Aartsrivalen 6.

Een aantal jaren geleden publiceerde ik, via ‘printing on demand’, het boek “Aartsrivalen” over mijn onderzoek naar het oorlogsverleden van Jan Kloosterboer en Fred Groot. Op een bepaald moment gingen de papierprijzen omhoog en kwam het erop neer dat ik geld toe moest geven op de boekverkoop via BOL.com. Daarop besloot ik het boek uit de handel te nemen. Echter via oudere artikelen op mijn site over het onderwerp bleef er vraag naar bestaan en daarom heb ik besloten het boek eens in de twee weken, in delen, hier op schaduwrijklangedijk te publiceren.

De voorzitter van de Stichting Langedijker Verleden, Hans de Graaf, is overigens de mening toegedaan dat de navolgende publicaties niets te maken hebben met het historische verleden van Langedijk, maar vallen onder de geschiedenis van Sint Pancras. Het is maar dat u weet hoe de genoemde stichting met het verleden van de eigen gemeente omgaat.

De transportarbeiders namen een heel bijzondere plaats in binnen het Langedijker veilingbestaan. Tuinders hadden er baat bij dat zij een goede relatie hadden met de transportarbeiders. De schuiten uit de veiling die naar de losplaatsen kwamen werden normaal gesproken in volgorde van aankomst gelost, maar dat werd vaak terplekke soms veranderd. Sommige tuinders gaven fooi of hadden het met de kastelein geregeld dat deze een glaasje voor de arbeiders schonk of er bleven kool of andere groenten over voor de mannen. Door de lage salariëring is dat fooiensysteem tot het eind toe van de veiling in takt gebleven.8 Het moet de gebroeders Kloosterboer een doorn in het oog zijn geweest dat de transportarbeiders voor hun rechten opkwamen. Jan en Cees zullen zich enorm hebben moeten inhouden en dat zal ze heel wat moeite hebben gekost, want ze stonden bekend zeer recalcitrant te zijn.

Zo kwam broer Cees in september 19219 in een ernstig conflict met burgemeester Jacob Kroonenburg. In de raad van Sint Pancras op woensdag 14 september 1921 wordt er gesproken over het ingezonden stuk van Cees in de ‘Nieuwe Langedijker Courant’.

Hij heeft een boos stuk geschreven naar aanleiding van een publicatie op 8 september in dezelfde courant. In het ingezonden stuk van Cees Kloosterboer kwamen uitdrukkingen voor als zou de burgemeester een aaneenschakeling van onwaarheden en opzettelijke onjuistheden en grove, hatelijke leugens de raad voorzetten. Een en ander hield nauw verband met de voorgenomen bouw van een Bijzondere School, die naar de mening van Kloosterboer, voor de gemeente veel te veel geld moest kosten. Bij het zetten van de tekst was bij de drukker van de krant de letter ‘s’ weggevallen en was de ingezonden brief ondertekend door C. Klooterboer.

Burgemeester Kroonenburg moet flink in zijn kuif zijn gepikt door de ingezonden brief, want tijdens de raadsvergadering liet hij weten er niet over te willen spreken omdat hij een klacht wegens belediging overwoog. Hetgeen hij ook heeft gedaan en dat leidde op 3 november 1921 tot eenrechtszaak.10 Voor de burgemeester zou een rechtszaak niet nodig zijn geweest als Cees al zijn woorden zou hebben ingetrokken, maar Cees deed dat maar op een aantal punten met tot gevolg dat zij beiden ter zitting kwamen. De Officier van Justitie achtte de beklaagde schuldig aan belediging en eiste ƒ 75,– of 75 dagen hechtenis.

Ondanks het feit dat de groente-exporteurs in Langedijk in juni 1922 met de transportarbeiders overeenkomen het contract uit 1921 ongewijzigd te verlengen, zijn de relaties van de gebroeders Kloosterboer er met de transportarbeiders niet beter op geworden.

De gebroeders raken in het najaar van 1922 slaags met een aantal transport­ arbeiders en één van hen, K. Vinke, heeft een klacht 11+12 wegens mishandeling tegen Jan Kloosterboer ingediend. Uit het rechtbankverslag blijkt ook dat broer Cees en Willem in aanraking met de arbeiders kwamen.

Op 4 december 1922 staat Jan Kloosterboer terecht bij de Politie Rechter te Alkmaar voor mishandeling. In Broek op Langedijk heeft hij de transportarbeider K. Vinke geslagen en geschopt omdat hij bij het laden van een spoorwagon door Vinke zou zijn gehinderd. Vinke eist een schadevergoeding van zestien gulden voor gemaakte geneeskundige onkosten en arbeidsverzuim. Bij deze rechtszitting waren ook nog zeven andere transportarbeiders betrokken en deze stonden direct na de behandeling van de zaak ‘Vinke versus Kloosterboer’ terecht. De gebroeders Kloosterboer, Jan, Cees en Willem, waren een spoorwagon aan het laden en werden door de transportarbeiders gehinderd of zoals de gebroeders Kloosterboer vertelden; zij werden door de transportarbeiders afgedroogd.

Jan Kloosterboer, had om problemen te voorkomen één van de transportarbeiders geld geboden om zonder problemen hun wagon tijdig geladen te krijgen, dat had deze geweigerd. Deze transportarbeider werd daarop, volgens zijn collega’s onheus door Jan Kloosterboer behandeld. Dat was voor hen de aanleiding om voor hun collega op te komen. Jan Kloosterboer kreeg een boete van ƒ 20,– of 20 dagen hechtenis.

Twee transportarbeiders werden vrijgesproken en vijf anderen werden ook veroordeeld tot ƒ20,– of 20 dagen hechtenis.

Zakelijk gezien ging het de beide broers voor de wind en bouwden hun zaak in 1923 uit met de firma Kloosterboer Vrieshuizen te Broek op Langedijk en later ook in Alkmaar.

De Firma Gebr. Kloosterboer was in de regio bekend en niet altijd in de positieve zin. Broer Cees zat in de gemeenteraad voor de Anti-Revolutionairen (AR) en Jan zelf was voorzitter van de lokale Anti-Revolutionaire partij en een fel tegenstander van het Marxisme.

De lokale politiek stelde Cees Kloosterboer als raadslid soms ook wel voor problemen, zoals blijkt uit een verslag in de Schager Courant13 waaruit blijkt dat hij voor een dilemma lijkt te staan als in de raad een verzoek van zijn broer Piet wordt behandeld. Waar je zou verwachten dat hij zich bij de besluitvorming buiten de stemming zou houden, kiest hij toch voor zijn broer.

Wordt vervolgd.

Geef een reactie