Koud van de Zuidscharwouderkermis thuiskomen. (11.)

Onder dit artikel treft u een uitnodiging aan van een boekpresentatie over dit onderwerp op 24 juni a.s.

Schager Courant Woensdag 25 November 1936 pag. 9. Vervolg

Requisitoir.

Zeer levendig, aldus de Officier, staat mij nog voor den geest den nacht van 21 op 22 September van dit jaar, toen hij ’s nachts om half vijf uit zijn bed werd gebeld, door de telefoon. Gelukkig – zegt spreker – is dit een zeldzaamheid, maar het is het bewijs dat er iets bijzonders is gebeurd. En dat was ook inderdaad het geval. Tot zijn ontsteltenis hoorde spr. dat brigadier van den Bosch te Broek op Langendijk iemand had doodgeschoten. Nu is brigadier v.d. Bosch iemand, die ambtelijk bij spr. goed bekend staat als een uitnemend politieman. Spr. heeft daarom een verklaring willen zoeken hoe dat heeft kunnen plaats vinden. Spr. wijst erop, dat v.d. Bosch in Juni te Broek op Langendijk werd gestationeerd, maar aldaar tot September weinig practischen dienst deed. Men kende dus den brigadier heel weinig. Het is ’n psychologisch verschijnsel – aldus de officier – dat de bevolking en speciaal het jongere gilde een zekere houding aanneemt tegenover een nieuwen politieman. Men probeert hoever men kan gaan. Lukt het, dat ze ver gaan dan is meteen zoo’n nieuwen veldwachter onmogelijk geworden en is hij zijn prestige kwijt voor goed. In het andere geval zegt men: Het is een lastige kerel, hij ziet niets door de vingers.

Men eischt van een politieman een zekere soepelheid, maar aan den anderen kantverlangt men ook de meest mogelijke gestrengheid. Een en ander komt dus hierop neer, dat de politie moet dansen naar de pijpen van het publiek. Uit de moeilijkheden van den politieman op het platteland, moet men de diepere oorzaak zoeken van het gebeurde. Ofschoon kinderen, gedurende de kermis niet in café’s mogen komen, gebeurde dit toch en moest de politie procesverbaal opmaken. Dit was niet naar de zin van het publiek. Ook over het uur van sluiten ondervond de politie moeilijkheden, al trad zij dan ook nog zoo soepel op.

