U leest...

geen categorie

Museum Broekerveiling en het verdronken geld van Dijk en Waard.

Gisteravond werd aan de ouwehoertafels van Dijk en Waard in De Binding de plannen van museum Broekerveiling behandeld en uit alles bleek weer dat huurders voor Veldzorg en de gemeente niet meetellen en dus ook niet betrokken zijn geweest of gaan worden bij de plannen die het museum heeft met het Oosterdelgebied. De woordvoerder van bureau Berenschot dat voor veel geld door de gemeente is ingehuurd deed een presentatie van de plannen waaruit bleek dat Berenschot en de andere betrokken bureaus en studio’s hun zakken lekker hebben kunnen vullen en maar voor de helft van het geld hebben gepresteerd. Op vragen over burgerparticipatie werd heel summier een lijstje gepresenteerd van allerlei belangrijke personen en werd nog even verteld dat de plannen ook met buurtbewoners van het Schapenland waren besproken, maar over de 100 huurders werd met geen woord gerept.

Het meest schandelijke van de man zijn presentatie was wel het feit dat hij op vragen moest erkennen dat de plannen met betrekking tot het Oosterdel op geen enkele manier nog met de eigenaar Staatsbosbeheer zijn besproken.

Wel moet er, volgens wethouder Langedijk, voor het zomerreces over de plannen worden besloten, want het museum staat op financieel omvallen!  

De raad zou er verstandig aandoen om voor dat laatste maar te kiezen. Bestuurders zijn tenslotte hoofdelijk aansprakelijk voor hun fouten en het is in ieder geval ook een goede methode om zo van dat zooitje klaplopers af te komen, want voor je het weet kom je ze na afloop van hun zittingsduur weer in het bestuur van Veldzorg tegen.

Omdat Stichtingbestuurders in het verleden onverantwoordelijke investeringen hebben gedaan, mogen de burgers voor de kosten van die blunders opdraaien onder het motto “De lokale partijen trekken toch hun portemonnee wel”.

Omdat er geen enkel raadslid is die enig historisch besef heeft wordt alle prietpraat van adviesbureaus voor zoete koek geslikt.

Historische terugblik Museum Broekerveiling.

Pieter de Boer was de eerste directeur van het museum in 1978 en heeft gestaag gebouwd aan de groei van het aantal bezoekers. Het 100-jarig bestaan was wat betreft de bezoekersaantallen het hoogtepunt met 100.000 betalende bezoekers.

In een krantenartikel op 22 maart 1989 spreekt het Stichtingsbestuur zich uit voor een stabilisatie van de bezoekersaantallen op 90.000. Groei van dit aantal acht de stichting geen noodzaak en zou zelfs tenkoste kunnen gaan van het oorspronkelijke doel van het museum, namelijk het bewaren van de eeuwenoude Langedijker tuinbouw-cultuur.

De toenmalig waarnemend burgemeester van Langedijk en tevens voorzitter van de Stichting Broeker Veiling, J.J. Bulte; “Als je meer publiek wil krijgen moet je dikwijls concessies doen. We schieten ons doel voorbij als we van de Broeker Veiling een soort pretpark maken.”    

Terugval in bezoekersaantallen.

In 1990/1991 kreeg directeur de Boer een mooie baan elders aangeboden en al kort na zijn vertrek begonnen de bezoekersaantallen heel hard te kelderen. Er moest bezuinigd worden, een rondvaartschipper/onderhoudsman moest worden ontslagen en de horeca werd verpacht. Rond 1996/1997 kwamen er een aantal bestuursleden die wat groter dachten dan men in Langedijk gewend was. Er moest een gebouw komen waar exposities in konden worden gehouden en waardoor het museum het jaar rond open kon. Tot die tijd werden de bezoekersaantallen van rond de 40.000 binnengehaald in de periode van 1 april tot 1 november en dat was voor de bestuurders te kort om de aantallen te kunnen verhogen. Het jaar rond open was de oplossing.  Zij presenteerden eind ‘97/begin ’98 het plan “Museum Broeker Veiling 2010” en het gemeentebestuur van Langedijk zag daar totaal geen brood in. Voorzitter Caminada van Museum Broeker Veiling sprak toen; “Het hart van Broek op Langedijk is uniek en daar moet je zuinig mee omspringen. Onze museumuitbreiding kost de Langedijker gemeenschap geen extra geld, zoals in het Langedijker Nieuwsblad werd beweerd.”        

