U leest...

geen categorie

DE MOORD TE SCHAGEN (2.)

Zoals ik in deel 1 van “De moord te Schagen” al schreef, is het voor mij als geïnteresseerde in de geschiedenis er vooral om te doen om die geschiedenis te laten vertellen door de mensen die het van nabij hebben meegemaakt. Veel van onze geschiedenis wordt tegenwoordig vaak weergegeven op grond van de historicus die er zijn interpretatie op loslaat, terwijl het veel interessanter is die geschiedenis weer te geven zoals het in die tijd werd verteld, opgeschreven en beleefd. Het laat dan ook ruimte aan de lezer van vandaag om zijn/haar beleving aan het geschrevene te ontlenen zonder te worden beïnvloed door de mening van de hedendaagse historicus.

Ik ben de serie begonnen met het publiceren van de dagvaarding van de moordenaar en zal de moord volgen zoals deze in de regionale pers werd beschreven. De teksten zijn letterlijk overgenomen uit de regionale kranten van die tijd en onder vermelding van de krant en de pagina waar het stond. De Alkmaarsche Courant werd in 1894 uitgegeven door HERMs. COSTER & ZOON en verscheen op dinsdag-, donderdag- en zaterdagavond. De Schager Courant was van uitgever J. WINKEL en kwam op woensdag- en zaterdagavond uit. Beide kranten maakten veelal gebruik van lokale journalisten en inzake de moord te Schagen lijkt het erop dat de beide kranten gebruik maakten van dezelfde journalist. De bezorging van de kranten vond altijd de dag na uitgave plaats en droeg de datum van de bezorging.

De moord werd van zaterdag 11 op zondag 12 augustus gepleegd en het was de Alkmaarse Courant die daar als eerste verslag van deed en dat ik hier volledig plaats. 

De dubbele moord te Schagen.

Een ontzettende misdaad houdt sedert Zondag den 12 de gemoederen in hevige spanning. In den morgen van dien dag werd namelijk aan het licht gebracht, dat in de kom der gemeente een vreeselijke moord was gepleegd, afschuwelijker dan eenige andere van den laatsten tijd.

