Bij het doen van historisch onderzoek is het gebruikelijk dat de bronnen, vaak in het klein, aan het eind van de tekst worden genoemd. Veel van de gegevens van mijn onderzoek heb ik gevonden in het Regionaal Archief in Alkmaar. Een goudmijn voor de historisch onderzoeker. Alle bronnen in dit onderzoek die uit het Regionaal Archief komen geef ik aan met (*). In dit deel noem ik andere bronnen zoveel mogelijk, voor zover bekend, direct in het verhaal. Heeft u aanvullende informatie dan kunt u dit mailen naar schaduwrijklangedijk@gmail.com
Het zwemmen in Noord-Holland niet altijd even fris.
Zo omstreeks 1870 maakten Hoorn en Enkhuizen al plannen voor de bouw van bad- en zweminrichtingen die in zee, het huidige IJsselmeer, werden aangelegd. Alkmaar volgde in 1881 met een zwembad in het Noordhollands kanaal. Ook Medemblik had een badinrichting in de Zuiderzee. Het water van die badinrichtingen was niet altijd even schoon. Zo lag het Witte Badhuis van Hoorn in het verlengde van het Breed nabij de binnenstad. Er waren kleedhokjes en bankjes en er was een steiger in zee. Het water kon er weleens smerig zijn. Volgens de overlevering kwamen er bij een verkeerde wind wel katten- en hondenlijken voorbijdrijven. Het bad lag vlak bij de uitlaat van het Hoornse riool. De kwaliteit werd door een badmeester bewaakt. Daartoe schepte hij met de hand wat water op en rook eraan. Als het niet al te erg stonk dan kon normaal worden gezwommen. Het Witte Badhuis was een volkszwembad. Voor de gegoede burgers was, op het Visserseiland, de Hoornse Bad- en Zweminrichting. Dit bad telde vier bassins van verschillende diepte en had ook een springplank. Een grote gieter aan een paal gebonden deed dienst als douche. Men moest er wel zelf het water eerst voor oppompen.
Kring Noord-Holland actief.
Eind 1929 schrijft de NZB, kring Noord-Holland de gemeenten die aan het water liggen aan met het verzoek de aanleg van een bad- en zweminrichting te overwegen. Zo komen er in Noord-Holland Noord de volgende zwembaden: De Wiel in Schagen, De Rijdt in Nieuwe Niedorp en ’t Waardje in Oudkarspel. ’t Skarpet in Oude Niedorp kreeg omstreeks 1936 zijn huidige vorm in het kader van de crisiswerkverschaffing.

Een ander bad dat werd aangelegd als werkverschaffingsproject was De Wirg in Winkel. De gemeenteontvanger Gerrit Nobel had voor één gulden grond beschikbaar gesteld aan de Wirgsloot. Het werkverschaffingsproject stond onder leiding van de Heidemaatschappij en het werd in 1937 geopend. Met schop en kruiwagen werd het zwembad door de werklozen gegraven. Het water van het bad werd van veertig meter diepte omhoog gepompt en dat is zo’n veertig jaar zo gedaan.Onder Ons in Waarland kwam in 1947 voort uit dorpse saamhorigheid, waarbij men goed gebruik maakte van ruilverkavelingswerkzaamheden. Zwemmen als publiek vermaak het hele jaar door werd mogelijk na de Tweede Wereldoorlog, toen er overdekte baden kwamen.
Zwemmen in Langedijk en Heerhugowaard.
De geschiedenis van het zwemmen in Langedijk is dit jaar zo’n negentig jaar geleden begonnen met een illegaal zwembad op Broeker grondgebied. Het allereerste zwembad was gelegen aan de Oosterdijk, iets ten zuiden van de molen van Zwaan.

Hoewel gelegen op Broekergrondgebied was dit een Heerhugowaarder aangelegenheid, volgens C. Modder uit Aartswoud en zoals te lezen “Ach Lieve Tijd”, uitgave nr. 17, blz. 413. In 1929 richtte Jacob Zomer daar een badinrichting op. In de Collegeverslagen van Broek op Langedijk en Heerhugowaard valt er niets over terug te vinden. Het is ook niet bekend of deze badinrichting lang heeft bestaan. Wel was de ringvaart van de Heerhugowaard tot 1952 de plek waar de Heerhugowaarders konden zwemmen. In Heerhugowaard vormt zich in die jaren een comité dat opkomt voor de katholieke jongeren in die polder. Zij vragen in een brief aandacht voor een nijpend probleem. Net als alle andere gelovigen willen die katholieke jongeren ook in de zomermaanden kunnen zwemmen, maar er loeren allemaal gevaren. Het comité wijst de lezer erop dat de jongelui naast hun lichaam ook ‘een onsterfelijke ziel’ hebben, en die ziel moet ook gezond blijven. Of dat lukt als jongens en meisjes op warme dagen met elkaar zwemmen daar twijfelt men aan. “Waar men zwemt en met wie” is onduidelijk en of het er wel ‘netjes’ aan toe gaat dat valt te bezien, want er is geen toezicht. Men vervolgt; “Verder spreken we geen oordeel uit, immers een goed verstaander heeft maar een half woord nodig.” De brief is van een comité dat zich gesteund weet door de katholieke kerk en men vraagt aan de inwoners ƒ 25,00 om een zwembad op te richten. Het kerkbestuur heeft daartoe de vijver op het terrein van de Dionysius-parochie aan de Van Veenweg beschikbaar gesteld. Daar komt dan uiteindelijk Deiko (Door Eigen Kracht Ontstaan). In de zestiger jaren was de badmeester daar, de Sintpancrasser, Marius Verkroost. Een badmeester die vanaf de entree tot in de verste uithoek van het bad was te verstaan als er iets gebeurde wat niet naar zijn zin was. Eind 1974 werd het bad van natuurbad omgebouwd naar een chloorbad. Nog steeds onverwarmd ging het bad op 7 juni 1975 weer open. Eind jaren tachtig valt het doek voor het bad.
Zwembond neemt initiatief in de vier dorpen van Langedijk.
In het College van B en W van Broek op Langedijk wordt voor het eerst op 6 december 1929 gesproken over een zweminrichting. Dit naar aanleiding van een brief van de zwembond met het verzoek tot aanleg en oprichting van een zweminrichting. De brief was ook verzonden aan de gemeente Zuid-Scharwoude, Noord-Scharwoude en Oudkarspel.

In de Collegevergadering van Oudkarspel op 6 januari 1930 wordt een brief van de zwembond van 30 december 1929 behandeld. In deze brief deelt de bond de gemeente mee dat de besturen van Broek, Noord- en Zuid-Scharwoude hebben medegedeeld geen deel te zullen nemen aan een bespreking over stichting van een zweminrichting, zodat het bestuur de bespreking tot nader orde heeft uitgesteld. De burgemeester zal het bestuur in overweging geven zich tot de raden van de gemeente te wenden. Blijkbaar heeft hij het idee dat de gemeenteraden van de dorpen er anders in staan dan de Colleges.
In het College van Oudkarspel wordt op 5 maart 1930 de nieuwe brief van de zwembond aan de gemeenteraden van de vier dorpen behandeld waarin de gemeenteraden in overweging wordt gegeven tot het inrichten van een eenvoudige zweminrichting waardoor de zwembeoefening mogelijk wordt gemaakt. De behandeling van de brief van de zwembond is in de stukken van Broek op Langedijk niet aangetroffen, maar blijkbaar is hij wel aan de orde geweest of heeft de zwembond via een andere weg beweging weten te krijgen.
Wordt vervolgd