Afscheid van een gemeente die opgaat in een plas water!

Mijn vader was in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw één van de weinige Langedijkers die zijn werkzame leven op zee doorbracht en met wie ik zomers altijd zes weken aan boord doorbracht in de vaart van zout van Delfzijl naar Zweden en hout van Zweden of Finland naar Nederland. Als kind, 8 jaar, was dat bij slecht weer best wel angstig, want hoewel die coasters uit die tijd zo’n 398 bruto registerton waren, bleven die golven bij een flinke storm, in verhouding tot zo’n klein ventje, immens groot. Echter niets hoefden we ons te duchten volgens mijn vader, de kapitein, pas als de ratten het schip voortijdig zouden verlaten dan moesten de bemanningsleden zich zorgen gaan maken. 

Aanstaande dinsdag vindt in Langedijk de laatste gemeenteraadsvergadering van deze gemeente plaats en gaan we samen met wat 400 jaar geleden nog een plas water was.

De plaatsvervangend burgemeester van onze gemeente heeft haar tentakels alweer naar een nieuw ‘tijdelijk’ object uitgeslagen, want eerzucht is een gouden zaak in bestuurlijk Nederland, ongeacht of je tot de linker- of de rechterkant behoort; puur eigen belang is de drijfveer, ongeacht je ambt of politieke richting. Datzelfde geldt ook voor de hoofdpersoon in dit land, want als koning heb je met het volk weinig van doen. Politici houden zijn machtssysteem maar wat graag in stand, van links tot rechts. En daarvoor worden ze dan ook altijd ‘ruim’ door hem beloond door ze te laten weten dat het hem als Koning heeft behaagd dat je als politicus naar zijn pijpen hebt gedanst en zolang op je bestuurlijke zetel hebt weten te overleven samen met en voor hem.

Dinsdagavond komt de Langedijker gemeenteraad voor het laatst bij elkaar en krijgen al die huichelaars die hebben meegewerkt aan de opheffing van onze zes Langedijker gemeenten een lintje van verdienste of worden benoemd tot ridder in de orde van wat de Koning nog in zijn kast had liggen.

Of alle ratten dan die avond nog aan boord zijn is nog maar zeer de vraag. De kans is groot dat er één al via de dijken langs onze grote rivieren richting Limburg zal zijn gevlucht, maar dat is op zich niet erg. We weten wat we hier hebben gehad en wat ze daar zullen krijgen.

Vorige week werd een landelijk politicus veroordeeld vanwege het feit dat hij vergelijkingen maakte met beelden uit de Tweede Wereldoorlog waarbij slachtoffers emblemen kregen opgespeld om hen te identificeren voor de rest van de bevolking.

Ik vraag me vandaag de dag nog steeds af wat er sinds die oorlogstijd is veranderd op dat terrein met een koning van Duytschen bloed die het behaagt om mensen iets op te spelden.

Moet je wel trots zijn op het feit dat je de belangen van zijn familie al die jaren trouw hebt gevolgd? Hoef je je als geridderd persoon bijvoorbeeld ook niets aan te trekken van regels die de regering je oplegt?  Behoorde je al die jaren tot de groep die de bevolking er onder hield of behoorde je tot het verzet? Het accepteren van een lintje of penning zegt eigenlijk al genoeg over de plek die je als volksvertegenwoordiger in de geschiedenis hebt ingenomen.

Voor Schaduwrijk Langedijk blijft na 31 december 2021 nog slechts het beschrijven van haar geschiedenis over. De ratten, 120 jaar geleden al een heel groot probleem in de Langedijker dorpen, gaan helaas niet van boord op die datum. Ze houden hun voeten droog en werken aan een Dijk en Waardpenning van verdienste, want daartoe blijken zij slechts op deze aard.

Geef een reactie