Een aantal jaren geleden publiceerde ik, via ‘printing on demand’, het boek “Aartsrivalen” over mijn onderzoek naar het oorlogsverleden van Jan Kloosterboer en Fred Groot. Op een bepaald moment gingen de papierprijzen omhoog en kwam het erop neer dat ik geld toe moest geven op de boekverkoop via BOL.com. Daarop besloot ik het boek uit de handel te nemen. Echter via oudere artikelen op mijn site over het onderwerp bleef er vraag naar bestaan en daarom heb ik besloten het boek eens in de twee weken, in delen, hier op schaduwrijklangedijk te publiceren.
De voorzitter van de Stichting Langedijker Verleden, Hans de Graaf, is overigens de mening toegedaan dat de navolgende publicaties niets te maken hebben met het historische verleden van Langedijk, maar vallen onder de geschiedenis van Sint Pancras. Het is maar dat u weet hoe de genoemde stichting met het verleden van de eigen gemeente omgaat.
De baggerregeling
De landelijke baggerregeling voor tuinders waar de lokale journalist melding van maakte in ‘Aartsrivalen 10’, zal de oplossing ook niet hebben gebracht.
Bron: Kranten Regionaal Archief Alkmaar, Schager Courant, 28 januari 1933, pag. 7:
Baggerregeling voor Tuinders
Burgemeester en Wethouders onzer gemeente stellen den Raad voor in te voeren een z.g. baggerregeling voor tuinders.
De regeling zal zijn als volgt:
De arbeider staat in dienst der gemeente en werkt bij een tuinbouwer, haalt per week 38 halve of 24 driekwart pramen, welke hij uit de slooten baggert, op het land brengt en over het land haalt door middel van een z.g. overhaalder. Ook kan bagger aan belten worden geschoten. De arbeider verdient dan per week ƒ 15, n.l. ƒ 12,50 loon, ƒ1 per week voor gebruik van baggerbeugel en ƒ 0,50 voor gebruik van laarzen en ƒ 1 brandstoffentoeslag. Hiervan moet afgehouden worden ¼ gedeelte der premie volgens de ziektewet, hetgeen 2 pct. van het verdiende loon ad ƒ 15, terwijl de premie Ongevallenwet voor rekening der gemeente komt.
De Tuinbouwer betaalt in die ƒ 15 ten hoogste 30 pct. of ƒ 4,50, terwijl de overige 70 pct. in overleg met den betrokken Minister komen voor rekening van Rijk en gemeente, terwijl het Rijk eveneens bijdraagt in het ¾ gedeelte van de premie ingevolge de Ziektewet. De arbeiders zijn te verkrijgen, als tuinbouwers zich hiervoor bij de Arbeidsbemiddeling aanmelden. Elke week wordt de hoeveelheid getrokken bagger bij de tuinbouwers opgenomen, terwijl des Zaterdags de Gemeente-
Ontvanger de arbeiders volgens een lijst naar de regeling uitbetaalt. Deze regeling staat onder controle van de Ned. Heide Maatschappij te Haarlem, Frans Halsstraat 18. Opgemerkt wordt, dat de zelfstandige tuinders niet voor zichzelf de bagger mogen trekken, doch dat de regeling wordt vastgesteld op basis van wederkeerigheid, zodat de eene tuinder voor den ander kan werken.
De Fa. Gebr. Kloosterboer zoekt niet altijd uit zichzelf het nieuws. Een artikel in de Provinciale Drentsche en Asser Courant van 11-08-1934 laat zien dat zij dat niet altijd zelf de hand in hebben (bron: Delpher):
Een aardappelgeschiedenis te Schoonoord
Verdachte beweert voor eigen rekening te hebben gehandeld. Aan Berend B. te Schoonoord wordt ten laste gelegd ƒ 73.75 te hebben verduisterd ten nadeele van de gebroeders Kloosterboer te St. Pancras. Hij zou n.l. het keurloon voor een partij aardappelen van genoemde gebr. Kloosterboer hebben ontvangen en dit niet hebben afgedragen aan den keurmeester Hendrik Been, die de partij aardappels keurde. Verdachte beweert, dat hier geen sprake kan zijn van verduistering, daar hij die aardappels niet kocht als commissionair voor de gebr. Kloosterboer, doch geheel zelfstandig handelde. Hij had ze n.l. zelf van de landbouwers Kuipers en Schutrups te Odoorn en Tonckens te Odoornerveen gekocht en daarop overgedaan. Hij heeft ook aan den keurmeester Hendrik Been te Zweeloo de opdracht gegeven de aardappelen te keuren. Dit kostte ƒ103.50.
Later kreeg hij de afrekening van de heeren Kloosterboer en toen hij alles had afgerekend, bleef er voor Been nog ƒ 27.50 over, daar de fa. Kloosterboer sommige declaraties betwistte. Die ƒ 27.50 heeft Been echter gekregen.
Getuige Hendrik Been, controleur te Zweeloo, zegt dat hij in October 1933 van verdachte het verzoek kreeg een hoeveelheid aardappelen te keuren en te plombeeren, hetgeen is geschied. Van dit keurloon heeft hij slechts een deel ontvangen. De Officier meent, dat uit de bijgevoegde staat bleek, dat het geld was voor Been en niet voor verdachte. Terzake verduistering luidt de eisch 3 maanden gevangenisstraf. De verdediger mr. H. J. Dons te Assen is van oordeel, dat hier alleen sprake is van een verhouding tusschen Been en verdachte. De laatste gaf de opdracht om de partij aardappelen te keuren. Been heeft derhalve alleen een vordering op B, zoodat van verduistering der gelden geen sprake kon zijn. Pl. concludeert dan ook tot vrijspraak. Uitspraak over 14 dagen.
Het jaarverslag van de voorzitter van de Kamer van Koophandel over het jaar 1934 laat zien dat ook dat jaar weinig reden tot vreugde heeft gegeven. Bron: Kranten Regionaal Archief Alkmaar, Alkmaarse Courant, 2 januari 1935, pag. 6:

