Ten slotte (deel 3.)

DE AMERIKAANSE RIVIERKREEFT

Après nous, le déluge.

Alleen als men een groot deel (zeg 75% of nog wel meer) van de rivierkreeften wegvangt zal een mogelijk effect optreden op de aantallen en hoeveelheid rivierkreeften in de wateren van Langedijk!

Nepnieuws.

Wetenschappelijke publicaties spreken van het feit dat vrouwtjes rivierkreeften tussen de 450 en 600 eitjes/jongen op hun buik meetorsen. Deze aantallen worden door woordvoerders van Veldzorg in de pers steeds groter (nu reeds spreken ze van tussen de 800 en 1000) gemaakt, zonder enige wetenschappelijke onderbouwing.

Waar in het ene geval overdrijving door Veldzorg wordt gehanteerd minimaliseert hun voorzitter al vijftien jaar de historische leugen dat het Oosterdel/Geestmerambacht 900 jaar geleden zou zijn aangelegd door de monniken van de Abdij van Egmond. In de “Anales Egmundenses” is daar niets over terug te vinden, wel de betrokkenheid van de monniken bij de aanleg van de Oude Westfriese Zeedijk. De ontwikkeling van het Geestmerambacht vond plaats vanaf deze dijk in oostelijke richting en gaandeweg die richting ontstond bewoning.

De bewoning aan de Langedijk ontstond vanuit de Vronen, Schoorl en Koedijk pas toen men tot de Langedijk was gevorderd. Als je werkelijk cultureel erfgoed wilt behouden zal je kennis van dat erfgoed moeten hebben en ook uit kunnen dragen en daar ontbreekt het de bestuurders van Veldzorg aan en die kennis heeft Staatsbosbeheer ook niet in huis. Anders had men wel een beheerder gezocht die met meer respect met dat culturele erfgoed zou omgaan. 

Stiekem belletje!

Wat op zich wel grappig is om te vermelden dat al die nieuwsgeile bestuurders en wethouders door een artikel in de Alkmaarse Courant tegen de lamp liepen.  Een belletje naar de Voedsel en Waren Autoriteit was niet nodig. Een mailtje met twee foto’s uit de Alkmaarse krant was voldoende om te laten zien dat je bij de bestrijding of beheersbaar maken van het probleem niet om wijziging van regels en wetten heen kunt.

En ondertussen komen er alleen maar rivierkreeften bij.

Vanaf het moment dat ze bij Staatsbosbeheer en Veldzorg de aanwezigheid van de rivierkreeften ontdekten, hebben ze slechts gesproken over het probleem en over hoe de oevers te beschermen. Ondertussen vermenigvuldigde de rivierkreeft zich explosief. Omdat de wet- en regelgeving niet toestaat dat we met zijn allen die beestjes mogen gaan vangen, trok men één beroepsvisser aan. Alsof één man de groei van de populatie kan stoppen. Twee jaar lang heeft men het op zijn beloop gelaten.

Langedijk en Heerhugowaard schuiven samen € 50.000 om iets aan de oevers te doen, terwijl de populatie ondertussen alleen maar groter groeit. Onze bestuurders zouden hun koppen eens uit het zand moeten halen en in de Langedijker wateren onder water steken. Dan nog is het de vraag of ze het probleem zullen zien, want je krijgt in Langedijk wel heel erg sterk het vermoeden dat ze stekeblind zijn. Van de raadsleden hoeven we helemaal niets meer te verwachten, want volgend jaar november zijn er gemeenteraadsverkiezingen en de overgrote meerderheid van deze raad zal niet in aanmerking komen op de plaats van een kieslijst. Ze zitten in Heerhugowaard tenminste niet op pluchezitters te wachten, maar op doeners en die hebben we in de Langedijker raad de laatste jaren niet aangetroffen. Wat dat betreft is “Dijk en Waard” een volkomen foute gemeente naam. “Dijk NIETSWaard” zou een stuk realistischer zijn.

Wordt vervolgd.

Geef een reactie