Ten slotte (deel 1.)

DE AMERIKAANSE RIVIERKREEFT

De molensteen om de nek van de toekomstige inwoners van Dijk en Waard.

Après nous, le déluge.

Alleen als men een groot deel (zeg 75% of nog wel meer) van de rivierkreeften wegvangt zal een mogelijk effect optreden op de aantallen en hoeveelheid rivierkreeften in de wateren van Langedijk!
Het afsluitende stuk dat werd gezonden naar iedereen die het betrof verschijnt hier in vier delen.

Ten slotte blijkt het paard dood.

Ook de toekomstige gemeente Dijk en Waard zal bij het uitblijven van bestuurlijke en politieke initiatieven ondergraven blijven worden door de Amerikaanse rivierkreeft.

Het huidige bestuur van Heerhugowaard, Langedijk en Stichting Veldzorg hebben twee jaar na de ontdekking van deze toen al meer dan tien jaar aanwezig invasieve exoot nog steeds geen stappen ondernomen om tot een adequate aanpak te komen om de aanwezigheid van het dier beheersbaar te maken. Vandaag de dag lopen we dus al 12 jaar achter bij het tot stand komen van een “beheersplan Amerikaanse rivierkreeft”.  Terwijl het probleem met de dag groter wordt, zijn ook ‘zogenaamde’ eerder bedachte oplossingen alweer van tafel voor ze in praktijk worden gebracht.

Bijkomstig probleem in Langedijk is dat men het probleem binnen de eigen gemeentegrenzen denkt op te kunnen lossen om blijkbaar hier de geschiedenisboeken in te kunnen gaan als de ‘redder van Dijk en Waard’. Het lijkt er soms wel op dat het verkrijgen van een koninklijk lintje de enige drijfkracht van onze lokale bestuurders is.

Probleem is alleen oplosbaar met medewerking van Den Haag.

Het is de landelijke wet- en regelgeving die de aanpak van de Amerikaanse rivierkreeft onmogelijk maakt en zolang er niet een bundeling van krachten plaatsvindt van gemeenten, besturen en waterschappen die landelijk ook met het probleem te maken hebben, is het onmogelijk om die wet- en regelgeving aangepast te krijgen. Je zult een vuist moeten maken met zijn allen om dat van de grond te krijgen. 

Een waarschuwend vingertje van de wethouders van Langedijk en Heerhugowaard zal geen resultaat opleveren. Het initiatief om tot zo’n bundeling van krachten te komen werd door wethouder Nils Langedijk van Langedijk van tafel geveegd, omdat hij daar met een collega-wethouder uit Heerhugowaard wel denkt uit te komen. Ze kiezen voor een missie die alleen maar geld kost en nog meer tijd zal vergen voor er echt iets zal kunnen gebeuren.

Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

De sleutel tot het beheersbaar maken van het probleem ligt bij het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en dat is niet bepaald een ministerie dat oplossingen biedt als er problemen zijn. 

In november 2018 stelde de fractie van de VVD in de provinciale staten van Noord-Holland vragen over de aanpak van de Amerikaanse rivierkreeft en het antwoord dat men kreeg kwam erop neer dat bij Europese wetgeving is vastgelegd dat de aanpak van invasieve exoten is gedelegeerd aan het ministerie LNV.

Dit ministerie huisvest een enorm aantal tegenstrijdige organisaties waarvan je kan aannemen dat ze eerder vechtend met elkaar door de tent rollen om hun eigen baantjes te verdedigen dan dat zij iets bijdragen aan het algemeen belang.

Zo vallen de controle Visserijwet en het Visbesluit onder het ministerie van LNV, zoals gezegd ook de aanpak van invasieve exoten en om het allemaal nog mooier te maken valt het ook onder de Voedsel en Waren Autoriteit, ook resulterend onder hetzelfde ministerie van LNV.

Begin januari 2019 heb ik burgervragen gesteld aan de minister van LNV over haar aanpak van de Amerikaanse rivierkreeft. Het antwoord kwam er in het kort op neer dat de minister slechts verantwoordelijk is voor de aanpak van deze diersoort in de Rijkswateren en voor het overige is het aan de provincies, waterschappen en gemeenten.

Provincie, waterschappen en gemeenten zijn echter met handen en voeten gebonden aan de regels zoals die o.a. zijn vermeld in de Visserijwet en dat houdt in dat het niet zomaar is toegestaan om zelf uitheemse rivierkreeften te vangen met korven, fuiken, netten of andere vistuigen. Bij het gebruiken van korven, fuiken, netten of andere vangmiddelen op het binnenwater is juridisch gezien sprake van “vissen”. Artikel 1, lid 3 van de Visserijwet 1963 definieert vissen namelijk als “het te water brengen, te water hebben, lichten of ophalen van vistuigen alsmede het op enigerlei andere wijze pogen vis uit het water te bemachtigen”. Omdat sprake is van vissen, moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden:

  1. de visser moet zelf de visrechthebbende zijn (eigenaar of huurder van het visrecht) of schriftelijk toestemming hebben van de visrechthebbende voor het vissen op kreeften en krabben. De eisen waaraan deze toestemming moet voldoen staan in artikel 23 van de Visserijwet 1963;
  2. voor zover de toestemming betrekking heeft op het vissen met beroepsvistuigen (alle andere vis- en vangtuigen dan de hengel of peur) moet de toestemming zijn goedgekeurd door de Kamer voor de Binnenvisserij; 
  3. voor het mogen gebruiken van beroepsvistuigen geldt dat de visser beroepsvisser moet zijn. Dat is het geval als iemand beschikt over 250 hectare visrecht en met de visserij op dat water minimaal € 8.500,= bruto per jaar verdient en de staatssecretaris een verklaring heeft afgegeven dat betrokkene voldoet aan deze voorwaarden. Iemand die beroepsvisser wil worden moet zich met een aantal bewijsstukken melden bij de staatssecretaris van Economische Zaken. Welke documenten dit zijn, is vermeld in artikel 56 van de Uitvoeringsregeling visserij.  

Wordt vervolgd.

Geef een reactie