Kool en speciaal Krap voerden een zekere oppositie en bewezen zulks door te weinig hun consumptie leeg te drinken. Die oppositie bleek ook uit het niet willen naar huis gaan van de verdachten, toen ze eenmaal het café hadden verlaten. Om drie uur lag de Brigadier na eenige dagen van zwaar werk te bed en hij legt nog geen uur te bed of hij wordt wakker door een groot misbaar buiten. Het was ’n geschreeuw en gejoel; een lawaai met fietsbellen en als culminatie een rukken aan den bel, niet eenmaal, doch verschillende malen. Van den Bosch, als goed politieman liet niet met zich spelen, doch kwam, na z’n uniform te hebben aangetrokken, naar buiten. Uit het steegje komende zag hij rechts tegen het hek van Balder drie mannen in gebukte houding staan en links van hem was Kool. Vier mannen dus, die uit twee richtingen op hem toekwamen en grijpbewegingen maakten. De brigadier moest zich dus verdedigen en deed dit met z’n klewang. Aanvankelijk had dit succes, Kool sprong uit angst in een bootje, maar de drie anderen drongen weer op. Ook kwam Kool terug en maakte aanstalten den Brigadier op den rug te springen. Van den Bosch voelde zich ingesloten en de meening als zouden verdachten een kwajongensstreek hebben willen uithalen, wil de Officier verwerpen. Immers: hier zijn de grenzen verre en verre overschreden. Toen de klewangaanvallen geen succes hadden, was de brigadier genoodzaakt zijn revolver te trekken. Als goed politieman heeft hij eerst gesommeerd en daarna tweemaal in de lucht geschoten. Maar aan alle sommaties werd geen gehoor gegeven. In tegendeel, ze werden met gejouw en gejoel ontvangen; de jongens drongen op en natuurlijk voelde de brigadier zich geenszins op z’n gemak. Vooral ook omdat werd doorgegaan met ’t maken van aanvallende bewegingen. Het werd steeds erger. Hij had al lang genoeg geduld geoefend. Achteruitlopend naar z’n woning werd hij achtervolgd; nogmaals deed hij een klewanguitval. Maar Kool kwam met de handen omhoog naar hem toe. Nu zal men zeggen, dat is een teeken van zich overgeven, maar spr. wil dit betwisten. Dat doet geen aanvaller, maar wel iemand die aangevallen wordt. Bovendien nam Kool een kruipende houding aan, wat volgens den Officier niet anders kan zijn geweest dan met de bedoeling den brigadier te scheppen. Wat moest die brigadier nu doen? De eenige uitweg was schieten, maar dan raak. Spr. wil nadrukkelijk doen uitkomen, dat het nooit in de bedoeling van v.d. Bosch heeft gelegen, om Kool dood te schieten. En dat het schot zoo ongelukkig is terecht gekomen, betreurt de brigadier zelf het meest. Spr. wil de eerste zijn om z’n medelijden te betuigen aan de ouders van Kool, die op een zoo ellendige wijze zich hun zoon zagen ontvallen. Vergeten mag niet worden, dat de brigadier in het donker niet mikken kon. Het gaat niet aan dezen politieman alle schuld te geven: neen de schuld ligt bij Kool en z’n kameraden, die Kool sterkten in zijn houding.

Spr. gaat dan uitvoerig in op verschillende getuigenverklaringen. Speciaal wil spr. naar voren brengen dat de vrouw van v.d. Bosch heeft hooren roepen: “Ik doe toch niets, ik heb mijn handjes in de hoogte!” Dat wijst op spot en hoon. Volgens de Officier is Krap de opruier geweest, hij de vader van drie, bijna vier kinderen, had zoiets nooit mogen doen. De Officier acht geweldpleging met vereende krachten, krachtens art. 141 Wetb. v. Strafrecht bewezen en becritiseert dan in heftige bewoordingen het gedrag van verdachten vóór en ook tijdens de zitting. Ze doen net, of ze niets meer weten, ofschoon ze toch in feite de oorzaak zijn van dit droevig gebeuren. Maar ze tonen geen spijt, ze willen zich niet uitlaten. Dat is hun goed recht, maar een meer sympathieke houding zou meer in hun voordeel zijn geweest.

Spr. wil er vervolgens op wijzen, dat de tijden te slecht zijn, om zoveel bier door je keelgat te gieten. Maar bleef het daar maar bij. Als het bier is in de man dan wordt zoo’n man een geheel ander persoon. Dat is wel heel duidelijk in deze zaak gebleken. Bij de overweging van de strafmaat, wil de officier eraan herinneren, dat verd. Slot al reeds tweemaal werd veroordeeld tot een boet van ƒ 50.- wegens mishandeling en ook verd. Krap werd voor hetzelfde feit gestraft al was dat ook in October, dus na deze zaak. De officier heeft niettemin toch gedacht bij het aanleggen van de strafmaat voor de drie verdachten hetzelfde te moeten eischen en meent in dit geval een zeer zware gevangenisstraf, namelijk voor den tijd van twee jaar te moeten requireeren (beweging op de publieke tribune).

Pleidooi van Mr. Langeveldt.

