Hedendaagse theaterverhalen 1.

Ik heb me de laatste jaren aangeleerd om mijn ergernissen niet meer mee naar bed te nemen en ik kan u vertellen dat het mij heel goed bevalt. Sterker nog, mijn partner is er ook heel erg gelukkig mee. Mijn gezondheid is met grote sprongen vooruitgegaan en het geeft mij ook veel meer ruimte om andere dingen te doen.

Als iemand een oor aangenaaid krijgt dan ben ik nog wel altijd bereid om bij te springen, maar het groeimoment is wel dat ik het kan doseren. Misschien moet ik nu wel zeggen KON het doseren, want ik erger mij en slaap de laatste dagen ook wat onrustiger.

Begin jaren tachtig van de vorige eeuw draaide ik een theatervoorstelling waarbij ik door de theaterproducent een ontzettend aardige, leuke en bescheiden tweede man kreeg toegewezen die als blauwhelm net was teruggekeerd van zijn diensttijd in Libanon. Dat is dat land dat vorig jaar werd opgeschrikt door een enorme explosie in de haven en waar men, nu veertig jaar na dat NEDERLAND daar soldaten naartoe had gestuurd, tegen de corruptie van de overheid/regering de straat opgaat. 

Mijn tweede man was fantastisch. Kon met iedereen op het toneel heel goed opschieten en al snel vond hij een vaste plek in een Nederlands theater waar zijn collegae met hem wegliepen. Als verantwoordelijke voor de kleine zaal groeide hij al snel uit tot de verantwoordelijk technische man van het hele theater. Alom werd hij geprezen en ik was diep van binnen trots op he feit dat ik hem in de periode dat ik met hem werkte een beetje op weg had kunnen helpen.

Helaas sloeg bij hem als oud-blauwhelm het noodlot van de PTSS op een bepaald moment heel heftig toe en hoorde ik jaren later dat hij niet meer in het theater werkzaam was en op dat punt de pijp aan maarten had moeten geven. Ik heb hem helaas ook niet meer kunnen traceren om hem op te zoeken. Hij was van de wereld en buiten beeld. Tot ik vanmorgen las dat mevrouw Kaag, minister van Buitenlandse zaken, in de Tweede Kamer hoorde vertellen dat ONZE REGERING de zaken in Afghanistan hadden onderschat. Mensen achterlatend die de regering hebben geholpen in de 20 jaar dat zij Nederlandse soldaten daar naartoe stuurden. Het lukte niet meer, helaas om ze te helpen en ja, natuurlijk sturen we er nog wel vliegtuigen heen om mensen op te halen, maar daar geeft onze demissionaire regering geen garanties op of dat ook echt zal lukken. Het tweede toestel dat vanmiddag de lucht in ging is meer voor het podium dan bedoelt om echt iets te doen, want daarvoor moet je niet bij deze regering zijn.

Ik raakte heel bedroefd hierdoor. Ten eerste moest ik denken aan mijn tweede man uit de jaren tachtig die toen ook door mijn regering was uitgezonden en die een prachtige toekomst binnen het theater tegemoet leek te gaan om uiteindelijk zonder hulp van die regering te ontsporen. Gezin kapot, inkomen weg, kortom als een Afghaanse tolk achtergelaten in zijn eigen land.

Over mijn 24 of 25 landgenoten die tussen zes planken afgedekt met de Nederlandse vlag uit Afghanistan zijn teruggekomen, wil ik het nog maar niet hebben. Die vlag hangt hier in de buurt bij geboorte soms vier weken als een oude gebruikte zakdoek aan de gevel en dat zegt eigenlijk al meer dan genoeg over mijn regering en hoe men het Nederlanderschap ervaart.

GODVERDOMME!!!!!!

Geef een reactie