U leest...

geen categorie

DE MOORD TE SCHAGEN (4.)

Hieronder het letterlijke verslag van de begrafenis van de slachtoffers van de moord zoals die op 17 augustus 1894 in de Alkmaarsche Courant verscheen.

De begrafenis der beide slachtoffers.

In den vroege morgen van 14, omstreeks 4 uren, werden de lijken uit het lijkenhuisje teruggebracht naar de woning, om vandaar uit ter aarde te worden besteld. Tegen 1 uur verzamelde zich eene groote menigte menschen op de breede straat voor de woning, stil wachtende op de komst der lijkkoetsen, waarmee de ongelukkigen naar het kerkhof zouden worden vervoerd. De voorste koets droeg de kist met het stoffelijk overschot van het jonge meisje, begeleid door een tiental jongelieden, buren en goede kennissen der verslagene. De dames der zangvereeniging “Euphoria”, waarvan Anna een verdienstelijk lid was, volgden in diepen rouw te voet den lijkwagen. Menig hart klopte sneller en menig oog vulde zich met tranen, toen die weenende schare jonge meisjes zich opstelden om een harer liefste vriendinnen zoo jong naar de laatste rustplaats te brengen. In zeven koetsen volgden verder naaste familieleden en verdere betrekkingen, terwijl een viertal goede kennissen van de weduwe te voet de stoet sloten. Een sterke politiemacht hield den te volgen weg vrij.

Bijna half twee was het, toen de stoet zich onder het plechtige gelui der doodsklok in langzame beweging stelde. Waar dit slechts mogelijk was, hadden de burgers ten teeken van rouw van hunne woningen de blinden gesloten of de jaloeziën neergelaten. Op den doodenakker waren zeer velen samengestroomd om een laatsten groet te brengen aan de ongelukkige slachtoffers. Nadat de kist van de weduwe in de groeve was neergelaten, nam ds. A.W. van Kluijve het woord en na de reden te hebben opgegeven, waarom hij voor dit maal gemeend had te moeten afwijken van de gewoonte om in ’t sterfhuis te spreken, schetste hij de ontzetting, ’t medelijden en de verontwaardiging, die zich van geheel Schagen had meester gemaakt, toen het gruwelstuk bekend werd; eene ontzetting te grooter, omdat ouden van dagen zich niet konden herinneren, dat er een moord in Schagen was gepleegd. Hij herinnerde den omstanders ’t stille leven der slachtoffers, die aan niemand eenigen aanstoot gaven; van wie de oudste met zooveel kloeken moed jaren lang gearbeid had voor een fatsoenlijk burgerlijk bestaan, terwijl de jongste door hare vriendelijkheid en levenslust aller sympathie genoot. Geen wonder, dat afschuw voor den moordenaar, bittere verontwaardiging zich van allen had meester gemaakt. En toch, ’t stond voor hem vast, dat, hoe innig het medelijden was met het droevig lot der vrouwen, er duizenden zouden gevonden worden, die liever haar lot hadden gedeeld, dan zulk een ontzettende misdaad op zich te laden en gebukt te gaan onder den last van zulk een vreeselijke daad. Maar – dit waren ongeveer de laatste woorden – geen gedachten van haat en wraak. ’t Evangelie van Christus getuigt van ontferming, medelijden, lankmoedigheid en goedertierenheid. Met een bede tot God gaan wij van hier, voor den wreeden mensch, dat ’t nog eenmaal licht moge worden in zijn ziel en op het zelfde oogenblik, dat dit licht in zijn binnenste zal zijn opgegaan, zal ook ’t bloed dezer vrouwen aan hem gewroken zijn.

Toen de heer van Kluijve met hevige aandoening bevende stem zijne lijkrede had uitgesproken, nam nog de directeur der dameszangvereeniging “Euphoria”, de heer H.M.Th. ter Linden, het woord namens zijne vereeniging. In korte woorden herinnerde hij er aan, wat de overledene Anna voor de vereeniging was geweest en hoe diep zij door haar medeleden werd betreurd. Met een enkel woord dankte de heer C. Al, van Alkmaar, exec.-testam., de woordvoerders en verdere vrienden namens de familie voor de laatste eer, den overledenen bewezen.

De groeve, waarin beide vrouwen rustten, is gedekt met een vijftal kransen, waarvan een op de lijkkist van de weduwe, 4 op die van het meisje zijn gehecht geweest. De krans van “Euphoria” draagt tot opschrift: “De dameszangvereeniging “Euphoria” te Schagen aan haar diep betreurd lid Anna Beijers”; de overige kransen, van de zusters van het meisje, van haren beminde en van de heer Al uit Alkmaar, die er ook eene op de kist van de weduwe had gelegd, dragen alle op witte zijden linten toepasselijke woorden en laatste groeten en wenschen voor de overledenen.

Tot ongeveer half drie was de plechtigheid afgeloopen en keerden honderden van het kerkhof weder naar hunne woningen terug, vol hope, dat het der nederlandsche justitie mag gelukken van dezen moord de daders te vinden, vol medelijden met het droevig lot der betreurde vrouwen.

Des avonds is een vergadering van burgers gehouden tot het uitloven eener premie voor het ontdekken van den moordenaar. (Zie telegrafische berichten).

Naar we met zekerheid vernemen vervallen de eigendommen der vermoorde vrouw, die bij testament van 1891 bijna alles aan de ongelukkige Anna had vermaakt, bij ontstentenis van wettige erfgenamen, aan den Staat.

Wordt vervolgd.

Discussion

No comments yet.

Post a Comment

Archief