Stationskwartier Dijk en Waard heeft een lange voorgeschiedenis. Deel 14.

Het Stationskwartier is de nieuwe naam voor het stationsgebied van Dijk en Waard, aldus het College van Burgemeester en Wethouders en het heeft alles in zich om door te groeien naar een goed bereikbaar en aantrekkelijk stedelijk (OV-)knooppunt, waar belangrijke functies en voorzieningen samenkomen. Het had niet veel gescheeld of Dijk en Waard zou nu geen spoorverbinding hebben gehad als er 167 jaar geleden vooral vanuit Schagen niet een lobby zou zijn geweest om het Nieuwediep/Helder* een spoorwegverbinding te geven met Alkmaar, Castricum, de Zaanstreek tot Amsterdam. In deze serie wil ik u laten zien hoe volgens de kranten uit die tijd die spoorverbinding tot stand is gekomen. De geciteerde krantenartikelen zijn in de oorspronkelijk vorm/taal overgenomen.

De kermisvreugde te Alkmaar werd door nalatigheid op droevige wijze verstoord, aldus de Schager Courant van 1869, pag.3;

_ Zaturdag morgen werd de kermisvreugde te Alkmaar op droevige wijze verstoord door een ernstig ongeluk, in de nabijheid dezer stad voorgevallen. Op het snijpunt van den spoorweg en den Kalkovensweg werd een kapwagentje, waarin zich 2 zoons en eene dochter van de aan de Hoevervaart wonende weduwe Bakkum bevonden, door den van Haarlem komende trein omvergereden en verbrijzeld, met het gevolg dat de 3 genoemde personen op jammerlijke wijze zijn omgekomen. Het meisje werd met den kap van het rijtuig een eindwegs door de locomotief medegesleept, maar toen deze tot stilstand kwam, was haar lijden reeds geëindigd. De twee andere personen zijn met een gedeelte van het rijtuig in eene langs den weg zijnde sloot geraakt en hebben dadelijk den dood gevonden. Het paard, dat de rails reeds gepasseerd was is in leven gebleven. De spoorwegwachter had verzuimd de hekken te sluiten; men verhaalt, dat hij toen het onheil gebeurde slapende was, dat hij ’s nachts te voren zich nog laat in eene herberg had opgehouden en dat hij meermalen misbreuk van sterken drank maakte, hij is in verzekerde bewaring genomen. De bestuurder van het rijtuig heeft waarschijnlijk, doordien de kap aan de zonzijde gesloten was, den spoortrein niet zien naderen, waartoe anders het open terrein wel de gelegenheid aanbood. In hoever het den machinist van een trein veroorloofd is om zijnen tocht te vervolgen, wanneer hij het geruststellende witte vlaggetje niet bespeurt, kunnen wij niet beslissen.

N.a.v. bovenstaande.

Op 7 december 1869 komt de spoorwegwachter voor de rechter;

AC 12 december 1869, pag. 3

_ Den 7 heeft voor de arrond. rechtbank alhier gediend de zaak van J.H. Splinter, beschuldigd van manslag door onachtzaamheid, als spoorwegwachter aan den Kalkovensweg. 19 Getuigen werden gehoord. Het openbaar ministerie eischte een cellulaire gevangenisstraf van één jaar. De beschuldigde werd verdedigd door mr. N.H. de Lange.

Op 4 maart 1870 komt de zaak aan de orde bij het Provinciaal Gerechtshof van Noordholland;

AC 6 maart 1870, pag. 2

_ Het prov. gerechtshof van Noorholland heeft den 4 het vonnis, den 7 Dec. door de rechtbank alhier tegen J.H. Splinter, vroeger spoorwegwachter aan den Kalkovensweg, gewezen, vernietigd, doch, ten principale rechtdoende, hem tot dezelfde straf veroordeeld als de eerste rechter, namelijk 1 jaar eenzame opsluiting.

Noord-Scharwoude.

Vanuit Noordscharwoude worden enorme hoeveelheden groenten vanaf het station in Noordscharwoude vervoerd. Vervoer over de weg is niet echt de oplossing, want per schip kan er meer vervoerd worden. De Alkmaarsche Courant van 6 november 1870, pag. 2 doet daar melding van;

SCHEEPVAART. Het polderbestuur van Noordscharwoude denkt ernstig aan het maken van een geschikten waterweg naar den hollandschen spoorweg, ten dienst van het vervoer van groenten.

We houden het hier even bij de waterweg van Noordscharwoude. De Heldersche Nieuwdieper Courant meldt op 15 maart 1871, pag.1;

_ Het gemeentebestuur te Noordscharwoude heeft besloten, gevolg te geven aan het vroeger opgevatte plan om die gemeente door een geschikten waterweg in verbinding te stellen met den spoorweg. Daartoe is men voornemens, een reeds bestaanden waterweg in den polder der gemeente te verbeteren en tot aan den spoorweg te verlengen. In de kosten daarvan wil men door eene leening voorzien. Aan het gouvernement is reeds een adres gerigt, met het verzoek, dat voor rekening van het rijk eene aanleg- en laadplaats aan den ontworpen waterweg gemaakt moge worden, waartoe de regering zich vroeger reeds geneigd had betoond. Indien deze zaak tot stand komt, zal de handel in de steeds duurder wordende groenten, die aldaar en op de Langedijk verbouwd worden, daardoor zeer worden gebaat. Reeds nu wordt het vervoer zeer veel gebruik gemaakt van den spoorweg.