Het is moeilijk – aldus vangt Mr. Langedveldt aan – een verdediging te voeren na een dergelijk zwaar requisitoir. Spr. wil de zaak objectief beschouwen en komt tot de conclusie, de brigadier v.d. Bosch te gauw van zijn vuurwapen heeft gebruik gemaakt. Maar de verdediger wil zich zuiver beperken tot de drie verdachten en dus daarover niet spreken. In Broek op Langendijk is men zeer begaan met de ouders van Kool; mocht de rechtbank deze verdachten veroordeelen, dat zal ook de eer van de familie Kool zijn aangerand. De officier heeft het licht geworpen op den funesten invloed van kennissen, maar pleiter meent, dat die kennissen moeten blijven bestaan als een uitlaat op het zoo moeilijke leven. Het is een feest voor verdachten geweest en er is gefuifd, dat er niet eens opgetreden moest worden. De stemming van deze menschen was misschien wat heel prettig maar niet baldadig. Dadelijk na het ongeval hebben verdachten zich zeer sympathiek gedragen. De een gaat telefoneren, de ander chauffeeren en de derde legt de kussens zoo, dat het lijk nog behoorlijk in de auto ligt. Zoo brengen ze het naar het St. Elisabethgesticht te Alkmaar. Dat is geen houding van dronken menschen. Trouwens, de lange wandeling heeft de jongens voldoende ontnuchterd. Van baldadigheid is alleen bewezen het trekken aan den bel door Kool, die uit de gelederen is getreden. Er zijn getuigen die niets weten, er zijn er ook die iets weten, terwijl de verklaringen van v.d. Bosch en zijn vrouw met de grootste reserve moeten worden aanvaard. Spr. vraagt zich af, of vier ongewapende mannen niet zouden schrikken bij het zien komen van een politieman uit een steegje met een klewang in de eene en een revolver in de andere hand. Hun eerste gedachte is, we gaan op de vlucht. Er is even gewacht, behalve door Kool, die direct weg is geloopen en in de boot is gesprongen. Pleiter wil erop wijzen, dat brigadier v.d. Bosch zeer zenuwachtig kan zijn geweest, ook al door den zwaren dienst. Toen het schot was gelost, heeft de brigadier gezegd: “Kom nu maar hier en haal een dokter”. De drie verdachten waren dus al verder, dus stond v.d. Bosch alleen tegenover Kool. Verdachten hebben alle drie ontkenddat er van grijpbewegingen en opdringen sprake is geweest. Dat is absoluut niet bewezen. Pleiter bestrijdt de meening van de Officier als zou Kool door het in de hoogte steken van zijn handen hebben willen aanvallen. Integendeel, hij heeft zich willen overgeven. Immers, hij was afgesneden van z’n kameraden en zou toch wel een groote dwaas geweest zijn, om iemand aan te vallen die gewapend is en reeds heeft geschoten, als men zelf ongewapend is. Van een vooruit beraamd plan is niets gebleken. Spr. zegt, dat uit een eenvoudig burengerucht deze strafzaak is ontstaan. Volgen pleiter is art. 141 hier in geen enkel opzicht van toepassing, omdat van vereende krachten niets is komen vast te staan. Dus is openbaar geweld niet bewezen. Spr. meent, dat zijn cliënten niet de menschen zijn die in de gevangenis moeten worden geworpen. Immers, degene waartegen het openbaar geweld zou zijn gepleegd, is heelhuids uit den strijd tevoorschijn gekomen. De verdediger eindigt met voor zijn cliënten vrijspraak te vragen, omdat de tenlastelegging in geen enkel opzicht is bewezen. Spr. verzoekt onmiddellijke in vrijheid stelling van zijn cliënten.

Na repliek van den Officier, deelt de President mede, dat de Rechtbank geen termen aanwezig acht tot onmiddellijke in vrijheidstelling en bepaalt de uitspraak in deze zaak op Dinsdag 1 December, des morgens om tien uur.

Wordt vervolgd.

Bronnen en illustraties; Regionaal Archief Alkmaar, Nieuwe Langedijker Courant, Alkmaarsche Courant, Schager Courant, St. Langedijker Verleden en eigen collectie.

Reacties en aanvullingen; kunt u mailen naar schaduwrijklangedijk@gmail.com of via de reactiemodus op deze website.

Geef een reactie