Een broer van Jan en Cees Kloosterboer, Klaas, was al vrij jong vanuit de tuinderij overgestapt en was begonnen met het bouwen van koel- en vrieshuizen.
Daar moet de Fa. Gebr. Kloosterboer ook handel in hebben gezien, want in 1935 komen zij ook in het nieuws met deze voor de Langedijk en omstreken noviteit. Bron: Kranten Regionaal Archief Alkmaar, Alkmaarse Courant, 1 november 1935, pag. 2:

Tuinbouw-export 1935
De jaren dertig waren niet bepaald de jaren dat het in de tuinbouw en export van tuinbouwproducten goed ging. Als je alle jaarverslagen en krantenberichten uit die tijd erover terugleest dan kan je eigenlijk alleen maar verbaasd zijn dat die tuinbouw in dit gebied tot in de jaren tachtig van de vorige eeuw stand heeft gehouden.
Om een beeld te schetsen hoe de export na de beurskrach van 1929 tot 1935 terugliep geef ik hieronder wat cijfers van het totale gewicht van de Nederlandse export van groenten, fruit en aardappelen.
Bron: Kranten Regionaal Archief Alkmaar, diverse kranten:
1929 – 731.087.000 kg.
1930 – 679.671.000 ”
1931 – 596.743.000 ”
1932 – 533.678.000 ”
1933 – 476.763.000 ”
1934 – 447.355.000 ”
1935 – 377.336.000 ”
Alleen al tussen 1934 en 1935 was er sprake van een vermindering van 16% en in vergelijking met 1929 was de terugval 48%. De totale exportwaarde van deze uitgevoerde hoeveelheden was:
1929 – ƒ 88.614.000,=
1930 – ” 75.058.000,=
1931 – ” 65.027.000,=
1932 – ” 48.593.000,=
1933 – ” 37.854.000,=
1934 – ” 34.540.000,=
1935 – ” 27.633.000,=
Een vermindering derhalve van 20% in vergelijking met 1934 en met bijna 69% in vergelijking met 1929. In zes jaren tijds liep de totale waarde van de uitvoer van tuinbouwproducten met 69% terug. Zowel de export naar Duitsland als naar België en Frankrijk is teruggelopen, maar de grootste daling wordt voornamelijk veroorzaakt door de verminderden export naar Duitsland.
Het totale gewicht van onze uitvoer naar Duitsland beliep namelijk in:
1929 – 394.000 ton
1930 – 314.000 ”
1931 – 213.000 ”
1932 – 226.000 ”
1933 – 183.000 ”
1934 – 195.000 ”
1935 – 137.000 ”
de totale waarde van deze export beliep in:
1929 – ƒ 49.300.000,-
1930 – ” 39.700.000,-
1931 – ” 27.900.000,-
1932 – ” 22.100.000,-
1933 – ” 18.500.000,-
1934 – ” 18.300.000,-
1935 – ” 11.100.000,-
Zoals uit bovenstaande cijfers blijkt is de daling van de export naar Duitsland ontstellend; in vergelijking met 1934 bedraagt de vermindering volgens het gewicht ruim 29% en volgens de waarde bijna 34%. In zes jaren tijds is de uitvoer naar Duitsland derhalve gedaald met 65% wat gewicht betreft en met 77% wat de waarde aangaat.
Toch blijft Duitsland ook na deze daling nog steeds ons voornaamste afzetgebied. Zelfs in 1936 bedroeg de waarde van de export naar Duitsland ruim 40% van de totale uitvoerwaarde. Zolang er dus in de export naar Duitsland geen verbetering komt, blijft het er voor de tuinbouw en de exporteurs somber uitzien. Volgens een verklaring van Jan Kloosterboer gedaan op 10 september 1947 is hij op 1 mei 1935 voor het laatst voor zaken in Duitsland geweest:

Hoewel hij dit in 1947 verklaart, blijkt uit andere stukken in het strafdossier dat hij in de periode van eind 1939 tot 1944 nog verschillende keren in Duitsland is geweest.
Creatief boekhouden
Blijkbaar moet er gelet op de slechte tijden creatief worden omgegaan met cijfers en loopt Jan Kloosterboer daarmee tegen de lamp en moet hij voorkomen:
Uitspraak Arr. Rb. Alkmaar 25 februari 1936 AC 25 februari 1936, pag. 8
J.K. vervalsching certificaten voor uitvoer van aardappelen naar Duitschland: eisch 6 maanden gevangenisstraf; uitspraak ƒ 5000 boete subs. 6 maanden hechtenis.
SC, 26 februari 1936, pag. 3 Arrondissements Rechtbank te Alkmaar (Zitting van Dinsdag 25 februari) Uitspraken 5000 gulden boete
UITVOERCERTIFICAAT DOOR GROENTENEXPORTEUR VERVALSCHT
Gistermorgen deed de rechtbank te Alkmaar uitspraak in de zaak tegen de groentenexporteur J.K. te Sint Pancras, tegen wien de officier wegens vervalsching van een certificaat voor den uitvoer van aardappelen naar Duitschland zes maanden gevangenisstraf had geëischt. K. zou op een uitvoercertificaat de daarop aangegeven hoeveelheid van 3 kg. hebben veranderd in 20.000 kg. en deze laatste hoeveelheid ook inderdaad hebben uitgevoerd. De uitspraak luidde ƒ 5000 boete subs. zes maanden hechtenis.