerambachtgebied, waar Sint Pancras in lag, in het vroege voorjaar bijna geen nachtvorst voor. Tuinders konden dus al vroeg in het voorjaar hun aardappelen in de grond doen en na de oogst konden zij hun koolplanten zetten voor een tweede oogst. De eerste vroege aardappelen die op de veiling in Broek op Langedijk kwamen, waren daarom veelal afkomstig uit Sint Pancras. En zoals dat met de meeste eerst aangevoerde producten gebeurde, leverde dat vaak meer geld op. Wie de foto’s van Sint Pancras bekijkt uit die periode ziet dat er nogal wat verschillen zijn te zien in bebouwing. Kleine arbeiderswoningen worden afgewisseld met mooie stolpboerderijen. Er was sociaal gezien een flink contrast tussen de rijkeren en de armen en van de Kloosterboeren kan je zeggen dat zij tot de betere stand behoorden. Ze lieten zich op dat punt ook niet onbetuigd.
Wordt vervolgd.