Geschiedenis van het zwemmen in Langedijk. Deel 3.

In dit deel van de geschiedenis van het zwemmen zijn de bronnen (*) allemaal afkomstig uit het regionaal archief en wel uit de College- en raadsverslagen van Broek op Langedijk en Oudkarspel. Verder verwijs ik naar de uitgave van stichting COOG “Broek op Langedijk meer dan 4 eeuwen water- en veldnamen met de oudste doorvaarveiling”.

Broek op Langedijk kreeg zweminrichting.

In het College van B en W van Broek op Langedijk wordt op 14 september 1933 onder punt 7 (*) behandeld: “Het verzoek van de Zwemvereniging, alhier, tot het oprichten van een zweminrichting.”Het verzoek wordt goedgekeurd en een vergunning verleend. Zwembad Broek op Langedijk werd officieel geopend op 18 augustus 1933 en was tot 16 september 1933 open. Totaal waren er 2117 baders in die periode. Het grootste aantal op één dag was 210 baders. Het bad was open van 14.00 u. tot donker. Het bestuur van de Broeker Zwemvereniging bestond uit secretaris W.M. Kooy en de voorzitter Jb. Balder Abrzn.

Notulen van Collegevergadering Broek op Langedijk over de badinrichting.
Handschrift gemeente secretaris Schelhaas

Wegens het succes van de opening in 1933 vraagt het bestuur van de zweminrichting een uitbreiding van het bad aan, zoals genotuleerd in het Collegeverslag van 19 april 1934 (*) besluit het College het volgende: “Aan Bestuur van de zweminrichting alhier Jac. Balder Abrzn. wordt vergunning verleent tot het uitbreiden van de bestaande zweminrichting op het kadastrale perceel Sectie A 2756 en a 2917 onder voorwaarden. 1e. Dat alle noodzakelijke hygiënische maatregelen worden genomen waarbij ook bestrijding van het rattengevaar. 2e. Dat geen gemengde baden plaatsvinden. 3e. Dat de orde in en bij de zweminrichting en op de toegangsweg naar de zweminrichting streng gehandhaafd wordt en zonder meebetaling dat er rekening mee gehouden dient te worden dat het water liggende in de kanalisatie zal worden gedicht en dat erop gerekend wordt dat er steeds voldoende toezicht aanwezig is, tevens enkele reddingsmiddelen”.

Het waren nog volop de crisisjaren en Broek op Langedijk zat slecht bij kas. Ze vonden het waarschijnlijk prima dat er een zweminrichting in hun gemeente was die op particulierinitiatief tot stand kwam. Ze voorzagen toen echter dat in verband met de op handen zijnde kanalisatie er bij sluiting en/of verplaatsing van het bad kosten zouden zijn en de gemeente dekte zich zo in om niet bij te hoeven dragen aan die kosten. Wel is duidelijk dat in het overleg tussen gemeente en Provinciale Waterstaat van Noord-Holland het College zich hard maakte om bij de uitvoering van de kanalisatie rekening te houden met de aanleg van een zweminrichting in het kanaal. Dat de overheid ook toezicht hield op de kwaliteit van de badinrichtingen blijkt wel uit de lijst met vragen die secretaris Kooy had te beantwoorden op vragen van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid in 1934.

Niet iedereen zal blij zijn geweest met de badinrichting in Broek op Langedijk. Er waren nogal eens klachten over de orde. Badkleding vond men toen nogal eens aanstootgevend. In het verslag van het College van B en W van 15 juli 1936, punt 2 staat daarover: De gemeente opzichter heeft gerapporteerd dat de orde en rechtigheid bij de bad- en zweminrichting niets te wenschen overlaat.Besloten wordt naar aanleiding van de circulaire Geostraten de rapportage van de gemeente opzichter aan genoemd College mede te delen. Geostraten was het projectbureau dat de kanalisatie voorbereidde. In hetzelfde College komt een verzoek van het bestuur van de zwemvereniging Broek op Langedijk aan de orde. Het staat als volgt genotuleerd (*); “Van het bestuur van de zweminrichting Broek, den heer W.M. Kooy is ingekomen een verzoek om in de politieverordening te bepalen dat het verboden is te zwemmen in de wateren der gemeente. Besloten wordt aan de Raad voor te stellen de betreffende verordening aldus te wijzigen dat in Artikel 11, punt 8 alhier opgenomen wordt; te zwemmen of te baden op plaatsen binnen een afstand van 200 meter van bebouwde bebouwing of naast openbare weg. Voorts wordt besloten aan de raad voor te stellen, een bepaling op te nemen waarbij het verboden is zich in een badpak op den openbare weg te bevinden.”De locatie waar het zwembad van Broek op Langedijk in eerste instantie moet hebben gelegen is niet precies bekend. Een aantal mensen wisten me te vertellen dat als je via de Prins Hendrikkade liep en dan verder over de grasdijk en aan het eind moest je roepen naar de andere kant van de sloot en dan werd je met een bootje overgezet. Vermoedelijk was het zwembad gelegen aan de noordzijde van de Molensloot (COOG, Broek blz 210, sectnr. 1346). Het stuk land met sectienummer 1340 lag langs het kanaal en in het verlengde van de Prins Hendrikkade. Tussen de sectienummers 1346 en 1340 zat nog een sloot (zie COOG, Broek blz 17). Dat land was, wat uit de gemeentelijke correspondentie bleek, eigendom van Klaas van der Molen die ook de eigenaar van de voorloper van de ‘groene brug’ was. Het lag aan de Molensloot, ook wel Tocht genaamd. Op deze sloot sloegen twee molens, de molens C en D, hun water uit.

