U leest...

geen categorie

DE MOORD TE SCHAGEN (1.)

De afgelopen week verscheen er in de Alkmaarse krant een artikel over een ‘historische’ gebeurtenis die in Broek op Langedijk in 1936 plaatsvond. Het ging, zonder dat het artikel namen noemde over de dood van Marinus Kool, die na bezoek aan de Zuidscharwouder kermis door een veldwachter werd doodgeschoten. Laat ik vooropstellen dat ik lokale en regionale geschiedenis prachtig vind, want die geschiedenis geeft een prachtig inzicht in hoe er in die tijd werd geleefd en hoe zaken tot stand zijn gekomen. Je kunt tegenwoordig via internet bijna alle in Nederland uitgebrachte kranten tot bijna twee eeuwen terug digitaal bij de verschillende archieven inzien en lezen hoe journalisten uit die tijd de wereld om hen heen beschouwden. Wat mij dan ontzettend stoort in het twee paginagrote artikel dat afgelopen week verscheen is het feit dat de journaliste van dienst HAAR licht probeert te laten schijnen over iets wat 85 jaar eerder al eens door een collega van haar, in de taal van die tijd, heeft gedaan. Met als resultaat dat je als lezer een uiterst zwak surrogaat krijgt voorgeschoteld waarin de indruk wordt gewekt dat het een volledig verhaal is en dat is het bij verre niet. Ik kom op die kwestie beslist nog eens terug met de artikelen uit die tijd.

In de kranten van 1894 trof ik uitgebreid beschrijvingen aan van een moord die in Schagen werd gepleegd en in de kranten uit die tijd uitvoerig werd behandeld.

Een leraar van de Rijks Scholen Gemeenschap uit Schagen heeft er eind vorige eeuw een boek aanbesteed.

Het is een heel bizarre moord geweest en wil het mijn lezers niet onthouden.

In een aantal afleveringen kunt u hier het verslag teruglezen van de dagvaarding en het proces in de letterlijke tekst van de journalist uit die tijd. 

De moord te Schagen.

Bij de dagvaarding, namens den officier van justitie aan Nicolaas Boes, oud 18 jaar, in de gevangenis te Alkmaar beteekend, wordt deze beklaagd van het navolgende:

A. Tusschen 16 en 19 maart 1894 te Schagen uit een gesloten kast in de woning van mr. H.L. Asser te hebben weggenomen een zilveren remontoir horloge, aan gemelden heer toebehoorende, na zich in die woning toegang te hebben verschaft door een glasruit van het raam in de gang der eerste verdieping van die woning te verbrijzelen, zijn hand door die opening te steken, de tot sluiting dienende pen aan de binnenzijde uit het raam te trekken, dit raam op te schuiven en daardoor in die woning te klimmen en het horloge binnen zijn bereik te hebben gebracht, door de sluiting dier kast met behulp van een beitel gewelddadig te verbreken.

B. In den nacht van 11 op 12 Aug. 1894 te Schagen in de woning van Jansje Stoel, wed. van Gerrit Beute,

I. na te voren het plan beraamd te hebben om na te melden vrouwen van het leven te berooven, opzettelijk en wel met het oogmerk om bedoelde vrouwen te dooden,

a. met een bijl gemelde Jansje Stoel met zoodanig geweld op het hoofd te hebben geslagen, dat daardoor de schedel op onderscheidene plaatsen is gekloofd, de schedelbekleedselen zijn vernield en de hersenen voor een groot zijn vernietigd en daarop met een mes den hals dier vrouw tot op den zevende halswervel te hebben opengesneden, welke gewelddadigheden ten gevolge hadden, dat bedoelde vrouw in dienzelfden nacht ter zake van verbrijzeling van den schedel en vernietiging van hersenzelfstandigheid, gepaard met sterk bloedverlies, is overleden;

b. met een mes de groote slagaderen ter weerszijden van de hals van de bij gemelde weduwe destijds inwonende Antje Beyers te hebben doorgesneden, tengevolge waarvan dat meisje zeer spoedig daarop door algeheele verbloeding is gestorven;

II. met het oogmerk om zich na te melden goederen, hetzij aan Jansje Stoel, hetzij aan Antje Beyers, althans niet aan hem, doch aan een ander toebehoorende, wederrechtelijk toe te eigenen, te hebben weggenomen de navolgende voorwerpen. (Hier volgt een lijst van gouden en zilveren voorwerpen en muntstukken.)

III. na voormelde vrouwen met petroleum te hebben begoten, opzettelijk de daardoor met petroleum gedrenkte kleedingstukken, waarmede die vrouwen waren gekleed, alsmede eenig beddegoed, in brand te hebben gestoken, tengevolge waarvan die kleeding en het beddegoed in brand geraakten en er gemeen gevaar voor de in die woning aanwezige goederen, alsmede levensgevaar voor de personen, in die belendende percelen aanwezig, te duchten was.

Bron; Alkmaarse Courant 6 januari 1895

Wordt vervolgd.

Discussion

No comments yet.

Post a Comment

Archief