Bij Stichting Langedijker Verleden (SLV) heb ik in 2016 een artikel ingeleverd over de totstandkoming de zwembaden in Langedijk, eindigend met de opening van zwembad “De Reuring” op 30 april 1966 in Noord Scharwoude. Omdat ik het vanuit historisch oogpunt interessant vind om te laten zien hoe zaken zich bestuurlijk en politiek ontwikkelen en we weten hoe moeizaam ambtelijke molens draaien, werd het een lang artikel. Te lang voor de redactie van SLV. Een jaar later heb ik een korter artikel ingeleverd dat begon vlak na de oorlog in 1946. Helaas verschillen historici nogal op het punt van wat wel of niet ter zake doet en werd mijn artikel geredigeerd tot een globaal verhaal zonder inzage te geven in wat er speelde en wat erover in documenten, verslagen was vastgelegd. Dat is jammer, want het geeft weinig inzicht in hoe er toen ambtelijk en bestuurlijk werd gedacht over zwemmen. Omdat het dit jaar 50 jaar geleden is dat “De Bever” in Sint Pancras werd geopend en het eerste zwembad, van Heerhugowaard, negentig jaar geleden in Broek op Langedijk werd geopend, lijkt het mij wel passend om de geschiedenis van het zwemmen in Langedijk nog eens hier in 8 delen uit de doeken te doen.
Zwemmen bestaat al heel lang. Hoelang is eigenlijk niet te zeggen, maar de mens moet toch altijd wel vormen hebben gevonden om het hoofd boven water te houden. Vooral de mensen die aan het water woonden of aan zee. Het zal zich met name hebben gericht op een soort van bewegen om zich te verplaatsen in het water en zichzelf drijvende te houden. Als ze de kunst van dieren hebben afgekeken dan zullen die eerste bewegingen misschien wel het meest op de hondjesslag hebben geleken. Kortom de geschiedenis van het zwemmen zal, zonder dat we daar echt veel over hebben teruggevonden, al heel vroeg zijn begonnen. “Natuurvolken” vandaag de dag kunnen in de meeste gevallen zwemmen, ongeacht op welk deel van de aarde ze wonen. Anders dan bij de “natuurvolken” werd het zwemmen in de loop van vele eeuwen bij ons steeds weer ontdekt en vergeten en/of verboden.
Tijdens de Middeleeuwen werd het zwemmen verboden. Dat had vooral te maken dat het niet gepast was in die tijd om met ontblote lichaamsdelen te baden. Volgens de kerk was één bad per maand genoeg. Na de kruistochten namen terugkerende ridders de badcultuur waar ze mee in aanraking waren gekomen, mee terug naar huis. Er kwamen openbare badhuizen. Hier baadden mannen en vrouwen naakt in dezelfde tobbe. Veel badhuizen werden, tot ergernis van de kerk, op den duur bordelen en daarom ook weer verboden. Een andere reden om tot sluiting over te gaan waren de cholera en de pest. Om uitbreiding van deze ziekten te voorkomen werden de badhuizen gesloten.
Zwemles.
Nicolaus Wynmann schreef in 1538 het eerste leerboek over zwemmen. Het boek met de titel “Colymbetes” verscheen voor het eerst in Augsburg in Duitsland en gaf praktische wenken over techniek en methodiek van vooral de schoolslag.
De belangstelling voor het zwemmen kwam pas in de 18eeeuw weer in opgang en voornamelijk onder de welgestelden in die tijd. Het leger van Napoleon leerde zwemmen in militaire zwemscholen.
Aan het begin van de 19eeeuw, in het open water, ontstonden bad- zweminrichtingen waar men op een ‘schone’ manier kon zwemmen. Ook was daar de mogelijkheid om zich het zwemmen eigen te maken. Kinderen, volwassenen en ook vaak militairen leerden er zwemmen. Vaak werd de zwemkunst onderwezen als de leerling in een zwemhengel hing. Het duurde echter nog tot 1828 dat er weer sprake was van zwemwedstrijden in Europa. In de tweede helft van de 19eeeuw nam de belangstelling, vooral bij mannen uit de gegoede burgerij, enorm toe. Men raakte overtuigd van de positieve effecten op de gezondheid en de heilzame werking van water. Of dit laatste echt het geval was, komen we verderop zeker terug. Zwemmen kon in de 19eeeuw dus eigenlijk alleen in open water. Er werd dan ook vooral gezwommen gedurende de zomermaanden. Pas in de negentiende eeuw is er iets te lezen over het zwemmen. Meer en meer werd de noodzakelijkheid van zweminrichtingen ingezien om het hele jaar rond te kunnen zwemmen. In 1830 werd de eerste militaire zwemschool in Breda gesticht. Zestien jaar later volgde de eerste particuliere zwemschool aan de Westerdokdijk in Amsterdam, terwijl in 1883 de eerste overdekte zweminrichting aan de Mauritskade in Den Haag werd geopend. Vrij spoedig verrezen ook in andere grote steden overdekte zweminrichtingen. Dit zijn zweminrichtingen die vooral worden opgericht aan openwater. In 1888 telde Nederland, voor zover bekend, 5 zwemverenigingen. Dit waren; de Arnhemse Zwemvereniging, de Goudse Zwemvereniging, Hollandse Dames Zwemclub, de Leidse Zwemclub en de Amsterdamse Zwemclub. Het waren deze verenigingen die op 14 augustus 1888 de Nederlandse Zwembond (NZB) oprichten. In 1908 werd de Wereldzwembond (FINA) opgericht en in 1909 sloot de NZB zich daarbij aan.
Na de eerste wereldoorlog kreeg iedere provincie een eigen zwembond, kring genaamd. Voor Noord-Holland was het kringkantoor gevestigd in Amsterdam. Het is te danken aan de initiatieven van dit kringkantoor dat er in onze provincie op vele plaatsen bad- en zweminrichtingen werden opgericht. Op 13 november 1933 kreeg de NZB het predicaat Koninklijk. Het landelijk bondsbureau was in Utrecht gevestigd.
Wordt vervolgd.