Een aantal jaren geleden publiceerde ik, via ‘printing on demand’, het boek “Aartsrivalen” over mijn onderzoek naar het oorlogsverleden van Jan Kloosterboer en Fred Groot. Op een bepaald moment gingen de papierprijzen omhoog en kwam het erop neer dat ik geld toe moest geven op de boekverkoop via BOL.com. Daarop besloot ik het boek uit de handel te nemen. Echter via oudere artikelen op mijn site over het onderwerp bleef er vraag naar bestaan en daarom heb ik besloten het boek eens in de twee weken, in delen, hier op schaduwrijklangedijk te publiceren.
De voorzitter van de Stichting Langedijker Verleden, Hans de Graaf, is overigens de mening toegedaan dat de navolgende publicaties niets te maken hebben met het historische verleden van Langedijk, maar vallen onder de geschiedenis van Sint Pancras. Het is maar dat u weet hoe de genoemde stichting met het verleden van de eigen gemeente omgaat.
Botsingen met overheden.
Het zal niet de laatste keer zijn dat Jan en Cees botsen met overheidsinstanties en ze schromen ook niet om tot de minister toe hun ongenoegen te uiten als dat zo in hun kraam te pas komt. Als secretaris-penningmeester van de Oranjevereniging presenteert Cees Kloosterboer tijdens haar eindvergadering van 1928 een uitgebreid en keurig verslag over het verloop van de vele werkzaamheden van de commissieleden ter voorbereiding en gedurende de feestelijkheden die waren georganiseerd ter viering van het regeringsjubileum en de verjaardag van koningin Wilhelmina.

De ere-voorzitter van het Oranje comité, burgemeester Jacob Kroonenburg, brengt daarop een woord van dank uit op de goede werken van de secretaris-penningmeester.15
Een maand later wordt in de gemeenteraad van Broek op Langedijk, 17 oktober1928, de herziene-vergunningaanvrage van de Fa Gebr. Kloosterboer behandeld tot het plaatsen van een brug van de Dorpsstraat naar hun opslag gelegen tussen het Oudekerkpad en het Mandepad.16
Tegen het verzoek was bezwaar gemaakt door de schippersvereniging ‘Schuttevaer’ en door schipper C. van Schoorl omdat de pijlers de scheepvaart zouden belemmeren. Men had nu een perceel grond gekocht van de Wed. Dirkmaat vanwaar een haakse toegang tot de brug konden maken en de brug voor scheepvaartverkeer geen belemmering was.


De gebroeders kregen niet altijd overal hun zin in, zoals blijkt uit een bericht in de Schager Courant van 20 december 1928, pag. 1. Het betreft een verslag van de vergadering van de Langedijker Groenten Centrale (bron: Kranten Regionaal Archief Alkmaar) van maandag 17 december 1928 en daarin staat:
“Schrijven ontvangen van Gebr. Kloosterboer te St-Pancras, met verzoek om geheel voor hunne kosten in hun bank no. 79 in het veilinggebouw een telefoon aan te brengen.”
Werd afwijzend op beschikt, ten eerste omdat er thans voldoende telefooncellen in de veiling aanwezig zijn en ten tweede omdat het zeker storend zal zijn voor het veilen.”
In maart 1929 proberen ze in de te bouwen brug het plan nog aan te passen’ In het verslag van de raadsvergadering van woensdagmiddag 20 maart 1929 in de Alkmaarse Courant (bron: Kranten Regionaal Archief Alkmaar) valt daar het volgende over te lezen:
“11. Van Gebr. Kloosterboer is ingekomen een verzoek om onder de brug, tot welker bouw de raad eenigen tijd geleden vergunning heeft verleend, een peiler te mogen aanbrengen, daar de brug, die thans een spanning heeft van 18 M. te slap is. Bij het indienen van hun eerste verzoek maakten eenige schippers bezwaar tegen het plaatsen van een middenpeiler, doch thans schijnen ze dat niet meer te doen.
De Voorzitter merkt op dat dit verzoek vlak voor deze vergadering is ingekomen, zoodat B. en W. het nog niet hebben behandeld. Bovendien worden dergelijke adressen altijd door de betrekkelijke raadscommissie onderzocht, zoodat hij voorstelt, het adres aan te houden. De heer Kamp zegt dat de schippersvereeniging “Schuttevaer” eenige leden heeft benoemd, die gaarne bij dit onderzoek tegenwoordig zouden zijn. De Voorzitter zegt dat tegen het hooren van de personen geen bezwaar zal bestaan.”
Uiteindelijk vindt men een compromis voor een pijler die net buiten de vaarroute valt en de brug meer stabiliteit geeft.

Zwarte donderdag
Op 24 oktober 1929 stort de beurs van New York in en raakt de hele wereld in een depressie die grote gevolgen heeft en die men tot ver in de jaren dertig zal voelen. Daar is de eerste tijd in Alkmaar en omgeving nog niet veel van te merken. De Alkmaarse Courant van 16 november 1929, pag. 6 (bron: Kranten Regionaal Archief Alkmaar) meldt daarover het volgende:
DE KRACH AAN DE NEW-YORKSCHE BEURS EN HET TOERISME VAN DE AMERIKANEN
Volgens bij de Londen News ingekomen berichten, vertoonen de in Europa verblijvende Amerikaanse toeristen de laatste weken een geweldige haast om naar Amerika terug te keeren, hetgeen zich in de eerste plaats openbaart in een welhaast “sause qui peut”, bij het bespreken van hutten aan boord der transatlantische booten.
Te Londen is de aandrang voor passage wat minder groot dan te Parijs, waar in het bijzonder voor de op zoo kort mogelijken termijn vertrekkende schepen, een buitengewone navraag is.
Het op 30 October van Cherbourg naar New York vertrokken s.s. George Washington was tot de laatste hut uitverkocht, en vele Amerikanen moesten worden afgewezen. Vele van hen wenschten van de passagekantoren de zekerheid, dat hun vertrek binnen slechts enkele uren zou kunnen plaatshebben aangezien zij alléén door en overhaaste terugkomst in Amerika zouden kunnen redden wat nog te redden was.
De geleden koersverliezen zijn van zeer ongustigen invloed geweest op de beschikbare fondsen der duizenden Amerikanen, die voornemens waren van een langdurig Europeesch winterverblijf te genieten en die nu veelal in een lagere scheepsklasse dan waarin zij gekomen waren, hals over kop naar hun haardsteden terugkeeren.
