Koud van de Zuidscharwouderkermis thuiskomen. (4.)

Alkmaarsche Courant 24 september 1936, pag. 2

ZUIDSCHARWOUDE

De kermis

De jaarlijkse kermis is weer achter de rug. Het is er weer heel druk geweest. Een groot aantal bezoekers hebben de diverse gelegenheden alle drie dagen gehad. Behalve de vreeselijke gebeurtenis te Broek op Langendijk, welke een schaduw heeft geworpen op deze kermis en waardoor de kermis 1936 nog lang in veler geheugen zal blijven, is alles heel goed verloopen. Dinsdag is geen enkele ongeregeldheid voorgekomen.

’s Maandags werd in de zaal van den heer P. Kramer een toneelvoorstelling gegeven door de toneelvereeniging O.K.K. alhier, waarvoor naar men ons mededeelt, een goede belangstelling bestond. De uitvoering hebben wij zelf niet bijgewoond. Er wordt schijnbaar geen prijs op gesteld. Een meer uitvoerig verslag van deze tooneeluitvoering moeten wij – dan ook achterwege laten.

De Cinema Schinkel heeft ook weer een groot aantal bezoekers getrokken, hoewel de vertoonde films niet waren zoals men van Schinkel gewend is.

Er werd ditmaal in zes cafe’s kermis gevierd. Het zevende, dat al eenigen tijd leeg staat, was nog door een caféhouder te Noordscharwoude in orde gebracht, doch aangezien de vergunning meer dan drie maanden niet gebruikt was kon een en ander geen doorgang vinden. De deur moest gesloten blijven.

Woensdag van kermis werd bij den heer P. Kramer nog een wedstrijd in kolven gehouden, terwijl de heer Kaper een attractie op touw had gezet voor beginnende ton-knuppelaars. Hiervoor bestond dezen vierden niet-officieelen kermis-dag nog vrij veel animo.

Alkmaarsche Courant 26 september 1936, pag. 2

Het drama te Broek op Langedijk

Begrafenis van het slachtoffer.

Het slachtoffer van het nachtelijke drama in den nacht van Maandag op Dinsdag is Vrijdagmiddag ter aarde besteld op de algemeene begraafplaats te Broek op Langendijk.

Zooals verwacht werd, was de belangstelling voor deze begrafenis buitengewoon groot. Reeds eenigen tijd voor het vastgestelde uur verzamelden zich de menschen voor het Postkantoor. De groep belangstellenden groeide voortdurend aan en toen om kwart over drie de begrafenisstoet het kerkhof opkwam, was er een groote massa menschen bijeen. Er waren er vele honderden, niet alleen uit deze gemeente, maar ook uit de omgeving.

Onder doodsche stilte werd de verzegelde kist met het stoffelijk overschot in de groeve neergelaten.

De burgemeester van Broek op Langendijk, de heer P. Slot APz., voerde als eerste spreker het woord. Wij moeten ons, aldus spr., hier in stilte neerbuigen voor God. Ik betuig mijn innige deelneming aan de familie met dit zware verlies. Ik zal daarbij wel de tolk zijn van alle medeburgers. Houdt U overtuigd, dat wij hebben meegeleefd en deelnemen in uw verlies, zeide burgemeester tot de familie, waarna hij de bede tot God deed oprijzen, dat Hij hen met Zijn groote Liefde moge omringen en hulp moge bieden.

De heer ds. Donner sprak eveneens betuigingen van deelneming tot de zwaar getroffen familie, met wier verlies wij mede leven en mede lijden. Spr. hoopte, dat God zijn Vaderlijke ondersteuning moge geven. Naar aanleiding van Prediker 12 : 1 sprak ds. Donner de aanwezigen toe, in het bijzonder de jongeren. Gedenk aan Uwen Schepper; God in den Hemel is een God die vraagt te leven in zijn dienst en niet te wandelen op zondige paden. Van alles dat gehoord is, is het einde van de zaak: Vreest God en houdt zijn geboden, want dit betaamt allen menschen, want God zal ieder werk in het gerecht brengen met al wat verborgen is, hetzij goed of hetzij kwaad.

