Als aanvulling op deel 3 kan ik nog vertellen dat de zweminrichting van Broek op Langedijk bij de Muldersbrug officieel in aanwezigheid van het voltallige College van Broek op Langedijk op 2 juli 1938 in gebruik werd genomen. Deel vier handelt over de beide Langedijker baden in oorlogstijd. Alle hierin gebruikte informatie komt uit het Regionaal Archief te Alkmaar (*). De Duitse periode moet de zwembadbestuurders het nodige administratieve werk hebben opgeleverd, want voor alles wat er gebeurde of moest worden veranderd, moest vergunning worden gevraagd aan de Duitse overheersers.
Gescheiden of gemengd zwemmen.
Er zijn verschillende opvattingen over het ‘gescheiden en/of gemengd’ zwemmen in lokale publicaties verschenen. In Broek op Langedijk werd er tot in de oorlog alles aangedaan om het gemengd zwemmen te voorkomen. De indruk bestaat dat daar in Oudkarspel losser mee werd omgegaan. Het heeft echter in beide gemeenten tot ongeveer juli 1941 geduurd voordat de zwemverenigingen daar helderheid over gaven. Dat kwam tot stand onder druk van de Duitsers. Op 23 juli 1941 kreeg het gemeentebesturen de volgende brief (*);
“Ten vervolge op onze nevensvermelde circulaire hebben wij de eer U mede te deelen, dat, blijkens door ons ontvangen bericht vasn den Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken, de General-Kommisser für Verwaltung und Justiz hem heeft doen weten, dat hij er grooten prijs op stelt, dat in de hier te lande bestaande bad- en zweminrichtingen op voldoend ruime schaal gelegenheid bestaat tot gemengd baden.
In verband hiermede heeft de Secretaris-Generaal voornoemd er met klem op gewezen, dat de kans groot is, dat, indien Uw bestuur of de besturen der betrokken inrichtingen weigerachtig blijven te voldoen aan het verzoek, bedoeld in onze circulaire van 4 Juli jl., No. 14, van Duitse zijde zal worden ingegrepen, in welk geval alle tot dusver bestaande beperkende bepalingen zonder meer zullen komen te vervallen. Dit kan worden voorkomen door tijdig het roer te wenden en, zooal niet tot algeheele openstelling voor gemeengd baden te komen, dan toch een beperkte openstelling gedurende b.v. een nader te bepalen aantal uren per dag te bevorderen, waarbij er op dient te worden gelet, dat bepaaldelijk aan het weekeinde voldoende gelegenheid voor gemengd baden bestaat.
Ten verzoeke van den Secretaris-Generaal geven wij U dan ook dringend in overweging te bevorderen, dat het afwijzend standpunt ten aanzien van de inrichtingen in Uwe gemeente worde herzien. De daarvoor in aanmerking komende particuliere exploitanten waren voorzooveel noodig Uwerzijds te wijzen op de moeilijkheden, verbonden aan het ongewijzigd handhaven der bestaande belemmerende bepalingen.
Ten behoeve van den Secretaris-Generaal zullen wij gaarne spoedig vernemen, welk gevolg door U aan dit schrijven is gegeven, c.q. wat de resultaten voor Uwe bemoeiingen zijn.
In Oudkarspel werd deze van boven opgelegde druk tot gemengd zwemmen met open armen ontvangen. “Eigen Kracht” was vanaf dat moment het gemengd zwemmen gedurende de openstelling voor 100% toegestaan. In Broek op Langedijk moet deze brief echter voor het nodige tandengeknars hebben geleid. De druk op het bestuur van de “Broeker Zwemvereeniging” door het gemeentebestuur leidde er echter toe dat het College van Burgemeester en Wethouders, zes dagen later op 29 Juli 1941 de Heeren Gedeputeerde Staten van Noordholland het volgende konden laten weten;
“Tervoldoening aan den inhoud van Uw circulaire van 23 Juli 1941 No. 197, 1eafd., hebben wij de eer Uw College te berichten, dat de Broeker Zwemvereeniging onder dagteekening van heden ons heeft bericht, dat zij gedurende een derde gedeelte van de zwemtijd in de namiddaguren, de gelegenheid voor gemengd zwemmen zal openstellen.-
Burgemeeste en Wethouders van Broek op Langedijk.
