Ongeveer zestig jaar geleden belandde ik met een hevige buikpijn op het spreekuur van mijn huisarts. Een enorm grote man, motorisch wat onhandig in zijn bewegen, maar iemand met een groot gevoel voor humor. Hij was nog niet zolang bij ons in het dorp gevestigd en had in zijn eerste weken dat hij praktijk hield naam gemaakt door bij een aanrijding met zijn Volkswagen kever een gebroken voet op te lopen, waardoor hij zijn huisbezoeken aflegde op krukken en in die periode door een student werd rondgereden.
Hij hoorde mijn klacht aan en ik moest met ontblote buik op behandeltafel liggen en werd uitvoerig door hem beklopt. “Tja, sprak hij, ik kan er niet meer van maken dan dat er sprake is van een acute blindedarmontsteking en ik kan je alleen maar doorverwijzen naar het ziekenhuis.”
Nadat ik mijn moeder thuis had verteld wat de uitkomst was, werd een weekendtas gepakt. Mijn moeder leek het goed uit te komen dat ik het niet nodig vond dat ze me wegbracht.
Op zaal gekomen en na me te hebben omgekleed en ik op bed was gaan liggen kon ik met mijn zaalgenoten kennismaken.
“Goeiemiddag, ik ben Martin en kom hier voor mijn blindalarm!”
Naast me lag een man die me heel vreemd en nieuwsgierig begluurde en na lang nadenken tegen me zei; “Ah, je bedoelt natuurlijk je blindedarm!”
“Ja dat zou het kunnen zijn als de dokter me straks heeft onderzocht, voorlopig hou ik het op een blindalarm.”
Tegenover mij klonk gegniffel uit de drie bedden en het verste bed aan de overkant reageerde naar mijn buurman naast me door hem te vragen: “Peter, vertel Martin even hoe jij in het ziekenhuis bent beland, want jij hebt toch ook heel wat achter je kiezen!”
Peter, die op mij niet de indruk maakte dat ik hem voor vol moest aanzien, begon me te vertellen hoe hij op zijn fiets vanachter was aangereden en op de weg ten val was gekomen en daarbij zijn been had gebroken.
“Ik heb nog nooit zoveel mensen gezien die om me heen kwamen staan om me te helpen, maar ik kon me van de pijn niet bewegen en iemand heeft daarom de ambulance gebeld.” Het mooiste vond hij zelf het feit dat hij de ambulance al van ver had horen aankomen. “Achteruit de auto haalden ze de brandkar en die zetten ze naast me neer en daarna legden ze me erop en rolden ze de brandkar naar de ambulance”
Aan de gezichten aan de overkant van de zaal zag ik dat ze hem dat verhaal al vele malen hadden laten vertellen en om het belang van zijn verhaal voor hem te ondersteunen, liet ik blijken dat ik ernstig onder de indruk was: “Goh, man jij bent wel een hele dure om met een ambulance en brandkar naar het ziekenhuis te komen. Dat moet er ingehakt hebben bij je.”
Tevreden over het feit dat zijn verhaal zo’n indruk had gemaakt op me gaf hem de gelegenheid om mij mijn oren van mijn kop te vragen. Wie of ik was, wat ik deed, wie mijn ouders waren, kortom ik was even aan de beurt.
Gelukkig kwam de chirurg op bezoek en gingen mijn gordijnen weer dicht. Het bleek mijn blindedarm en de volgende morgen zou ik meteen onder het mes gaan.
’s Avonds, tijdens het bezoekuur, stelde ik mijn moeder aan Peter voor en vroeg hem of hij mijn moeder wilde vertellen hoe het met zijn ongeluk was gegaan.
De volgende morgen kwam een verpleegster langs, werden mijn gordijnen dicht geschoven en moesten mijn kleren uit. Met scheerkwast en scheermes ging zij mijn schaamharen te lijf en daarna moest ik een operatiehemd aan en gingen de gordijnen weer open.
Links van mij werd ik door Peter uitgebreid bestudeerd en vroeg hij: “Was dat lekker dat ze je ging scheren?”
Ik keek hem niet begrijpend aan.
“Ging hij niet lekker uit zichzelf omhoog staan?”
Ik keek hem nog verbaasder aan dan daarvoor en zei hem: “Peter, weet jij dan niet dat dat niet kan? Om het voor die verpleegsters werkbaar te houden, haalt de dokter bij iedereen zijn veertje eruit en dat krijg je pas weer terug als je het ziekenhuis verlaat.”
Mijn overburen zag ik allemaal in een kramp schieten, en Peter leek even niet te weten hoe hij moest kijken. ’s Middags tijdens het bezoekuur kwam ik na de operatie weer een beetje bij mijn positieven. Ik hoorde de stemmen van het bezoek, maar kon niet volgen waar het overging. ’s Avonds kwam mijn moeder op bezoek en kon ik me alweer aardig uitdrukken. Ik vertelde mijn moeder van het veertje en haar reactie was veelzeggend: “Dan hoop ik voor jou dat je morgen niet vergeet naar die dokter te gaan voor je naar huis komt.”
Twee weken later kwam ik voor controle terug. Op de gang liep ik de verpleegster tegen het lijf die mij had geschoren. Lachend zei ze: “Het heeft even geduurd voor we begrepen waar Peter het over had. Toen hij ontslagen werd, wilde hij per se de dokter spreken die zijn veertje nog had.