En de Alkmaarsche Courant van 19 maart 1871, pag. 2 komt met het bericht;

SCHEEPVAART. Het gemeentebestuur van Noordscharwoude heeft besloten, om de gemeente, door verbetering van een reeds bestaanden waterweg, voor den afvoer van groenten in betere verbinding te stellen met den spoorweg, de kosten te vinden door eene leening.

Westfriesland.

De Alkmaarsch Courant van 19 februari 1871, pag. 2 komt met het antwoord van de minister van Binnenlandse Zaken op een verzoekschrift van 412 inwoners van Enkhuizen;

SPOORWEGEN. De minister van binn. zaken heeft op het adres van 412 ingezetenen van Enkhuizen en omstreken bericht, dat van Staatswege niet voldaan kan worden aan het verlangen naar eene verbinding met het spoorwegnet, maar dat hij daartoe gaarne de concessie aan eene particuliere onderneming zou verleenen. De ontwerp-statuten en het prospectus zijn verschenen voor eene opterichten vennootschap tot aanleg van min kostbare locaal-spoorwegen, volgens het ontwerp van den delftschen hoogleeraar Henket; in Noordholland komt daarbij voor eene lijn ter lengte van 42 mijlen, van Alkmaar over Hoorn naar Enkhuizen.

Vraag naar extra trein Amsterdam – Helder.

Staatslijn K leek in de praktijk in een grote behoefte te voorzien en de Kamer van Koophandel en Fabrieken te Alkmaar heeft er veel aangedaan om een extra trein op het traject te krijgen en via een ingezonden brief in de regionale bladen wil zij he publiek daarvan in kennis stellen. Ook de Helderse Courant van 29 april 1871, pag. 2 publiceert de ingezonden brief;

De Redactie onderschrijft niet altijd de gevoelens der inzender.

Alkmaar, 25 April 1871.

Aan de Redactie van de Heldersche Courant.

Wij hebben de eer u bij deze mede te deelen, dat wij ons onlangs hebben gewend tot de directie der Hollandsche IJzeren-Spoorweg-Maatschappij, ten einde eene reisgelegenheid van Amsterdam en Zaandam naar Helder te bekomen, vroeger dan de tegenwoordige.

De gemelde directie heeft daarop welwillend besloten om bij den zomerdienst, op 15 Mei e.k. aanvangende, als proef een trein in dienst te stellen, die des ochtends, om 6 u. 50 m. van Amsterdam en te 7 u. 25 m. van Zaandam vertrekt, om te 9 u. 55 m. te Helder aan te komen.

Eene dergelijke proef loopt echter dikwijls gevaar van niet te beantwoorden aan de regtmatige verwachtingen, wanneer het publiek niet algemeen bekend is met het buitengewone reismiddel, dat als proef dienen moet; wij nemen daarom de vrijheid u beleefd te verzoeken, dat gij met de u ten dienste staande middelen het reizend publiek met den in te voeren ochtend trein bekend maakt, en het uitnoodigt daarvan een nuttig gebruik te maken, opdat de te nemen proef werkelijk eene proef zij en zoodanige uitkomsten opleveren, dat Noordholland de zoo wenschelijke reisgelegenheid moge behouden. \De Kamer van Koophandel en Fabrieken te Alkmaar,

F.M. Aghina, Voorzitter,

J.P. Kraakman, secrtetaris.

(Wij vermeenen niet beter aan dit verzoek te kunnen voldoen, dan door eene volledige opnamen. RED.)

De Heldersche Courant van 8 juli 1871, pag. 1 geeft in een kort bericht een overzicht van de opbrengsten van de lijn Helder – Amsterdam over maart en april 1871;

_ Noordhollandsche Staatsspoorweg. Helder-Uitgeest-Zaandam Maart 1871 Opbrengst: reizigers ƒ 15.289,845; goederen en vee ƒ 10.015,25; diversen ƒ 60,49; Totaal ƒ25.365,585

April 1871. Opbrengst: reizigers ƒ 15.818,66; goederen en vee ƒ 6.758,42; diversen  ƒ 3.014,07. Totaal ƒ 25.591,15.

En de Heldersche Nieuwdieper Courant (HNC) van 13 augustus 1871, pag. 1 meldt;

Uit Noordscharwoude wordt gemeld, dat het plan tot het graven van een vaart daar naar het station van den Noordhollandschen spoorweg, zoo goed als verzekerd is. Men vleit zich zeer, dat de volvoering van dit plan strekken zal tot bevordering van de welvaart in de verschillende gemeenten van den Langedijk, wier tuinvruchten alsdan op de makkelijkste en voordeeligste wijze naar elders kunnen verzonden worden.

