De bronnen in dit deel zijn volledig afkomstig uit de raadsstukken van Langedijk die aanwezig zijn in het Regionaal Archief te Alkmaar (*). Cees Ruigrok van de gemeente Langedijk heeft nog onderzocht waar de Collegebesluiten tussen 1950-1989 zijn gebleven, maar kon daar geen antwoord op geven.
De teloorgang van beide zwembaden.
Tegen het eind van de Tweede Wereldoorlog werden de baden geteisterd door houtroof. Gebrek aan brandstof was de reden dat het zwembad van Broek op Langedijk geheel verdween. In Oudkarspel heeft men het tij nog wel weten te keren en werd het zwembad voor het helemaal zou zijn opgestookt, ontmanteld en werd bij houthandel Eecen opgeslagen. Na de oorlog heeft men het toen nog wel opgebouwd, maar de belangstelling van zwemmers was verdwenen. Voor schoolzwemmen ging men naar het overdekte in Alkmaar. ’t Skarpet in Oude Niedorp is nog wel lang in de belangstelling van Langedijkers gebleven, dat had waarschijnlijk met de ligging van het bad te maken maar kwam ook doordat er een warme band bestond tussen de zwemverenigingen “Eigen Kracht” en de “Zwemvereniging Oude Niedorp” (ZON). De beide verenigingen reisden vaak met elkaar naar zwemwedstrijden in andere plaatsen in Noordholland, zoals naar “Het Oude Veer” in Anna Paulowna.

Na de tweede wereldoorlog.
Op 16 november 1945 kwam de geïnstalleerde noodraad van de gemeente Langedijk voor het eerst bijeen. Deze noodraad vormde tot de eerste officiële gemeenteraadsverkiezing het bestuur van de gemeente. In de vergadering van 23 augustus 1946 stelde de noodraad het door ir. E. Van de Ban ontworpen uitbreidingsplan Centrum(*) te Noord-Scharwoude vast. De gronden voor het plan moesten toen nog worden aangekocht en het plan moest ook nog nader worden uitgewerkt. In het plan was ruimte gereserveerd voor 250 woningen, een openbare ULO-school, een tehuis voor ouden van dagen, sportterreinen, een zwembad en industrieterreinen. Op 2 september 1946 werd de eerste gemeenteraad van Langedijk geïnstalleerd. Het College bestond vanaf die datum uit H. Schelhaas, burgemeester en Jac. Weel (KVP) en Maarten Kuiper (PvdA). Dit drietal nam de wederopbouw voortvarend ter hand. Hoewel er geen oorlogsschade was in Langedijk was er ontzettend veel achterstallig onderhoud aan schoeiingen, straten en er was een groot gebrek aan woningen.
(Tussen einde oorlog en 1950 zit er een gat in de archivering wat betreft de zwembaden. Dat is trouwens niet het enige gat, want in de periode tussen 1950 en 1989 zijn er in het archief ook geen Collegebesluiten van Langedijk te vinden en kan slechts informatie worden gehaald uit de raadsverslagen.)
Burgemeester Schelhaas is een doener.
Burgemeester Schelhaas had in Langedijk de wind eronder, hij had groot aanzien, beschikte ook over een groot netwerk en hij werd na de oorlog bijgestaan door wethouders van hetzelfde kaliber, Maarten Kuiper (PvdA) en Jac. Weel (KVP). Maarten Kuiper, oud-journalist, was van 1946 tot 1961 wethouder voor de PvdA. Ik denk dat beiden elkaar enorm stimuleerden en inspireerden en waar Schelhaas de woordvoerder was m.b.t. een nieuw zwembad was Kuiper beslist zijn aandrijfmotor. Dat is ook terug te lezen in de afscheidsrede van Schelhaas bij het vertrek van Kuiper en blijkt ook wel uit het enthousiasme van Kuiper over de opening van het zwembad in zijn artikel in de jaaruitgave van het Westfries Genootschap 1967.
Eerste melding over zwembad na de oorlog.
De eerste in het archief aanwezige melding over een zwembad zien we terug in één van de weinig gearchiveerde besluiten van het College van Burgemeester en Wethouders van Langedijk, d.d. 15 november 1950 (*).
“De burgemeester deelt mede, dat thans gebleken is dat de plannen tot stichting van een overdekt zwembad, niet verwezenlijkt zullen kunnen worden. Na overleg met de heer Van Drunen is komen vast te staan, dat de exploitatie (nadelig saldo van zeker ƒ 15.000,– per jaar) te zwaar is voor de gemeente. De burgemeester komt met voorstel (voorlopig plan) om nu een open bad te maken in het tweede gedeelte woningbouwterrein (zie schetsje). De voordelen springen in het oog o.a.: – Goede combinatie mogelijk met gemeentelijk sportterrein, o.a. kleedgelegenheid en douches, enz.; – Minder leidingen nodig voor elektriciteit en water; – Geen toegangsbrug nodig, hetgeen aanzienlijke, ook jaarlijks terugkerende uitgaven voor onderhoud uitspaart; – Goed gelegen in het verlengde van de grote toegangswegen naar het uitbreidingsplan. – Resultaat dus: veel goedkopere exploitatie; – De gemeente heeft de grond reeds in eigendom. – Er zal niet zoveel grond voor woningbouw onttrokken behoeven te worden (vermoedelijk 6-8 huizen).
Wanneer dit plan werkelijkheid wordt, zal het uitbreidingsplan ‘Centrum’ enige herziening behoeven.”
De gemeente-architect wordt opgedragen zo spoedig mogelijk een plan voor de bouw van het zwembad te vervaardigen. Ook het Nederlandse bedrijfsleven ontvangt de signalen dat Langedijk de wens heeft om een zwembad te bouwen. In het archief zit een brief van een bedrijf uit Ede dat zich aanbiedt als leverancier ven meubels voor de inrichting van het zwembad.

Het College blijft, ondanks haar slechte financiële positie, mogelijkheden en steun zoeken tot de bouw van een zwembad in Langedijk;
Op 4 juni 1951(*) schrijft Schelhaas het ministerie voor sociale zaken, afdeling volksgezondheid het volgende; “Hierbij delen wij u mede, dat de gemeente Langedijk vóór de oorlog twee open zwembaden telde, die tijdens de jaren 1940 – 1945 zijn verdwenen. In een waterrijke, voor de jeugd uiterst gevaarlijke gemeente, als deze, wordt het gemis aan een zweminrichting sterk gevoeld en moet gesproken worden van de noodzaak om op een centrale plaats tenminste één open zwembad te bouwen. Waar de regering het bouwen van zweminrichtingen in het algemeen slechts toestaat voor zeer bijzondere gevallen, verzoeken wij u ons uw mening terzake kenbaar te willen maken.”
Op 24 september 1951 (*) krijgt de burgemeester het volgende antwoord van het ministerie:
“Naar aanleiding van nevenvermeld schrijven, waarin u mij verzoekt mijn mening betreffende de bouw van een open zwembad in uw gemeente kenbaar te maken deel ik u mede dat in verband met de moeilijk economische omstandigheden, waarin ons land verkeert, vooralsnog geen toestemming tot de bouw van zweminrichtingen zal worden gegeven.”
Wordt vervolgd.