Aartsrivalen 5.

Een aantal jaren geleden publiceerde ik, via ‘printing on demand’, het boek “Aartsrivalen” over mijn onderzoek naar het oorlogsverleden van Jan Kloosterboer en Fred Groot. Op een bepaald moment gingen de papierprijzen omhoog en kwam het erop neer dat ik geld toe moest geven op de boekverkoop via BOL.com. Daarop besloot ik het boek uit de handel te nemen. Echter via oudere artikelen op mijn site over het onderwerp bleef er vraag naar bestaan en daarom heb ik besloten het boek eens in de twee weken, in delen, hier op schaduwrijklangedijk te publiceren.

De voorzitter van de Stichting Langedijker Verleden, Hans de Graaf, is overigens de mening toegedaan dat de navolgende publicaties niets te maken hebben met het historische verleden van Langedijk, maar vallen onder de geschiedenis van Sint Pancras. Het is maar dat u weet hoe de genoemde stichting met het verleden van de eigen gemeente omgaat.

Transportarbeiders

De beide exporteurs, Jan en Cees Kloosterboer, hadden door hun handel veel te maken met transport­ arbeiders die hun op de veiling gekochte goederen moesten verladen in treinwagons en/of vrachtwagens. Het was in die transportwereld behoorlijk onrustig. De transportarbeiders­bond was in die jaren een grote en krachtige machtsfactor en er werd in die tijd ook regelmatig gestaakt.

De groente-exporteurs aan de Langedijk waren verenigd in een vereniging ‘Koophandel’ en om hun producten vanuit de veiling voor export voor te bereiden en ze ook te verladen, had de vereniging transportarbeiders in dienst waarop ze een beroep konden doen. Jaarlijks, rond juni, werden contracten met deze transportarbeiders afgesloten. De gebroeders Kloosterboer hadden met de transportarbeiders in Broek op Langedijk niet zo’n goede relatie. Dat kwam vooral door het feit dat de gebroeders, net als veel andere exporteurs, de lonen te hoog vonden en niet in verhouding vonden staan met de geleverde prestaties. Daar kwam nog bij dat de exporteurs bij het verladen van hun goederen moesten putten uit een vaste pool van arbeiders, welke evenredig over de kooplieden werd verdeeld. Bij grote aanvoer en overslag werden dan ook nog wel losse arbeiders ingezet, maarhet kwam er in de praktijk wel op neer dat het lastig was om eenverzending tijdig verstuurd te krijgen. Het was vaak een spel van geven en nemen tussen de kooplieden, de transportarbeiders en ookde tuinders. Dat spel bestond veelal uit het geven van fooien of het aanbieden van consumpties na de klus. De Kloosterboeren waren op dat punt zeker geen geliefde spelers in dat veld. ‘Ze scheten nietvoor elven en als ze scheten dan was het heel dun’, werd er over ze gesproken.

Als het even kon zetten de gebroeders Kloosterboer die transportarbeiders buitenspel door zelf aan de slag te gaan en een spoorwagon te laden als deze nog diezelfde dag vervoerd moest worden en door mensen aan te trekken die en niet bij een transportbond waren aangesloten en het tegen een lager tarief wilden doen. Daarbij kwam het soms ook wel tot een handgemeen. 

Transportarbeiders komen in beweging

Van 12 februari 1920 tot 26 april 1920 werden Amsterdam en Rotterdam geconfronteerd met een grote staking van transportarbeiders waarbij 14.000 transportarbeiders waren betrokken. Dit leverde de arbeiders echter niets meer op dan dat er grote tegenstellingen duidelijk werden tussen de transportarbeiders die bij de N.A.S. (Nederlands Arbeid Secretariaat) waren aangesloten en diegenen die bij de Nederlands Verbond van Vakverenigingen (NVV) zaten.

Kort erop in juni 1920 ontstaat er een conflict met de transportarbeiders die in Amsterdam ervoor zorgen dat de aardappelen die per motorschip van Langedijk naar Amsterdam werden vervoerd, werden overgeladen.

De transportarbeiders in dienst van ‘Koophandel’ blijken niet aangesloten te zijn bij de transportarbeidersbond N.A.S.

Op 23 juni 1920 werden vier motorschepen niet gelost, omdat deze in Langedijk waren geladen door arbeiders die aangesloten waren bij de Rooms Katholieke Bond van Arbeiders in het transportbedrijf.1 Nog diezelfde middag, woensdag, komen de verenigingen ‘Koophandel’, ‘Beurtbevrachting’, ‘Samenwerking’ en ‘Ons Belang’ te Amsterdam bijeen om de kwestie te bespreken. Uitkomst van deze bespreking is dat het laden in Langedijk uitsluitend kan worden gedaan door bij een vakbond aangesloten arbeider.2

Een jaar later worden de transportarbeiders in Langedijk opstandig en leggen in Noord-Scharwoude de arbeiders op maandag 28 juni 1921 het werk stil.3 Zij weigeren in te gaan op de voorwaarden die de exporteurs stellen. De exporteurs willen de arbeiders niet meer dan 6 gulden per dag betalen, terwijl de transportarbeiders uitbetaling per kilo betaald willen hebben. Uit de onderhandelingen tussen de besturen van de Arbeiders-verenigingen

‘Samenwerking’, Centrale Bond, R.K. Bond van Transportarbeiders ‘St. Bonifacius’, Nederlandse Federatie van Transportarbeiders, met Koophandel, Beurtbevrachting, de besturen van de Noordermarktbond, Groentecentrale en een Provinciale vertegenwoordiger komt men het volgende overeen; Het loon gaat naar 5 gulden per dag. Het laden van een wagon met aardappelen verpakt in balen zal door drie arbeiders gedaan worden. Los verladen van aardappelen in een wagon door twee man. Een wagon kool met een gewicht beneden drie kilo per stuk wordt door twee man ingeladen; kool zwaarder dan 3 kilo wordt door 1 man gedaan.

Verder wordt vastgelegd dat het werk alleen mag worden gedaan door transportarbeiders die zijn aangesloten bij een transportarbeidersbond. De exporteurs van de vereniging ‘Koophandel’ stellen een leider aan bij wie de arbeiders op de lijst moeten staan ingeschreven en vanwaar ze in volgorde te werk worden gesteld.

In de Alkmaarse Courant verschijnt twee dagen later een ingezonden brief van de heer A. de Boer, de voorzitter van de transportarbeidersvereniging te Broek op Langedijk waarin hij stelt dat het verslag in de krant bezijden de waarheid was. Uit zijn bijdrage4 blijkt dat er toch sprake is van een loon dat afhangt van het verladen gewicht. 

Op zaterdagmorgen 2 juli 1921 wordt het werk weer neergelegd omdat de exporteurs van ‘Koophandel’ op 1 juli 1921 geweigerd hebben om de overeenkomst voor de arbeiders van Broek op Langedijk te tekenen.5 Na een aantal dagen van onderhandelen wordt op woensdag 6 juli 1921 overeenstemming bereikt en worden de overeenkomsten getekend. 6+7

De transportarbeiders vieren dat diezelfde avond nog met een gezellig samenzijn.

Wordt vervolgd op 4 april a.s.

Geef een reactie