Lintjesregen komt er weer aan.

Nu loopt het zo rond de periode van de lintjesregen nog niet echt storm op de winkels waar paraplu’s worden verkocht. Neemt niet weg dat er in menig huishouden toch wordt uitgezien naar een uitnodiging op het gemeentehuis.

Het komt in sommige gevallen wel voor dat zelfs raadsleden in aanmerking komen voor een lintje en dat is opmerkelijk, want er worden wel ‘eisen’ gesteld aan het krijgen van zo’n lintje. Wie de raad van Langedijk zo van een afstandje bekijkt, zal toch moeten toegeven daar niet de kwaliteiten zijn die voldoen aan de verleningscriteria.

Lijkt mij ook zeer onterecht dat je een lintje zou kunnen krijgen als je een x-aantal jaren op dat pluche hebt gezeten. Zie tenminste in de verleningscriteria niets beschreven over de kwaliteit van het zitvlees.

Voor de orde van de Nederlandse Leeuw moet je volgens artikel 1.1 “verdiensten van zeer exceptionele aard jegens de samenleving hebben verricht.”

Als het nu zo was dat je zo’n lintje kon krijgen, omdat je het ‘gepresteerd’ hebt om jarenlang jouw maandelijkse vergoeding van € 990,55 te hebben ontvangen, dat kan je toch niet zien als een verdienste van zeer exceptionele aard.

Van verdiensten als bedoeld in het eerste lid is bij de Langedijker raadsleden is ook geen sprake in de zin van: 

a. iemand een verantwoordelijkheid heeft gedragen of een bekwaamheid heeft getoond die aanmerkelijk groter is dan de samenleving van hem mocht verwachten;

b. iemand op uitstekende wijze werkzaamheden heeft verricht waarbij de samenleving in zeer belangrijke mate is gebaat, en in het bijzonder indien de maatschappelijke waardering daarvoor niet op andere wijze tot uitdrukking is gekomen of

c. iemand alleen of samen met anderen, al dan niet in opdracht, een zeer uitzonderlijke prestatie heeft verricht.

Voor de Orde van Oranje-Nassau kan ik me ook geen raadslid van Langedijk voorstellen die voor een dergelijke onderscheiding in aanmerking zou komen.

1 De Orde van Oranje-Nassau strekt tot onderscheiding van personen wegens bijzondere verdiensten jegens de samenleving.

2 Van verdiensten als bedoeld in het eerste lid is sprake, indien: 

a. iemand zich geruime tijd ten bate van de samenleving heeft ingespannen of anderen heeft gestimuleerd; 

b. iemand een of meer opvallende prestaties heeft geleverd of werkzaamheden heeft verricht die voor de samenleving een bijzondere waarde hebben.

3 Bij de vaststelling van de bijzondere verdiensten, bedoeld in het tweede lid, kan in aanmerking worden genomen dat iemand geruime tijd werkzaamheden heeft verricht op een wijze die betrokkene onderscheidt van anderen en die getuigt van een karaktervolle en voorbeeldige plichtsvervulling.

Een raadslid die zich zou hebben ingespannen en anderen heeft gestimuleerd? Je mag toch hopen dat dit met betrekking tot raadsleden ironisch is bedoeld, want hoe treurig is het als je voor 15 of 25 jaar raadslid voor dat ‘werk’ een onderscheiding krijgt.

Nog erger is het: Als je daarvoor een onderscheiding durft aan te nemen of je moet het zien als je eerste en tevens laatste karaktervolle en voorbeeldige plichtsvervulling die je als raadslid in al die jaren hebt vervuld.

Toch zou het me niets verbazen als er in 2022 raadsleden zijn die teleurgesteld zouden zijn als ze geen lintje zouden krijgen. Ter motivatie leek het mij daarom goed om de verleningscriteria hier nog even onder de aandacht te brengen. 

Geef een reactie