De heer K. Visser sprak namens de familie. Dank bracht hij aan de velen, die hier aanwezig waren voor hun belangstelling. De moeilijkheden van David waren groot. Davis wist de weg om kracht te putten. Spr. verzocht de aanwezigen het gebed om deze kracht en die steun in hun gebeden te ondersteunen. Hiermede was deze aangrijpende plechtigheid beëindigd en verliet men de begraafplaats.

De lezing van de politie.

Wij hebben ons – zoo schrijft onze correspondent – nogmaals tot de politie gewend om inlichtingen.

De lezing, welke van de zijde der politie wordt gegeven, komt wel ongeveer overeen met hetgeen wij reeds meldden. Op enkele punten kan een kleine verduidelijking worden aangebracht. Allereerst hebben wij van de gelegenheid gebruik gemaakt eens te informeeren naar de geruchten, welke de ronde doen over z.g. dienstklopperij van den brigadier, die het doodelijke schot heeft gelost. Deze geruchten nemen met de dag in omvang toe.

Om met de ergste te beginnen, wordt verteld, dat de brigadier in Velsen ook al iemand heeft doodgeschoten, waarbij er zoo in den loop van de week nog één of twee zijn bijgekomen. Naar ons door den commandant van de rijksveldwacht te Alkmaar wordt medegedeeld, is dit onjuist. Van doodschieten of mishandelen is daar, nog op vroegere standplaatsen sprake geweest! Meerdere geruchten waarnaar door ons werd geïnformeerd, bleken overdreven en sommige onjuist.

De commandant kon het niet ontactisch vinden, dat de brigadier de caféhouder, die minderjarige kinderen in zijn danszaal toeliet, een bekeuring gaf. Niet alleen als politieman, maar ook als mensch vond de brig. een danszaal geen plaats voor deze kinderen.

De jongeman werd niet in het schuitje of aan de kant van de sloot doodgeschoten zooals wel wordt beweerd. Hij door den kogel geraakt midden op den weg, toen hij op den brigadier toekwam.

Daar onze mededeeling werd bevestigd, dat de brigadier de mannen eerst met de klewang een stuk had weggedreven en daarna, toen hij terugkeerende weer door hen werd gevolgd, na herhaalde waarschuwingen in de lucht geschoten, vroegen wij, of het toen ook niet mogelijk was geweest, de mannen me de klewang te bedwingen.

Hierop werd geantwoord, dat de mogelijkheid wel bestaat om vier man met de klewang van zich af te houden, doch dan moet men zich kunnen opstellen tegen een muur. Als het zoo is als op de plaats waar het ongeval geschiedde, waar men van alle kanten kan worden besprongen, is het onmogelijk, met succes weerstand te bieden.

Toen kwamen wij aan het cardinale punt, waarover ieder spreekt; of het noodzakelijk was geweest, de revolver te trekken en te schieten. Deze noodzakelijkheid werd niet ontkend noch bevestigd, daar het onderzoek dit zal moeten uitmaken. In hetzelfde geval verkeerende als de brigadier zou de commandant eveneens hebben geschoten. Deze heele zaak moet worden beschouwd onder de omstandigheden, welke eraan zijn voorafgegaan. Bij het onderzoek is vastgesteld, dat de politiemannen gesard zijn, ook al op de kermis.

Zooals begrijpelijk is, wordt dit noodlottig voorval door de politie zeer betreurd, maar de omstandigheden zijn er de oorzaak van. Tot zoover de mededeeling van de rijkspolitie. Mogelijk dat hierdoor de inzichten in deze zaak eenigszins worden verhelderd. Voor de ingezetenen van Broek op Langendijk is deze zaak nog lang niet tot een eind. Men zal echter het verder onderzoek van politie en justitie moeten afwachten.

Wordt vervolgd.

Bronnen en illustraties; Regionaal Archief Alkmaar, Alkmaarsche Courant, Schager Courant, St. Langedijker Verleden en eigen collectie.

Reacties en aanvullingen; kunt u mailen naar schaduwrijklangedijk@gmail.com of via de reactiemodus op deze website.

Geef een reactie