De zwembaden ten tijde van de tweede wereldoorlog.
De eerdergenoemde baden van Broek en Oudkarspel hebben tot 1942 eigenlijk een vrij ongehinderd bestaan gehad. De Duitsers hadden in 1941 de vier dorpen samengevoegd tot de gemeente Langedijk. Schelhaas was de eerste burgemeester van de tot Langedijk samengevoegde gemeenten, Broek op Langedijk, Zuid-Scharwoude, Noord-Scharwoude en Oudkarspel. Op 6 april 1943 werd Schelhaas door de bezetter uit zijn functie ontheven. Hij was echter net op tijd ondergedoken. De NSB-er Stoutjesdijk werd in de plaats van Schelhaas tot burgemeester benoemd. Doordat de Duitsers langs de kust bezig waren met de aanleg van de Atlantikwall waren de stranden voor de burgers niet meer toegankelijk en raakte men, om te zwemmen, aangewezen op openluchtbaden. Hierdoor moest de Duitse overheid zorgen dat de zwembaden voldeden aan normen voor volksgezondheid. De burgemeester van Langedijk ontvangt op 17 maart 1942 een schrijven, d.d. 11 maart 1942 van de Inspecteur van de Volksgezondheid.(*)
“Onder verwijzing naar het Besluit betreffende Zweminrichtingen, vastgesteld door den Secretaris-Generaal van het Departement van Sociale Zaken, d.d. 8 januari 1942 (Ned. Staatscourant no.37) heb ik de eer U te verzoeken te willen bevorderen, dat door de eigenaren, eventueel de besturen der in Uwer gemeente bestaande of in oprichting zijnde zweminrichtingen reeds thans bij U een aanvraag wordt ingediend ter verkrijging van de vergunning bedoeld in artikel 2, lid 1 van evengenoemd besluit.”
De burgemeester verzoekt de zwemvereniging “Broek op Langedijk” en “Eigen Kracht” de benodigde vergunning aan te vragen. Op 19 mei 1942 (*) schrijft hij nogmaals het bestuur der “Zwemvereeniging Broek op Langedijk”, p.a. den Heer W.M. Kooij aan; “Door dezen breng ik U mijn schrijven d.d. 16 april 1942, betreffende nevensvermeld onderwerp, in herinnering en verzoek U thans spoedig de desbetreffende aanvraag om vergunning voor het voor het gebruik openstellen van een zweminrichting bij mij in te dienen.”
Ambtelijke hiërarchie.
Vanuit Den Haag worden er nogal wat obstakels opgeworpen alvorens er sprake kan zijn van een vergunning. Blijkbaar is bij het eerste schrijven van de inspecteur van de Volksgezondheid één persoon in de hiërarchie overgeslagen en die wordt in een schrijven van 6 juli 1942 (*) aan de burgemeester opgevoerd als zijnde iemand wiens mening niet mag worden gepasseerd.
Dit schrijven luidt als volgt: “Op verzoek van den wnd. Secretaris-Generaal van het Departement van Sociale Zaken heb ik de eer U mede te deelen, dat het uiteraard geenszins de bedoeling is om de belangen der volksgezondheid uit het oog te doen verliezen. In dit verband moge ik wellicht ten overvloede Uw aandacht vestigen op de besluiten van wnd. Secretaris-Generaal van Sociale Zaken van 8 Januari 1942, No. 337 P, betreffende de oprichting en het voor gebruik openstellen van zweminrichtingen en van 20 Maart 1942, No. 487 P., bevattende een bij eerstbedoeld besluit behoorende uitvoeringsreegeling. Tevens moge ik U met klem namens genoemden Secretaris-Generaal verzoeken, alvorens over te gaan tot het laten vervallen van beperkingen inzake “vrij” baden, advies te vragen van den pharmaceutisch inspecteur van de volksgezondheid.”
De bureaucratische molen in Den Haag kwam in 1942 opgang.
