U leest...

geen categorie

Langedijker verhalen. Deel 1.

“Gooi maar te sloôt!”

Ik heb een voorliefde voor geschiedenis en dat zal op mijn weblog hier best wel opvallen. Vooral gesproken geschiedenis van mensen die het hebben meegemaakt, vind ik de moeite waard om op te schrijven. Naast veel foto’s van Langedijk uit begin jaren zestig van de vorige eeuw heb ik ook nog een collectie “Nieuws uit de skeerwinkel” waarin de mannen bij de kapper op de skeerstoel met elkaar praten over zaken die in de afgelopen week in hun gemeente speelden. Verhalen en foto’s van ongeveer zestig jaar geleden die een kijkje geven op het leven in die tijd. Mochten er lezers zijn die zelf ook nog foto’s of verhalen hebben uit die tijd laat het me weten, zet ze op papier of nodig me uit om het verhaal te horen en om op te schrijven. U kunt contact opnemen via schaduwrijklangedijk@gmail.com of door het middelste blokje”Post a comment” aan te klikken om een reactie te sturen.
Dit balkje treft u aan aan de onderzijde van dit artikel.

Langedijkers leefden voor de verkaveling op, in, naast en met het water van het Geestmerambacht. Riolering was er nog niet en iedere woning had wel een klein houtenhuisje boven het water waar men zijn behoefte kon doen. 

Mijn vader schreef op de achterkant van deze foto; “Foto vanaf de Noorderbrug tussen Broek en Zuid-Scharwoude. Dit was mijn uitzicht als ik huiswerk zat te maken.”

Vaak had men aan het water wel een mogelijkheid om de was te kunnen spoelen of de was te doen op het wasbord. Daarvoor had men dan een verlaging aan de waterkant gemaakt, zodat moeder de vrouw wat makkelijker bij het water kon. Tuinders die de geoogste andijvie en sla ontdeden van prut spoelden hun kroppen andijvie in teilen gevuld met het water uit de sloot om het de volgende dag ‘schoon’ en ‘fris’ op de veiling aan te bieden. Als de koolprijzen te laag waren en kool draaide door dan waren er veel tuinders die voor anderen niet wilden laten weten dat hun kool niets waard was en gooiden ’s avonds als het donker was hun kool te water. Zomers was goed te zien hoe de marktprijzen de voorgaande winter waren geweest, want bij een slechte koolwinter dreven zomers heel veel bruine pluisige kooltjes als dode kinderhoofdjes in de sloten. Het ‘mooie’ van al dat water in Langedijk was dat je eigenlijk ook alles wat je niet nodig had in het water kon gooien. De fabrieken loosden hun afvalwater rechtstreeks op de sloten. De chipsfabriek loosde zijn vuile water rechtstreeks op het Zuiderdel en de aardappel resten zorgden er zomers voor dat het Zuiderdel een gistend meertje was waar je maar beter niet in kon vallen. De wasserij van Jansen in Zuid-Scharwoude loosde op de Achterburggracht. Dat deel van de Achterburggracht vroor ’s winters daarom bijna niet meer dicht. 

Er dreef nogal wat aan en onder het oppervlak van het Langedijker water en zomers gaf dat vaak veel stankoverlast. Vuilnis werd in die tijd nog over het water opgehaald door de gemeente, maar als je echt iets kwijt wilde dan gooide je het eigenlijk gewoon ‘te sloôt’ zoals Langedijkers zeiden. 

Dirk Zutt in de vuilnisschuit met op de achtergrond de zuurkoolfabriek ‘Nieuw Leven’.

Kroos dreef zomers vaak in dikke pakken op het water en dat kon behoorlijk gaan stinken. Kortom; de kwaliteit van het water was niet al te best in de jaren voor de verkaveling. En bij westenwind hoopte veel vuil dat aan de westkant van Langedijk in het water lag zich op in de Voorburggracht en juist op de plaatsen waar die Voorburggracht langs de Dorpsstraat liep, hadden niet alleen de bewoners, maar ook de passanten daar hinder van de stank. Op de plaatsen waar huizen stonden tussen de Voorburggracht en de Dorpsstraat was dat voor passanten niet zo waarneembaar.

Deze foto is gemaakt in 1964 net iets ten noorden van de Gereformeerde kerk.

Het stuk Voorburggracht ter hoogte van de gereformeerde kerk in Broek was in het voorjaar van 1964 tot het kantoor van Centrale Verkoop Kantoor van de gemeenschappelijke zuurkoolfabrieken (CVK) uitgebaggerd en men had de hoop dat daardoor de stank minder zou worden, maar vanaf mei 1964 kwam door aanhoudende westenwinden de stank alweer snel terug. 

Het vuile water was in die tijd ook regelmatig onderwerp van gesprek in “Nieuws uit de skeerwinkel”. In Ons Weekblad van 15 oktober 1965 hadden de mannen het er ook weer over; 

“We krege deuze week een praatje in de skeerwinkel over ut slechte water in Geistmerambacht. Het was Gert die deer over begon omdat ie lezen had, dat er zo veul vis dood gaan was in het kanaal boi de Broeker sluis. En dat komt zoi die, van ut smerige water uit ut Ambacht. Der sting een stuk van in de krant. Immeslesten ok al van de hand van Ois Boerdoik, jullie wete wel, die beroepsvisser uit Kalverdoik. Ois wier ut goed loof en hoi nam de pen op en skreef een stuk voor de krant over de toestand van ut water in ut kanaal boi Klorn. Dat was volgens hem afkomstug van de zuivelfabriek van Lutjewinkel.

Ut gevolg is dat Uitwterende Sluizen, jullie wete wel, dat grote waterschap maatregele neme zal teugen dat bedroif. Ok benne ze van plan terzoinertoid op te trede teugen de watervervuiling van Geistmerambacht, aldus Gert. Hoe of ut ok is manne, zo ging Dirk verder, de industrie is niet allien skuldig an ons slechte water. Ok de tuinders zien der niet teugen op om rommel in ut water te smoiten. En niet te vergete, zo vervolgde Piet, ut water van onze vrouwe met al die chemikale spullen weer de vaat mee opgnappe. Hoi ken ut wete, want as winkelier verkoupt ie veul van dat spul. De barbier die stiekum toeluisterde, merkte toen terecht op, dat we hier van een nasionaal probleem spreke moete, want bewezen is, dat 80 percent van het afvalwater niet zuivert is in ons land. Nederland is wat dat betreft achterluk gebleven gebied, zoi die oiskoud. Man hoe weet je dat allemaal vroege we in koor. De krant goed leze manne, was ut antwoord. In Duitsland bloift maar 23,8 percent van ut huishoudeluk afvalwater onbehandeld. Wille ze die zaak goed anpakke, den kost dat voor Nederland 135 miljoen pegels per jaar. We zate sprakeloos, want dat de barbier deer zo’n studie van maakt had, wiste we niet. Dus as ik ut goeg begroip, zo vroeg Dirk, den moet er ok in onze gemeente nag veul beure, voor we van al dat smerige en stinkende water verlost benne. Ik weet mense, die as der een skuit deur de Voorburggracht vaart, ze hullie rame op een draf sluite.”

Het heeft tot ongeveer 1978 geduurd voor alle huizen aan de Dorpsstraat op het riool waren aangesloten, maar ik weet uit eigen ervaring dat er in 1981 huizen waren die nog gewoon op sloot loosden.

Discussion

No comments yet.

Post a Comment

Archief