Uit een brief van het College van B en W van Broek op Langedijk aan de Hoofd Ingenieur – Directeur van Provinciale Waterstaat NH van 2 juni 1938 schrijft het College (*) dat de Zwemvereniging Broek op Langedijk een schrijven heeft ontvangen van de weduwe van Klaas van der Molen dat zij de zweminrichting voor 1 juli 1938 dienen te verwijderen van haar land. De reden hiervoor zit in de kanalisatie van de ringvaart.

De Molensloot zou door een dijk worden afgesloten en gedempt. Voor visser Arie Vlug die aan deze sloot achter het huis van Dirk Keizer zijn boot afmeerde werd speciaal aan het eind van de Irenestraat een verhoogde betonnen walkant gemaakt waar hij dan zijn boot kon afmeren. De gemeente vroeg in de brief aan de Provincie om mee te werken aan een verplaatsing. Daar was blijkbaar al eerder mondeling contact over geweest. De zweminrichting werd toen verplaatst naar het kanaal ter hoogte van de Muldersbrug en kreeg daar 2 bassins. Eén van 90 en één van 115 vierkante meter met 22 kleedkamers. Er mocht in die tijd nog niet gemengd worden gezwommen. Het is pas op 29 juli 1941 dat de gemeente Broek op Langedijk aan de Provincie laat weten dat een derde van de openstellingstijd gebruikt kan worden voor gemengd zwemmen. Wat dat betreft is de gemeente Oudkarspel in die tijd veel ruimhartiger op dat punt, want zij reageren op 12 juni 1941 op hetzelfde verzoek van de Provincie met de mededeling dat het zwembad volledig is opengesteld voor gemengd zwemmen.

Zwembad Oudkarspel aan “het Waardje”.

Het oprichten van een zweminrichting in Oudkarspel heeft wat meer tijd nodig gehad. De burgemeester van Oudkarspel heeft zich er in ieder geval hard voor gemaakt zoals blijkt uit een brief van de zwembond op 20 februari 1930. Volgens het Collegeverslag (*) doet de zwembond dit als volgt; “Betuigt den burgemeester dank voor alle medewerking inzake eventuele oprichting van een zweminrichting en vraagt nadere inlichting omtrent verstandhouding onderling tusschen de ingezetenen aan de Langedijk en het adres van degene, die in Broek op Langedijk de leiding heeft bij de besprekingen tot oprichting van een zweminrichting.” Het ontwerp-antwoord van de burgemeester op deze brief wordt door de wethouders goedgekeurd. De zwemvereniging van Oudkarspel heette ‘Eigen Kracht’ en vanaf dat moment zocht ik in de stukken dus naar correspondentie van deze vereniging aan de gemeente over het oprichten van het zwembad. Dat bleek een doodspoor. Terug naar af en wat bleek, IJsclub ‘De Volharding’ is de initiatiefnemer geweest tot het oprichten van een zwembad in Oudkarspel. In de collegevergadering 2 juli 1934, punt 21 van de agenda (*), wordt het College uitgenodigd tot het bijwonen van de officiële opening van de zweminrichting op 8 juli 1934. De uitnodiging wordt door het College aangenomen. In dezelfde vergadering van het College, onder punt 22, wordt een verzoek van dezelfde IJsclub, d.d. 22 juni 1934(*), behandeld waarin de raad wordt verzocht een jaarlijkse bijdrage van ƒ 100,- in de exploitatiekosten der zweminrichting. Het College stelt de gemeenteraad voor dit adres aan te houden tot de begroting van 1935. Een jaar later wordt er in Oudkarspel niet meer gesproken over IJsclub ‘De Volharding’, maar spreekt men over Bestuur der Zweminrichting “Volharding”. Op 15 mei 1935 verzoekt dit bestuur een vergunning te verlenen tot het mogen oprichten van een zweminrichting aan “het Waardje”. Het College vraagt daarop advies aan de Inspecteur van de Volksgezondheid te Haarlem.

Op 25 mei 1935 zendt de Inspecteur een positief advies betreffende de aanvraag van vereniging “Volharding” en wordt de gevraagde vergunning verleend onder oplegging van voorwaarden.

Wordt vervolgd.

Geef een reactie