Recentelijk sprak de voorzitter van Stichting Veldzorg in bij de gemeenteraad van Heerhugowaard inzake de hoogbouw rondom het station Heerhugowaard. De geschiedenis van de inspraak laat echter zien dat insprekers weliswaar ‘gehoord’ worden, maar geluisterd wordt er op dat moment al lang niet meer. Effectief beïnvloeden van besluiten doe je al ruim voordat een dergelijk onderwerp in de besluitvorming komt door alle betrokkenen vooraf te benaderen en daar ook de publiciteit in te zoeken. Kortom de voorzitter van Veldzorg was veel te laat. Wat wel opviel in zijn inspraak was het feit dat hij weinig kennis heeft van het gebied dat hij met zijn stichting in opdracht van Staatsbosbeheer beheert.
Dat is eigenlijk diep en diepdroevig. Hoe kan je iets als cultuurlandschap beheren als je niet weet hoe dat landschap tot stand is gekomen. In de beleving van die voorzitter verkeert het Oosterdelgebied al 850 jaar in de huidige staat. Letterlijk sprak hij; “Ter inleiding. Helaas heeft het cultuurlandschap de Oosterdel geen status als cultureel erfgoed. Dat neemt niet weg dat het gebied wel degelijk een cultureel erfgoed is waar we bijzonder zuinig op dienen te zijn. 850 jaar geleden aangelegd en nog steeds in de staat zoals het 850 jaar geleden is gemaakt.”
Het getuigt van weinig historisch besef door te stellen dat het Oosterdelgebied 850 jaar jaar geleden zou zijn gemaakt. Alsof het op de tekentafel is bedacht en door een aannemer is uitgevoerd. Waar haal je die onzin vandaan en hoe durf je op zo’n manier op te komen voor het Oosterdelgebied?
Blijkbaar denkt die voorzitter dat die raadsleden van Heerhugowaard zijn verhaal wel voor zoete koek aan zullen nemen. Ervanuit gaand dat ze blijkbaar net als zijn mede-bestuursleden alles voor zoete koek slikken. En dan het hoge toontje van meneer de voorzitter; “Ik, sprekend namens de Stichting Veldzorg Oosterdel, mis de afweging van . . .”en vier volzinnen daarna: “Ik, sprekend namens de Stichting Veldzorg, vind dit bijzonder mager en nauwelijks serieus te nemen.” Gezien de uitkomst van de besluitvorming van de gemeenteraad kon de gehele raad zich in deze laatste bijdrage heel goed vinden en vonden ze zijn betoog inderdaad te mager en weinig serieus om tot een ander besluit te komen.
De voorzitter van de Stichting Veldzorg neemt zaken historisch gezien op meerdere vlakken niet serieus. Sterker nog hij stuurt de geschiedenis op punten zelfs bij om het onvermogen van het Veldzorgbestuur uit de spotlichten te houden. Afgelopen donderdagavond tijdens een huurdersbijeenkomst werd er weer een wetenswaardigheid aan de geschiedenis toegevoegd. Zo zouden alle akkers vroeger een verlaagde oeverrand om de akkers hebben gehad en dankzij de aanwezigheid van de Amerikaanse rivierkreeft ontstaat volgens de voorzitter nu de mogelijkheid om de ondergravingen zodanig aan te pakken dat het hele Oosterdelgebied straks weer de aanblik krijgt van de situatie zoals het 850 jaar geleden is geweest. Chapeau voor het hele Geldzorgbestuur dat in de vijftien jaar van haar beheer het Oosterdelgebied in de huidige deplorabele toestand heeft weten te brengen.
Het goede nieuws was dat de voorzitter na een jaar heeft besloten om contact te zoeken met de eigenaar Staatsbosbeheer en deze te bewegen om in Den Haag te zien of vandaaruit steun is te krijgen. Een jaar na de ontdekking in de schouwboot van de Amerikaanse rivierkreeft gaat hij wat doen! Anderen moeten nu blijkbaar iets gaan doen, omdat zijn bestuur vijftien jaar met de ogen dicht in het Oosterdelgebied beheerder heeft gespeeld.
Binnenkort zal er nog het nodige aan nieuwe historische feiten boven komen drijven om aan te tonen dat iedereen schuld heeft aan de ondergravingen van de oevers behalve de voorzitter, sprekend namens de stichting Veldzorg.
Het probleem voor het Oosterdelgebied is dat het beheerd wordt door een stichting bestaande uit amateurs en dat een stichtingsbestuur niet naar huis gestuurd kan worden als ze nalatig of onbehoorlijk bestuur plegen.
Het enige dat zou kunnen is dat Staatsbosbeheer de moed heeft de overeenkomst met deze stichting op te zeggen en zelf aan de bak gaat en/of tot een andere vorm komt. De aanzet daartoe is in 2004 ooit gegeven in het beheerplan Oosterdelgebied 2004 – 2014 door de AReNa-werkgroep. Die zou bij de uitvoering van dat beheerplan als intermediair optreden tussen Staatsbosbeheer en Veldzorg, maar dat is door Staatsbosbeheer nooit serieus opgepakt, omdat ze eigenlijk niets met het Oosterdelgebied op hebben. In die zin vraag ik me af wat er van mevrouw Tienkamp, directeur Staatsbosbeheer Noord-Holland, valt te verwachten die ik over deze kwestie de afgelopen week een mail heb gestuurd.