Op 27 oktober 1871, pag. 2 laat de HNC het volgende over Noordscharwoude weten;

_ Het stationsgebouw te Noordscharwoude zal eerlang worden vergroot. Er zal o.a. een tweede wachtkamer, voor de reizigers van de 1ste en 2de klasse bestemd, worden aangebouwd. Het kanaal, dat van dit station naar den Langedijk wordt gegraven, nadert zijn voltooijing.

En in vervolg op bovenstaande op 8 november 1871, pag.2;

_ Men meldt uit Noordscharwoude, dd 3 November: “De losplaats en verdere werken ter oplading van groenten in de nabijheid van het stationsgebouw, zijn sedert eenige dagen voltooid. Ook de waterweg, waardoor deze gemeente met den spoorweg in verbinding gebragt wordt, zou reeds gereed geweest zijn, indien er niet herhaaldelijk schade was geleden aan de waterkeeringen. Het is tot heden niet gelukt de reden hiervan op te sporen. Men vermoedt, dat er kwaadwilligheid bij in ’t spel is.”

Ondanks de berichten dat er mogelijk sabotage aan de waterweg plaatsvindt, werd de nieuwe waterweg op 27 november 1871, plechtig, geopend.

Te klein.

Niet alleen het station van Schagen blijkt in de praktijk te klein, maar ook de stations van Anna Paulowna, Noord-Scharwoude en Hugowaard blijken niet te voldoen. Op maandagmiddag 17 april 1872 werd door de directie van de Hollandsche Spoorwegmaatschappij in het koffiehuis buiten de Willemspoort te Amsterdam voor het vergroten van de hoofdgebouwen van de drie genoemde stations publiekelijk aanbesteed.

Lijn K zorgt voor slachtoffer op het water.

De spoorbrug tussen Heerhugowaard en Sint Pancras was tot de kanalisatie in 1940 een vaste brug en schepen moesten voor een doorgang hun masten strijken. De HNC van 28 april 1872, pag. 1 meldt echter een ongeluk dat op 25 april 1872 bij de brug plaats vond;

_ De wakkere schipper J. Gouda voer ll. Dinsdag met zijne schuit in de wateren van Langedijk bij de spoorwegbrug. Hij bevond zich in het vooronder en wilde zich naar boven begeven, doch op het zelfde oogenblik streek de mast en werd zijn borstkast tusschen het gewigt der mast en het onderdeel van het dek bekneld. De ongelukkige, die een paar weken later dacht te trouwen, was dadelijk een lijk.

Voormalig stationschef Heerhugowaard.

De voormalig stationschef van Heerhugowaard haalt op 26 januari 1873, pag. 1 in het HNC het nieuws;

_ Het provinciaal geregtshof te Amsterdam (kamer van criminele zaken) heeft gisteren Hendrik Smits, gewezen chef van het station der Holl. IJzeren Spoorweg-maatschappij te Heer-Hugowaard, uit welke betrekking hij vóór 4 jaren wegens misbruik van sterken drank was ontslagen, schuldig verklaard aan diefstal bij nacht in een bewoond huis, doch bij gebreke van bewijs vrijgesproken van het wanbedrijf van landlooperij. Hij was namelijk na reeds vroeger meermalen wegens dronkenschap en gemis van woning in het politiebureaux aan de Noordermarkt te hebben gelogeerd, in den nacht van 8 op 9 Oct. ll., ten 3 ure, door twee nachtwachts op den Blauwburgwal aldaar aangehouden, in het bezit van twee in een molton deken gewikkelde priestergewaden. Later bleek, dat deze den vorigen avond door een R.C. pastoor uit Haarlem, in een wit grijsachtigen cartonnen doos per expeditie van Gend & Loos, aan het adres van een leverancier in kerkornementen aldaar ter restauratie waren gezonden. Gemelde doos was blijkens verklaring van een conducteur en drie bestellers des avonds ten circa 12 ure in een locet van het expeditiekantoor van genoemde heeren, op de Haringpakkerij aldaar, geplaatst, om daar den volgenden morgen te doen bestellen, doch is toen vermist. De beschuldigde beweerde de doos met het goed op straat gevonden te hebben. Op grond o.a. van zijne tegenstrijdige opgaven omtrent tijd en plaats van dat vinden, in verband met andere ten processe gebleken omstandigheden, vereenigde het Hof zich op dit punt met de zienswijze van den adv.-gen. jhr. mr. C.H. Bakker en niet met die van den ambtshalven toegevoegde verdediger mr. C.C. van Valkenburg die o.a. aanvoerde dat het bewijs nie was geleverd dat de beschuldigde en geen ander de doos uit de na het vertrek der bedienden goed gesloten stal had genomen. Het hof veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van twee jaren. Het O.M. had een veroordeeling tot een cellulaire gevangenisstraf van één jaar met opvolgende opzending naar een bedelaarsgesticht geëischt. (Amst. Crt.)

Wordt vervolgd.

Geef een reactie