Een aantal jaren geleden publiceerde ik, via ‘printing on demand’, het boek “Aartsrivalen” over mijn onderzoek naar het oorlogsverleden van Jan Kloosterboer en Fred Groot. Op een bepaald moment gingen de papierprijzen omhoog en kwam het erop neer dat ik geld toe moest geven op de boekverkoop via BOL.com. Daarop besloot ik het boek uit de handel te nemen. Echter via oudere artikelen op mijn site over het onderwerp bleef er vraag naar bestaan en daarom heb ik besloten het boek eens in de twee weken, in delen, hier op schaduwrijklangedijk te publiceren.
De voorzitter van de Stichting Langedijker Verleden, Hans de Graaf, is overigens de mening toegedaan dat de navolgende publicaties niets te maken hebben met het historische verleden van Langedijk, maar vallen onder de geschiedenis van Sint Pancras. Het is maar dat u weet hoe de genoemde stichting met het verleden van de eigen gemeente omgaat.

Algehele mobilisatie 1914
Toen de spanningen tussen Frankrijk en Engeland aan de ene kant en Duitsland aan de andere kant in Europa opliepen, deed Nederland er alles aan om neutraal te blijven. Ondanks de neutraliteitspolitiek van Nederland zag de Nederlandse overheid zich echter op 31 juli 1914 genoodzaakt om tot een algehele mobilisatie op te roepen en ook Jan Kloosterboer kon zich daar niet aan onttrekken. Hij behoorde tot de lichting 1 – 5 maart 1914 en geeft als voorkeur aan te worden ingelijfd bij de Veldartillerie te Den Helder.
Zijn tweede keus is de infanterie, maar men deelt hem in bij zijn eerste keus het Vierde Regiment Vesting Artillerie 1B Den Helder. Vanaf 1 augustus 1914 tot 14 november 1918 werd Jan Kloosterboer vanwege deze algehele mobilisatie als militair bij de Vesting Artillerie te Den Helder gelegerd. Op 31 juli 1914 om 02.00 uur werd het bevel tot algemene mobilisatie van de weermacht uitgevaardigd. In dit bevel werd 1 augustus 1914 als eerste mobilisatiedag bestemd. De stelling Den Helder werd in gereedheid gebracht en van veiligheidsbezetting voorzien. Direct werden prikkeldraadversperringen gelegd bij toegangswegen tot de stad, op de Huisduinerweg en over stukken land. Diverse scholen werden als kazerne ingericht. Het zeefront werd aanmerkelijk versterkt met geschut kaliber van 21 tot 7.5 cm van uit dienst zijnde of reeds van de sterkte afgevoerde marineschepen. In totaal werden 78 marine-kanonnen langs de gehele Nederlandse kust geplaatst. In het duinterrein ten zuidoosten van fort Kijkduin deed men in 1916 experimentele ervaring op in het ontwikkelen van acht verdedigingswerken van gewapend beton. Wat er in 1916 precies is gebeurd is niet geheel duidelijk, maar Jan Kloosterboer is in dat jaar tijdens zijn diensttijd door het Hoog Militair Gerechtshof te Utrecht voor omkoping veroordeeld tot een boete van ƒ 20,– of acht dagen hechtenis. Uit verhoren blijkt dat hij in Sint Pancras verkering had gekregen met Maartje Bouwens en dat hij daarom vaker op verlof ging dan was toegestaan. Dat regelde hij zoveel mogelijk door ruil van diensten met mede-soldaten en in de kwestie die in Utrecht door het hof werd behandeld voor poging tot omkoping van een meerdere.
Aardappeloproer
Door de Eerste Wereldoorlog was er in Nederland een groot gebrek aan gaskool uit Duitsland en ook een groot gebrek aan voedsel en met name graan. Op 28 juni 1917 braken er in Amsterdam ongeregeldheden uit die de geschiedenis zijn ingegaan als het ‘aardappeloproer’. Veel aardappelen werden naar Duitsland uitgevoerd en Nederland was voor de import van steenkool aangewezen op de brandstof van de Duitsers. Steenkool was belangrijk voor de gasvoorziening in Nederland en door het teruglopen van die import waren veel Nederlanders werkloos geworden door gebrek aan energie en grondstoffen. De consumptie van aardappelen nam daarom enorm toe, omdat aardappelen niet alleen de magen vulden, maar ook betaalbaar waren. Eind juni 1917 was er in Nederland duidelijk een tekort aan aardappelen, omdat de ‘oude’ aardappelen opraakten en de nieuwe oogst nog niet of bijna niet van het land was gehaald. Op donderdag 28 juni 1917 barstte in Amsterdam de bom. Een schuit met aardappelen werd door vrouwen uit de wijk Kattenburg en de Jordaan leeggehaald. Op zaterdag 30 juni 1917 slaagde een groep vrouwen de gemeente Amsterdam drie wagonladingen met aardappels, bestemd voor Duitsland, in de verkoop te doen. In de daaropvolgende week werden ook levensmiddelenwinkels geplunderd en werden pakhuizen leeggehaald. Werkeloze jongeren sloten zich bij de acties aan en kwamen in botsing met leger en politie. In veel grote steden sloeg de vlam ook in de pan. In het hele land waren door de tekorten veel producten slechts met door