Een jong meisje ging dien morgen het winkeltje binnen van de weduwe G. Bute, handelaarster in groenten, fijne vleeschwaren, enz., om iets te koopen. Langen tijd had ze daar reeds gestaan en geroepen, maar niemand verscheen om haar te helpen. Een buurman trad toen het winkeltje binnen en wilde naar het achter den winkel gebouwde keukentje gaan om de weduwe, die zeer doof was, even te waarschuwen. Toen hij de deur van het vertrek opende, deinsde hij ontzet terug op het zien der 58jarige vrouw, die met doorgesneden hals op een stoel zat, geheel bevlekt met bloed. Oogenblikkelijk liet hij door het meisje in de winkel de politie waarschuwen, die spoedig ter plaatse kwam en in de slaapkamer naast de keuken het lijk van de 17-jarige Anna Beijers vond, met het eene been verward in een beddelaken, met het hoofd op de grond, eveneens met doorgescneden hals. Het ongelukkige meisje was blijkbaar in haar bed vermoord en er ten deele uitgesleurd. Het geheele bed, alsmede de wanden waren met bloed bevlekt, waaruit men kon opmaken, dat het kind zich tegen harer aanvaller had verdedigd. Op den grond lag naast een bebloed hoofdkussen een groot vleeschmes, zoals men in vleeschwinkels, als die van de weduwe, gebruikt om rookvleesch en ham te snijden. Met dit mes moet de moord gepleegd zijn. Op de tafel naast de vermoorde vrouw, die een snijboonenmesje in de hand hield, waarmee ze gewerkt had, lag een groot broodmes, het wapen van den vermoedelijk tweeden moordenaar, terwijl een later achter het huis bij een kippenhok bevonden bijl bloedsporen vertoonde. Met die bijl heeft vrouw Bute een hevigen slag op het hoofd gehad. Op den keukentafel vond men verder eenige theekopjes, een omvergeworpen koffiepot en een leege peer van een lamp. De olie uit die peer was na den afschuwelijken moord gebruikt om over de lijken en het beddegoed te gieten. Met lucifers is daarna getracht, de kleeren enz. in brand te steken. Door gebrek aan lucht is die brand echter gebluscht, waardoor het plan van de onverlaten, om door brand elk spoor van hun misdaad te wisschen, werd verijdeld. Beide lijken, dat van de vrouw aan de hand en den arm, dat van het meisje aan he haar en hoofd, droegen de sporen van het vuur. Afschuwelijker handelwijze is zeker wel niet denkbaar. De kasten waren opengebroken en – naar men zegt – wordt er zilvergeld gemist. Of de moordenaars soms in hun werk verhinderd zijn, weet men niet, maar de gouden en zilveren voorwerpen, het bankpapier en eenige effecten bleken nog in huis aanwezig te zijn. Het tijdstip, waarop de moord gepleegd is, kan met vrij groote zekerheid bepaald worden. Zaterdagavond om half elf heeft eene vrouw de weduwe slapende zien zitten in de keuken; even elf uur was het, toen de heer R., komende uit het Noordhollandsch koffiehuis, in de woning angstig hoorde roepen: “O, God, o God!” Een andere voorbijganger, de heer P., door R. daarop opmerkzaam gemaakt, meende, dat dit wel niets zou zijn: Vrouw Bute had wel eens eene kleine oneenigheid met haar nichtje. Toen beiden niets meer hoorden, ging de heer R. ook niet naar binnen, wat eerst zijn plan was. Met een derden voorbijganger wachtende, zagen ze in het duister lucifers aanstrijken, die niet goed wilden branden en merkten zij eenig geloop, waarop zij wat dieper de straat ingingen, om niet door vrouw Bute bemerkt te worden. Door de duisternis konden ze weinig onderscheiden, waarom zij niet anders konden denken, dan dat de weduwvrouw nog het een en ander had te verrichten. In de woning rechts van den winkel, het café van den heer Boes, werd ook iets verdachts achter het huis gehoord, waarom de hond werd losgelaten, die luid blaffend achter het his liep en ongetwijfeld een der moordenaars heeft bemerkt, daar die achteruit over eene schutting is geklommen en zoo het hazenpad heeft gekozen. De ander, niet meer achteruit durvende gaan om de blaffenden hond, is omstreeks kwartier over 12 uur ongemerkt de voordeur uitgevlucht. Buren meenen ten minste omstreeks dien tijd deschel van de voordeur te hebben overgaan. Hoe het mogelijk is, dat zulk een daad in het dichtst bevolkte gedeelte der gemeente op den tijd, dat de café’s moeten sluiten en dus de bezoekers heengaan, onopgemerkt is gebleven, is een raadsel. Ter weerszijden van het huis bevindt zich bovendien een café. Met den trein van 12 uur ’s zondags is het gerecht uit Alkmaar overgekomen en heeft den geheelen dag en nacht personen in verhoor genomen en nasporingen gedaan, die tot dusver nog niet tot de ontdekking van de bedrijvers hebben geleid. Nadat eene photografie van de vertrekken en de lijken was genomen, zijn beide slachtoffers naar het lijkenhuis op het kerkhof vervoerd. De bewoners onzer gemeente zijn diep verslagen over de gruweldaad en de deelneming in het ongeluk is algemeen. Dat de daders hunne gerechte straf niet mogen ontgaan, is ieders wensch.

De vermoorde vrouw is sedert 1881 weduwe van G. Bute. Haar eigen naam is Jansje Stoel. Met veel succes dreef zij tot op heden een handel in groenten, fijne vleeswaren, enz. Niemand was er in de gemeente of hij mocht “vrouw Bute” gaarne lijden. Evenzoo hield men veel van haar bijna 18jarig nichtje, de vermoorde Anna Beijers geboren 10 October 1876 te Amsterdam. Sedert een half jaar ongeveer hield het meisje intiemen omgang met zekeren R. R., een Schager jongeling, thans in betrekking op de Binnendommerstraat te Amsterdam. Speodig zou openlijk het engagement tusschen de jongelui bekend gemaakt zijn geworden. De gerechtelijke lijkschouw is geschied door dr. J. Simon Thomas van Alkmaar en dr. Melchior van Schagen.  Woensdagmorgen zullen de lijken weer naar het huis teruggebracht worden om te 1 ure ter aarde te worden besteld. Het gerechtelijk onderzoek duurt nog steeds voort. De tuintjes in de nabijheid van het huis zijn zorgvuldig onderzocht. Van eene schutting waren een paar planken afgeraakt, terwijl voetstappen gezien werden aan beide zijden van een slootje, dat de tuintjes achter de huizen van een stuk weiland scheidt.

Maandagavond is de burgemeester der gemeente, de heer S. Berman, van zijne reis teruggekeerd. Van Zondagmorgen tot heden verzamelen zich telkens groepjes menschen voor de woning, die door de politie is bezet. Familieleden komen van heinde en ver om inlichtingen te verschaffen of van hunne deelneming blijk te geven. Het publiek is algemeen van oordeel, dat de moord door buiten de gemeente woonachtigen moet gepleegd zijn.

Teekening van het woonhuis van de wed. G. Bute.

Bron: Alkmaarse Courant, 15 augustus 1894, pag. 2.

Discussion

No comments yet.

Post a Comment

Archief