De afgelopen jaren heb ik veel reacties gekregen op mijn hier gepubliceerde serie “De opkomst en ondergang van de middenstand in Broek op Langedijk”. Nog bijna dagelijks worden er afleveringen bekeken en niet alleen vanuit Nederland. Natuurlijk heb ik gelukkig ook op- en aanmerkingen gekregen van familieleden die met aanvullende informatie kwamen of me wezen op fouten. Gelijktijdig met de neergang van het aantal winkeltjes in Broek op Langedijk ontstond in de periode 1956-1958 de Smiths crispsfabriek* op het Zuiderdel te Broek.
De Smiths crispsfabriek zorgde voor nieuwe werkgelegenheid in de gemeente en tot ver in de regio. Veel voormalig middenstanders en kinderen van die middenstanders vonden daar emplooi. Op grond van de reacties op eerdergenoemde serie over de middenstand had ik een aantal voormalige middenstanders op het oog, omdat zij tot de eerste crispfabriekwerknemers behoorden die Broek op Langedijk en de rest van het land aan de zoutjes hielpen.
Deze serie over de Smiths Potato Crisps Holland N.V en enkele personeelsleden vanaf het eerste uur zal om de vier weken worden (op of rond de vijfde van de maand) geplaatst en er zal ook ruim aandacht zijn voor de lokale Broeker geschiedenis.
*Voor de naam CHIPS in gebruik kwam werd er gesproken over de “Smiths crisps”, omdat dat het dichtst in de buurt lag van het geluid dat het maakte als je een gefrituurd schijfje in de mond nam. Tevens had ‘CHIPS’ in Engeland in die dagen een andere betekenis die nauw verwant was aan hun volksvoedsel “Fish and chips”.
Ondernemer in de crisisjaren.
Op het moment dat Klaas Kok met Janna Nieuwenhuizen in het huwelijk trad ging het met de economie nog erg goed. Er was in de loop van de jaren twintig, ‘Roaring Twenties, een ware consumptiemaatschappij ontstaan en het zal op grond van de economische vooruitzichten en de groei van de bevolking in Broek op Langedijk de reden zijn geweest dat het jonge stel een nieuwe bakkerij begon op de Dijk. Het echtpaar heeft echter niet lang kunnen profiteren van de toen ontstane consumptiemaatschappij, want op donderdag 24 oktober 1929 ontstond er in Amerika paniek op de beurs en kelderden de aandelen. De depressie die in Amerika ontstond sloeg over naar Europa. De economie raakte in een neerwaardse spiraal: mensen kochten minder, waardoor de productie afnam en werknemers werden ontslagen. Hierdoor hadden mensen minder inkomen, wat weer leidde tot nog minder aankopen en nog minder productie. Voor Nederland had dit op een bepaald moment tot gevolg dat 15% van de beroepsbevolking zonder baan kwam te zitten en waren de lonen met 40-60% gedaald en groeide de armoede.
Dat de recessie ook Broek op Langedijk niet bespaard blijft, blijkt uit het feit dat op 28 juli 1934 het gemeentebestuur een verzoek richtte aan de minister van Sociale Zaken tot verlaging van de huur voor de woningen in de Wilhelminastraat. Dat waren de eerste woningen die door de ‘Woningbouwvereniging Broek op Langendijk’ waren gebouwd als uitvloeisel van de Woningwet van 1901. De bouw van deze woningen kende een heel lang voortraject waarbij de medewerking van burgemeester en wethouders niet van harte leek te gaan. Ondanks het feit dat er in maart 1919 er toch al een woningbouwvereniging met leden was, kwam de bouw van 18 woningen niet erg van de grond en moesten de leden van de woningbouwvereniging garant staan indien er eventuele tekorten zouden ontstaan. Dat zette wel kwaad bloed bij de mensen van de woningbouwvereniging. Pas in maart 1922 blijkt dat men is begonnen met de bouw van de schuurtjes van de woningen in de Wilhelminastraat en het leggen van een straat.
Onderscheid diende er te zijn.
Het lokale bestuur leek zich in die tijd weinig gelegen te laten liggen bij de sociale kant van het leven. Vanaf de middeleeuwen werd de zorg voor de oudere, arme of zieke medemens overgelaten aan de kerkelijke liefdadige instellingen. Op grond van de Armenwet van 1854 ontstond het Burgerlijk Armbestuur die alleen bedeelde als de familie of kerkelijke en particuliere instellingen niet bereid waren om uit te keren. Of het Burgerlijk Armbestuur bij het College van B. en W. heeft aangedrongen om de huren te mogen verlagen of dat het de woningbouwvereniging zelf is geweest is niet duidelijk in de stukken terug te vinden. Het moet voor het College een hele stap zijn geweest om dit verzoek te doen, want duidelijk blijkt uit de stukken dat burgemeester P. Slot de mening is toegedaan dat arbeiders niet in de middenstandswoningen van de Wilhelminastraat thuishoorden.
Huurverlaging voor woningen Wilhelminastraat.
Op 28 juli 1934 zijn er in de Wilhelminastraat 4 woningen met een huur van ƒ 4,50 per week, welke men met 90 cent per week wil verlagen; er zijn 6 woningen met een huur van ƒ 4,25 per week die ook met 90 cent per week omlaaggaan en de 8 andere woningen met een huur van ƒ 4,- per week ook met 90 cent te verlagen. De huizen in de Wilhelminastraat worden door het gemeentebestuur aangemerkt als particuliere/middenstands woningen en de huurkosten voor gelijksoortige woningen in Broek op Langedijk zijn ƒ 3,50 à ƒ 4,00 per week. Voor een arbeiderswoning, waarvan er op dat moment een tweetal leeg staan, betaalt men ƒ 2,50 per week aan huur.

Op 16 augustus 1934 laat het Ministerie van Sociale Zaken weten dat zij zich met de voorgestelde huurverlagingen kan verenigen.