de overheid geleverde bonnen te koop. Niet iedere bevolkingsgroep had te lijden onder de tekorten. Boeren, landarbeiders, financiers, exporteurs en speculanten verdienden grof aan diezelfde oorlog en dat wekte de woede op van hen die wel daaronder hadden te lijden. Jan Kloosterboer zat zich ondertussen met zijn mede-soldaten danig te vervelen in Den Helder.
Er viel voor de gemobiliseerde soldaten niet veel te doen. De lengte van de mobilisatie, de gehele Eerste Wereldoorlog, en de ééntonigheid van hun bestaan waren geestdodend. Vaak werden ze door de officieren ook nog onheus behandeld, de slechte barakken, de zware dienst van het wachtlopen en maken van lange marsen en de slechte voeding maakten het allemaal niet plezierig. Velen probeerden eraan te ontkomen.

Tijdens één van zijn verloven begin 1918 deed Jan geloofsbelijdenis in de Gereformeerde kerk te Sint Pancras. Jan Kloosterboer heeft dankbaar gebruik gemaakt van de mogelijkheid om onder zijn dienstplicht uit te komen door ervoor te zorgen dat hij trouwde. Als kostwinner van een gezin werd je namelijk van de dienstplicht vrijgesteld. Hij had zich tijdens zijn verloven niet alleen bezig gehouden met kerkelijke zaken, maar ook veel aandacht aan zijn verloofde geschonken. Op 2 mei 1918 ging hij met Maartje Bouwens in ondertrouw en zij trouwden op 16 mei 1918.
Uit de huwelijksadvertentie in de krant trouwden er die dag in Sint Pancras meerdere Jan Kloosterboeren. Zo trouwden op 16 mei 1918 Jan Kloosterboer Pzn, Jan Kloosterboer Jzn., Jan Kloosterboer Czn. en Jan Kloosterboer Jaczn.
De geruchten in Sint Pancras gingen over het feit dat er wat druk stond om dit huwelijk tussen Jan en Maartje te voltrekken, men sprak over een ‘moetje’, werd op 22 november 1918 bewaarheid met de geboorte van hun zoon Pieter.
Officieel eindigde voor Nederland de mobilisatie drie dagen na het beëindigen van de eerste wereldoorlog op 11 november 1918. Het is in de papieren niet terug te zien wanneer Jan met groot-verlof werd gestuurd, maar het is zeer aannemelijk dat hij vanaf 18 mei 1918 niet al te vaak meer in Den Helder is geweest. Als kostwinner was hij deels vrijgesteld van de mobilisatie. Jan Kloosterboer kreeg van zijn vader als huwelijksgeschenk een tuinbouwbedrijf
en ‘hij boerde niet slecht’, zoals men dat in Sint Pancras placht te zeggen. Hij kreeg echter te maken met door de overheid opgestelde regels en daar had hij vanaf het begin van zijn loopbaan moeite mee.
Wordt vervolg.