Aartsrivalen 14.

Een aantal jaren geleden publiceerde ik, via ‘printing on demand’, het boek “Aartsrivalen” over mijn onderzoek naar het oorlogsverleden van Jan Kloosterboer en Fred Groot. Op een bepaald moment gingen de papierprijzen omhoog en kwam het erop neer dat ik geld toe moest geven op de boekverkoop via BOL.com. Daarop besloot ik het boek uit de handel te nemen. Echter via oudere artikelen op mijn site over het onderwerp bleef er vraag naar bestaan en daarom heb ik besloten het boek eens in de twee weken, in delen, hier op schaduwrijklangedijk te publiceren.

De voorzitter van de Stichting Langedijker Verleden, Hans de Graaf, is overigens de mening toegedaan dat de navolgende publicaties niets te maken hebben met het historische verleden van Langedijk, maar vallen onder de geschiedenis van Sint Pancras. Het is maar dat u weet hoe de genoemde stichting met het verleden van de eigen gemeente omgaat.

De onrust in de wereld neemt toe en op 1 september 1939 valt Duitsland Polen binnen waarop Engeland en Frankrijk Duitsland op 3 september 1939 de oorlog verklaren. Nederland hoopt buiten schot te blijven door een neutraliteitspolitiek te volgen. Deze politiek hield Nederland ook tijdens de Eerste Wereldoorlog buiten de strijd. Ondanks dat men ernaar streefde om neutraal te blijven, bleven de gevolgen van de strijd niet ongemerkt voor Nederland. Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog tussen Frankrijk/Engeland met Duitsland ontstond er een discussie over contrabande. Frankrijk en Engeland wilden controle houden over het vervoer van goederen over zee om te voorkomen dat goederen in handen van hun vijand zouden komen. Dat gold ook voor de neutrale landen. De Nederlandse schepen welke het Kanaal invoeren dienden zich te melden bij de Downs, het zeegebied ter hoogte van Londen ter controle van hun scheepspapieren en lading. Dat zorgde voor soms enorme vertragingen en het gebeurde ook regelmatig dat ladingen werden geconfisqueerd. Dat laatste gebeurde vaak ook geheel onterecht. Wat de Engelsen konden gebruiken dat werd soms gewoon genomen. Dit zat niet alleen de zeelieden heel hoog, ook van hogerhand werd hierover geprotesteerd bij de Engelse regering. Echter zonder enig effect.

Zelf geeft Jan Kloosterboer in verschillende verklaringen aan daar zelf geen schadelijke gevolgen voor zijn bedrijf door te hebben geleden, maar het was iets dat haaks stond op zijn rechtvaardigheidsgevoel. Hij verklaart ook dat hij daardoor een hekel had aan de Engelsen en dat hij daarom via een importfirma Wöbb in Hamburg aan de Duitse admiraliteit liet doorschemeren dat hij wel bereid was om de Duitsers van informatie te voorzien over vertrekkende Franse en Engelse schepen uit Nederlandse havens. De Fa. Gebr. Kloosterboer exporteerde in die tijd met grote regelmaat per schip hun producten en werden door de stuwadoors op de hoogte gehouden van de vertrekkende schepen. De oorlog op zee werd door de Duitsers vooral gevoerd met onderzeeboten, U-boten genoemd, en de Duitse admiraliteit deed er alles aan om het hun vijand op zee lastig te maken.

Aangesproken op het feit dat zijn berichten aan de Duitse admiraliteit tot gevolg had dat er schepen werden getorpedeerd en er mensen bij omkwamen, was voor Jan Kloosterboer niet aan de orde:

Het aanbod van Jan Kloosterboer werd door de Duitsers van harte aangenomen en eind september/ begin oktober werd Jan Kloosterboer voor een gesprek uitgenodigd in Nieuwe Schans te Groningen. Jan Kloosterboer ging echter niet alleen naar Nieuwe Schans. Hij nam die dag de burgemeester Jacob Kroonenburg mee. De rol van de burgemeester is nooit echt goed onderzocht. Wel werd Kroonenburg na de oorlog in 1947 daarover gehoord, maar dat is voor de oorlog nooit gebeurd.

Jan Kloosterboer heeft altijd verklaard dat de burgemeester niets met zijn praktijken te maken heeft gehad, maar als we de verklaringen van de bij die ontmoeting aanwezige personen naast elkaar zetten, blijft het vreemd. Een burgemeester die verklaart dat hij in de veronderstelling was in Nieuwe Schans een oude relatie van hem als groente-exporteur te ontmoeten en een contactpersoon van de Duitsers die verklaart dat hij Kloosterboer vanuit Nieuwe Schans meenam naar Bunde om daar met de spionagebaas Hilmar Dierks te spreken.

