Een aantal jaren geleden publiceerde ik, via ‘printing on demand’, het boek “Aartsrivalen” over mijn onderzoek naar het oorlogsverleden van Jan Kloosterboer en Fred Groot. Op een bepaald moment gingen de papierprijzen omhoog en kwam het erop neer dat ik geld toe moest geven op de boekverkoop via BOL.com. Daarop besloot ik het boek uit de handel te nemen. Echter via oudere artikelen op mijn site over het onderwerp bleef er vraag naar bestaan en daarom heb ik besloten het boek eens in de twee weken, in delen, hier op schaduwrijklangedijk te publiceren.
De voorzitter van de Stichting Langedijker Verleden, Hans de Graaf, is overigens de mening toegedaan dat de navolgende publicaties niets te maken hebben met het historische verleden van Langedijk, maar vallen onder de geschiedenis van Sint Pancras. Het is maar dat u weet hoe de genoemde stichting met het verleden van de eigen gemeente omgaat.
Hilmar Dierks spionnenbaas


Edwin Ruis schrijft over Rotterdam in zijn boek Spionnennest 1914 – 1918 dat het er wemelde van de geheime agenten:
“De neutrale havenstad was niet alleen de belangrijkste toegangspoort voor de geallieerden tot Duitsland en voor de Duitsers tot Groot-Brittannië; Rotterdam was ook een haven waarvandaan passagiersschepen naar alle uithoeken van de wereld voeren. Het is dan ook niet verwonderlijk dat een buitenlandse geheim agent vroeg of laat in Rotterdam arriveerde.”
Een mogelijke reden dat Hilmar Dierks het gesprek met Kloosterboer in Bunde heeft laten plaats vinden zal zeker gelegen hebben in het feit dat Hilmar Dierks geen onbekende was voor de Nederlandse overheid en dat hij mogelijk ook hier in het land nog werd gezocht voor zijn eerdereactiviteiten.
Kloosterboer zelf heeft over het gesprek met Hilmar Dierks verklaard dat hij heel stellig naar Dierks is geweest over zijn motivatie om die spionage te doen. Hij heeft, zoals in zijn verklaring staat te lezen tegen Dierks het volgende gezegd:

Volgens Kloosterboer citeerde hij daarbij Artikel 100 van het Wetboek van Strafrecht uit zijn hoofd. Dat op zich is niet vreemd. Hilmar Dierks was al sinds 1914 in Nederland actief met spionage en moet ten tijde van de Eerste Wereldoorlog met zijn Nederlandse spionnen al goed op de hoogte zijn geweest van wat wel en niet toegestaan is. In artikel 100 staat:
Titel I. Misdrijven tegen de veiligheid van de staat
Met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft:
1° hij die, in geval van een oorlog waarin Nederland niet betrokken is, opzettelijk enige handeling verricht waardoor het gevaar ontstaat dat de staat in een oorlog wordt betrokken, of enig van regeringswege gegeven en bekendgemaakt bijzonder voorschrift tot handhaving van het niet deelnemen aan de oorlog opzettelijk overtreedt;
2° hij die, in tijd van oorlog, enig voorschrift van regeringswege in het belang van de veiligheid van de staat gegeven en bekendgemaakt, opzettelijk overtreedt.
Kloosterboer verklaart na het citeren van Artikel 100 van het Wetboek van Strafrecht tegenover Dierks:

Hilmar Dierks kwam in september 1940 bij een auto-ongeluk om het leven, dus van hem zijn geen getuigenissen bekend over zijn contacten met Jan kloosterboer.
Na het bezoek van Jan Kloosterboer aan Bunde is hij daarna nog ettelijke keren afgereisd naar Hamburg, omdat de admiraliteit niet veel had aan de informatie die zij via Jan Kloosterboer van de cargadoors ontvingen. Er viel uit die informatie niet af te leiden hoe laat de schepen vertrokken en ook niet of het om bewapende of onbewapende schepen ging. Jan Kloosterboer ontwikkelde daarop een cijfer-code samengesteld naar een model, dat zij gebruikten voor het telegrafische verkeer met een Braziliaanse firma te Sao Paulo, voor de levering van pootaardappelen.
Verscheping van goederen
De Fa. Gebr. Kloosterboer verscheepten bij het begin van de Tweede Wereld oorlog vrij veel aardappelen en bloembollen naar broer Willem die rond 1935 in Argentinië was neergestreken en waar Jan en Cees nauwe banden mee onderhielden. Om een indruk te geven van hun export naar Zuid-Amerika tussen 22 september 1939 en 1 januari 1940 hierna de lijst met verschepingen in die tijd:

Van het bovenstaande lijstje van schepen hebben alleen de s.s. Tora en de s.s. Westland de Tweede Wereldoorlog overleefd. Ik heb getracht om de schepen die op bovenstaande lijst voorkomen een gezicht te geven.


Wordt vervolgd.