Op 24 Juli 1942 (*) schrijft de Secretars-Generaal van het Departement van Binnenlandse zaken het volgende; “ Betreffende: Gelegenheid tot baden. Blijkens mededeling van het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming heeft de wensch, in mijn rondschrijven van 5 Juni 1942 No. 14072, afd. B.B., Bur. St. En A.R., betreffende nevenvermeld onderwerp, naar voren gebracht ertoe geleid, dat in sommige gemeenten de werkzaamheid van zwemvereenigingen ernstig dreigt te worden verstoord. In verband daarmede breng ik voor zoover noodig, onder Uw aandacht, dat het uiteraard niet in de bedoeling ligt, aan het gebruikmaken van zweminrichtingen door zwemvereenigingen belemmeringen in den weg te leggen. Het is dan ook in het algemeen niet gewenscht, dat de zweminrichtingen voor het publiek worden opengesteld op de uren, die oorspronkelijk waren gereserveerd voor zwemvereenigingen. Ik verzoek U, ook overigens rekening te houden met alle factoren, welke een rol spelen bij het overwegen van de maatregelen, ter uitvoering van mijn vorenbedoeld rondschrijven te nemen. Ik denk hier bepaaldelijk aan openbare veiligheid, zedelijkheid en gezondheid.”
Uit een schrijven van het Departement van Opvoeding, Wetenschap en Kultuurbescherming van 27 januari 1943 (*) blijkt dat er nog steeds geen gehoor is gegeven van de vereniging Eigen Kracht m.b.t. “a. een schrijven betreffende een door mij uitgegeven beschikking tot het scheppen van uniformiteit ten aanzien van uit te reiken zwemdiploma’s en daarmede verband houdende bepalingen; b. Een exemplaar “zwemdiploma’s” inhoudende de tekst van de bedoelde beschikking.”De burgemeester wordt vriendelijk verzocht in deze te bemiddelen.
Erkenning leidt tot mogelijke subsidiëring.
Nu de zwemverenigingen van hogerhand worden gestimuleerd om officieel erkend te worden, neemt de secretaris van “Eigen Kracht” de kans waar om op 12 mei 1943 (*) de gemeente een subsidie te vragen. De penningmeester van de vereniging komt met een begroting

op een bedrag van ƒ 300,–. En men is zo vrij daar subsidie voor aan te vragen. Op 18 mei 1943 wordt het verzoek gehonoreerd; “Naar aanleiding van nevenstaand schrijven deel ik U mede dat ik heb besloten – behoudens hoogere goedkeuring – aan Uw vereeniging voor éénmaal een subsidie te verleenen van ƒ 150,– ter tegemoedkoming in de kosten van verbetering van de zweminrichting te Oudkarspel en zulks onder de volgende voorwaarden; . . . . “
Op 26 mei 1943 (*) stuurt secretaris Maars een bedankbriefje aan de burgemeester.

Op 10 juli 1943 (*) krijgt te burgemeester van het Staatstoezicht op de Volksgezondheid te horen dat er aan de zweminrichting in Broek op Langedijk nog een aantal zaken dienen te worden aangepast. Zo dient er een urinoir te worden geplaatst voorzien van een verharde vloer en sterk verhoogde voetstanden; drinkwater voor de zwemmers moet beschikbaar worden gesteld; de douche, waarvan het water wordt afgevoerd in de houten bassins, moet buiten gebruik worden gesteld, resp. zodanig verplaatst worden, dat het douchewater niet in de bassins terechtkomt. Als dat wordt geregeld dan kan de toestemming wat betreft Den Haag worden verleend, mits er nog aan 18 in het schrijven benoemde regels wordt voldaan.
Op 3 augustus 1943 (*) krijgt de heer W.M. Kooij secretaris van “Broeker Zwemvereeniging van de Gemeente-secretaris een schrijven waarin staat vermeld dat bij een besluit van 27 Juli 1943, de vergunning voor gebruik openstellen zweminrichting is verleend. Eenzelfde schrijven ontvangt de heer F. Hink voor de zweminrichting van “Eigen Kracht”.
Wordt vervolgd.