Op vrijdag 24 mei 2002 kopt de Alkmaarse krant “Nieuw museum stap naar hoger bezoekersaantal” en daarin valt te lezen dat met de nieuwbouw van een permanent gebouw het jaar rond bezoek kan worden ontvangen. Men schrijft in de plannen dat de bezoekersaantallen in 2001 op 50.000 lagen. Met de nieuwbouw verwacht men die aantallen op te krikken naar 85.000.

“Over de investeringskosten maakt het museumbestuur zich geen zorgen. Met een hypotheek van 15% kan de rest gefinancierd worden door subsidies van provincie, Rijk en Europa, de gemeente en het bedrijfsleven. De exploitatieresultaten zijn echter sterkafhankelijk van het aantal bezoekers dus zal er een garantie van de gemeente nodig zijn.” (citaat krant).

Veldzorg komt aan de horizon.

“Als het permanente gebouw er staat, gemikt wordt op 2004, dan is de volgende stap het beheer van het Oosterdelgebied. Het Rijk van de Duizend Eilanden, waar voorheen de groenten werden geteeld waaraan de Broeker Veiling zijn bestaan dankt. Van dat rijk zijn nog ruim tweehonderd eilandjes over, waarvan op slechts een deel nog groenten worden geteeld. De rest van het gebied verruigt en het museum wil die ontwikkeling ombuigen. Samen met andere gebruikers als de huidige en nieuwe tuinders en andere belangengroepen wil Broeker Veiling een soort grootpachter worden van het gebied. Die grootpachter van Staatsbosbeheer kan dan ook nieuwe telers begeleiden, onderdak geven in de nieuwe boet en de producten van het gebied promoten. Voordat dit toekomstplan kan worden uitgevoerd zal het 2010 zijn, zo wordt ingeschat.”(citaat krant)

Het Veldzorgbestuur was een samenraapsel van museumbestuurders die bij de Broeker Veiling hun tijd hadden uitgediend en hun spelletje belangrijk doen konden voortzetten, zonder enige agrarische kennis, bij de Stichting Veldzorg Oosterdel.

Deel van foto uit de krant van 24 mei 2002 van: JJFoto/Alex Kingaby

Op de foto v.l.n.r. Penningmeester, bestuurslid, secretaris/voorzitter en de toenmalig agrarische adviseur. Allen waren toen nog bestuurslid bij Broeker Veiling. Veldzorg heeft alweer geruime tijd een andere vrijwilliger/adviseur met een grote kennis van agrarische zaken van het gebied die kan bogen op vele zakelijke mislukkingen op het gebied van de landbouw.

Hoezo cultureel erfgoed.

Te pas en te onpas valt in de nabijheid van Museum Broekerveiling en Veldzorg en aanverwante raadsleden in de gesprekken over het Oosterdelgebied dat het behoud van het culturele erfgoed dat dan in hun ogen het Oosterdelgebied is. Vandaag konden we in de Alkmaarse krant lezen dat het beheer van Veldzorg op geen enkele manier ook maar iets te maken heeft met het conserveren van het culturele erfgoed.

Tuinder Peter Vroegop verbouwt al sinds jaar en dag op zijn akkers de “Langedijker eersteling”, een aardappelsoort waar de Langedijker tuinders voor een groot deel hun brood mee verdienden. En ja, het is geen biologische aardappel die resistent is tegen allerlei ziekten en daarom moet deze aardappel gespoten worden en dat mag van voorzitter Arkesteijn niet meer, want er zijn genoeg biologische aardappelen in de markt die geteeld kunnen worden. Het bewaren van de eeuwenoude Langedijker groentencultuur is vandaag de dag niet meer aan de orde.

Museum Broekerveiling en Veldzorg staan voor een veel grotere opdracht; Met hulp van de lokale politieke partijen het Oosterdelgebied ombouwen tot een groen/blauw attractiepark.

En of we binnen een maand daarvoor alvast maar even 3,5 miljoen euro willen doneren als eerste aanbetaling dan spreken we later nog wel over het geld dat Veldzorg tekortkomt.

Discussion

No comments yet.

Post a Comment

Archief