Na ons de zondvloed

Op de website van Stichting Veldzorg is duidelijk te zien dat akkers altijd al tot kort op de walbegroeiing werden bebouwd.

Het probleem van de Amerikaanse rivierkreeft lost zich met het stijgen van de zeespiegel op een bepaald moment vanzelf op. Dat is blijkbaar de achterliggende gedachte van het Hoogheemraadschap Noorderkwartier, de gemeente Langedijk en de Provincie Noord-Holland als het gaat over de aanpak van deze invasieve exoot. Geen van de genoemden lijken het gevaar ervan in te zien en ondernemen ook geen actie om te komen tot een plan van aanpak deze diertjes te bestrijden of in ieder geval de overlast en schade te beperken.

Er wordt aan de akkers in het Oosterdelgebied nog eens extra schade toegebracht doordat er niet alleen van de tuinders en hobbytuinders boten varen, maar ook bootexoten die niet in het gebied thuishoren, maar voor dik geld van Veldzorg een vaarbewijs hebben gekocht. En als de voorzitter van Veldzorg dan pokhout in de kranten beweert dat een ‘Delicatesse het eilandenrijk sloopt’ dan is er toch sprake van dat het einde van het Oosterdelgebied in zicht is. Als je op een dergelijke manier je probleem onder de aandacht brengt dan moet je niet gek opkijken dat betrokken instanties het hoofd afdraaien. Hun prioriteiten liggen niet bij delicatessen van een voorzitter.

Op veel plekken in Nederland heeft men last en schade door de Amerikaanse rivierkreeftjes en nog nergens heeft men een oplossing om het probleem op te lossen, omdat belanghebbende instanties op elkaar zitten te wachten, bang dat er voor hen kosten aan vast zitten. In Broek op Langedijk hebben zo’n 80% van de akkers visueel te lijden onder de ondergravingen in de akkers van de rivierkreeften en tot op heden doen waterschap, gemeente en provincie er het zwijgen toe.

In de Alkmaarse krant van 9 januari 2019 lijkt het of een tuinder daar volgens de voorzitter van Veldzorg de schuld voor draagt, omdat hij te kort op de oevers maait. Nu werd dat kort op de oever verbouwen vroeger in het hele Geestmerambacht, 14.000 eilandjes, zo zonder problemen gedaan. Als je nu door het Oosterdelgebied vaart zie je dat ook akkers met een ‘brede’ begroeide oevers ondergraven worden.

Verder kijkend in Langedijk zie je ook volledig begroeide akkers in het water zakken.

Hoe serieus moet je de ‘kennis’ van Veldzorg in deze nemen?

Als alle instanties nu het probleem gezamenlijk gaan aanpakken zonder “zwartepieten” aan derden door te schuiven en stoppen met de onzin om het accent op de smakelijkheid van het probleem te leggen dan kan er misschien nog iets tot stand komen dat uitzicht biedt op het beheersbaar maken van het probleem. In Langedijk kan daar landelijk het voortouw in worden genomen. Als we dan ook nog in de aanloop naar de waterschapverkiezingen de kandidaten aanspreken over het probleem dan kunnen zij er misschien voor zorgen wat wij wat minder kwetsbaar voor de stijgende zeespiegel worden en vooral ook voor de dijken die nu onze polder omringen. Op dit moment durven de waterschappen nog te stellen dat hun dijken geen schade ondervinden van ondergravingen, terwijl op nog geen twee meter afstand een akker al flink is ondergraven.

Zolang de waterschappen, provincie en gemeente de instelling hebben van “Na ons de zondvloed” zal het probleem en de schade alleen maar groter worden. Voorzover het er naar uitziet draaien de tuinders en de hobbytuinders straks voor de kosten op.

Geef een reactie