De afgelopen jaren heb ik veel reacties gekregen op mijn hier gepubliceerde serie “De opkomst en ondergang van de middenstand in Broek op Langedijk”. Nog bijna dagelijks worden er afleveringen bekeken en niet alleen vanuit Nederland. Natuurlijk heb ik gelukkig ook op- en aanmerkingen gekregen van familieleden die met aanvullende informatie kwamen of me wezen op fouten. Gelijktijdig met de neergang van het aantal winkeltjes in Broek op Langedijk ontstond in de periode 1956-1958 de Smiths crispsfabriek* op het Zuiderdel te Broek.
De Smiths crispsfabriek zorgde voor nieuwe werkgelegenheid in de gemeente en tot ver in de regio. Veel voormalig middenstanders en kinderen van die middenstanders vonden daar emplooi. Op grond van de reacties op eerdergenoemde serie over de middenstand had ik een aantal voormalige middenstanders op het oog, omdat zij tot de eerste crispfabriekwerknemers behoorden die Broek op Langedijk en de rest van het land aan de zoutjes hielpen.
Deze serie over de Smiths Potato Crisps Holland N.V en enkele personeelsleden vanaf het eerste uur zal om de vier weken worden geplaatst en er zal ook ruim aandacht zijn voor de lokale Broeker geschiedenis.
*Voor de naam CHIPS in gebruik kwam werd er gesproken over de “Smiths crisps”, omdat dat het dichtst in de buurt lag van het geluid dat het maakte als je een gefrituurd schijfje in de mond nam. Tevens had ‘CHIPS’ in Engeland in die dagen een andere betekenis die nauw verwant was aan hun volksvoedsel “Fish and chips”.
In de vorige aflevering heeft u kunnen lezen over de huurachterstand van bewoners in de Wilhelminastraat van Broek op Langedijk. Een jaar later, 27 september 1935, wil het ministerie van Sociale Zaken van de gemeente een opgave ontvangen van de inkomsten van de huurders en van hun gezin met een overzicht wat zij op dat moment aan huur betalen. Hieronder het overzicht dat de gemeente als antwoord op dit verzoek verstuurde.

Op 21 november 1935 laat het Ministerie van Sociale Zaken de gemeente weten;
“Naar aanleiding van nevenvermeld schrijven deel ik Uw College, mede, dat de tegenwoordige huren de draagkracht van de huurders, die met inkomens van ƒ 27 tot ƒ 17,50 uitgezonderd, te boven gaan.
Ik zie daarom gaarne een voorstel tot verlaging der huren van Uw College tegemoet, waarbij in aanmerking is genomen, dat onder de huidige economische omstandigheden der huren niet meer dan ongeveer 1/5 deel der inkomsten mogen bedragen, en dat voor gelijkwaardige woningwetwoningen gelijke huren moeten worden gevorderd.”
Daar werd in het Broeker gemeentebestuur echter heel anders over gedacht blijkt uit de reactie van Burgemeester en Wethouders op 30 december 1935 aan het ministerie.

Een week later reageert het ministerie al op deze brief met de vraag hoeveel arbeiderswoningen er in de gemeente Broek op Langedijk dan precies leegstaan. Met potlood heeft de burgemeester P. Slot op de brief geschreven; “Den heer Vinke wil u dat eens nagaan! P.S.”
Die klus had de heer Vinke snel geklaard, want op 4 dagen na het verzoek van het ministerie antwoordde de burgemeester;
“Naar aanleiding van Uw schrijven van 7 januari 1936 Nr.30M/BA 423 Afd. Volksgezondheid, deelen wij U beleefd mede dat er momenteel 4 arbeiderswoningen leeg staan met een huurprijs van resp. f.1.50, f.2.50, f.2.50, f.2.25.
Voorts staan leeg 4 middenstandswoningen met een huurprijs van resp. f.4, f.4, f.3.50 en f.5. Deze laatste woningen kunnen ongeveer gelijk gesteld worden met woningen van de Woningbouwvereen. welke woningen ook middenstandswoningen zijn. Burgemeester en Wehouders van Broek op Langendijk.”
Na de dood van burgemeester P. Slot en het aantreden van gemeentesecretaris Schelhaas tot burgemeester lijkt er een socialer bestuur te zijn gekomen en krijgt ook de woningbouwvereniging van Broek steun vanuit de gemeente. Schelhaas steekt in 1939 veel tijd in het onderhouden van contacten met het ministerie van Sociale Zaken en waar nodig ondersteunt en levert hij een bijdrage aan de ontwikkeling en organisatie van de ‘Woningbouwvereniging Broek op Langendijk’. Dit allemaal met het oog op de ontwikkeling van de ‘Van der Molenpolder’ tot de te ontwikkelen Oranjebuurt en de komende kanalisatie.
Getuige de betalingsachterstanden van een deel van de inwoners van de Wilhelminastraat zal de verkoop van brood in de Wilhelminastraat in die crisisjaren geen vetpot zijn geweest.

Niet bij brood alleen.
Naast brood en banket stond Klaas, net als zijn broer Paul, bekend om zijn beschuit. Het was een tijdrovende klus, want eerst moesten de beschuitbollen onder speciale beschuitblikjes worden gebakken, waarna ze doormidden werden gesneden om daarna nogmaals de oven in te gaan om tot de juiste kleur te bakken. Daarna werden de beschuiten handmatig in speciaal bedrukte zakken verpakt en waren zij klaar voor de verkoop. Dat waren niet alleen de klanten, maar er werd ook aan wederverkopers en kruideniers in de omgeving geleverd. Per week werd er ca. 400 rol beschuit uitgeleverd.