In de verklaring van burgemeester Kroonenburg, wonende te Sint Pancras, Bovenweg no. 201 staat over het bezoek aan Nieuwe Schans te lezen:

“Vanaf 1911 tot januari 1947 ben ik burgemeester van Sint Pancras geweest. De door u bedoelde Kloosterboer ken ik reeds vanaf mijn jeugd, oorspronkelijk als tuinbouwer en later als exporteur van groenten. Naast mijn ambt als burgemeester was ik zelf ook exporteur van groenten en dientengevolge kwam ik veel met Kloosterboer in aanraking. Hoewel ik in 1937 met mijn handel ben opgehouden, sprak ik later nog veel met hem over oude relaties enz.

Hierdoor bezocht ik veel met hem de veilingen in de omtrek als hij zich alleen per auto daarheen begaf en ik daarvoor sympathie had. In de nazomer van 1939 (de juiste datum herinner ik me niet meer, doch het zal eind september of begin october zijn geweest) nodigde Kloosterboer mij uit tesamen per auto naar Nieuwe Schans te gaan, om een oude afnemer van hem te spreken namelijk de firma Wöbb uit Hamburg, die juist over de grens de officier in dienst was. Daar ik met de naam der firma bekend was en tevens, dat dit een grote afnemer van Kloosterboer was, verwonderde ik mij daarover niet. In Nieuwe Schans aangekomen, werd Kloosterboer daar door een Duitser per auto afgehaald en is een paar uur over de grens geweest, terwijl ikzelf in Nieuwe Schans hem afwachtte. Op de terugweg hebben wij in een hotel in Groningen overnacht. Kloosterboer heeft mij nog daarheen, noch op de terugweg enige bijzonderheden omtrent zijn onderhoud met Wöbb of eventueel een ander medegedeeld. Zodat ik het als zuiver handelsbezoek heb beschouwd. Ik heb in deze overtuiging geleefd tot op het tijdstip dat Kloosterboer als verdachte van spionage werd gearresteerd in februari 1940. Na zijn arrestatie vernam ik, van bevriende zijde, dat mijn meegaan naar Nieuwe Schans aanleiding bij de autoriteiten is geweest om mij als medeplichtige te verdenken. Officieel ben ik echter daarover nimmer verhoord, daar vermoedelijk door een verklaring van Kloosterboer aan de autoriteiten is gebleken, dat ik daarin volkomen onschuldig was. Kort na de bezetting heeft Kloosterboer tot mij een schrijven gericht, d.d. 18 mei 1940, waarin hij mij een verontschuldiging aanbood, als zou ik met de reis naar Nieuwe Schans onaangenaamheden hebben ondervonden. Deze brief leg ik U hierbij over. Na dit voorval heb ik met Kloosterboer nimmer enig contact meer gehad. De aanvankelijke vriendschap, die ik met Kloosterboer voordien had, werd door bovenstaand voorval geheel verbroken. Hoewel Kloosterboer in de oorlogsjaren steeds in Pancras heeft gewoond, is mij nimmer gebleken, dat hij lid is geweest van de NSB of soortgelijke informatie of zelfs daarvoor sympathieën heeft gekoesterd. Voor zover mij bekend, was hij de AR (Anti Revolutionaire) beginselen toegedaan. Kloosterboer heb ik voor de oorlog steeds beschouwd als pro-Duits, doch nimmer als anti-Nederlands”. (Bron: Nationaal Archief)

Het blijft vreemd dat je met iemand een autorit gaat maken vanuit Sint Pancras naar Nieuwe Schans in de veronderstelling dat je daar een zakenrelatie zult gaan ontmoeten, maar daar aangekomen gaat jouw gastheer met iemand de grens over en laat jou in dat grensplaatsje achter.

Ten eerste moet het in die dagen een enorm lange autorit zijn geweest en ten tweede viel er in Nieuwe Schans niets te beleven. Nu was de baan van burgemeester nog vaak een erebaan, maar je kunt je toch voorstellen dat de burgemeester nog wel ander werk moet hebben gehad dat belangrijker was dan in een restaurant te gaan zitten wachten.

Jan Kloosterboer werd in Nieuwe Schans opgehaald door Gerhard Dierks die in het vervolg van de contacten optrad als tussenpersoon tussen Jan Kloosterboer en Hilmar Dierks. Op 8 november 1945 verklaarde Gerhard Dierks daar het navolgende over:

Wordt vervolgd.

Geef een reactie